What do you think?
Rate this book


112 pages, Hardcover
Published January 1, 1983

‘Een vlug vervoer door de hele stad maakt hij mogelijk door boven de kantoren een ‘hoogbaan’, hangend aan kabels en aangedreven door een propeller te construeren.’ p. 73


'...architect Hermann Finsterlin zei het misschien nog duidelijker. Hij wilde Gods schepping voortzetten waar deze op de zevende dag was opgehouden. Hij probeerde in zijn ontwerpen een continuïteit te bereiken tussen landschap. tuin, huis en meubelen. Rudolf Steiner verdiepte zich in de morele werking van de architectuur en dus speciaal in de vormen ervan. Hij streefde naar een door de natuur geïnspireerde architectuur die een organische totaliteit zou voorstellen. Voor al deze architecten was het vanzelfsprekend dat de zich aan de natuur aansluitende architectuur door deze nieuw te vormen spiritualiteit verrijkt zou worden. En nogmaals komt het goddelijke om de hoek kijken als de zin 'kathedralen van de toekomst’ valt.' p.27
'De schitterendste utopieën [...] zijn niet uitgevoerd. Er is niet gebouwd voor toekomstige vrije mensen, er is geconstrueerd voor verlengstukken van de industrie, of op zijn best voor een genotzuchtige, consumptieve schare. De menigte moest worden georganiseerd in gebouwen, en de gebouwen in steden.' p.37
'In weinig landen kan het: volstrekt nieuwe steden bouwen, maar waar elke architect deze eeuw van gedroomd had bestond in de nieuwe polders als mogelijkheid. Almere en Lelystad moesten nog gebouwd worden, maar de brandende geest is niet vaardig geworden over degenen die het mochten doen. Kinderachtige nabootsingen, regressief terugbouwen naar een nooit bestaand hebbend Amsterdam in Almere, en in Lelystad een lege opeenstapeling die dan ook nog eens als door een muur - via de hartaanvalmethode doorsneden wordt door een dubbele verkeersweg. Op zulke kernmomenten worden mensen slachtoffers van vredesmisdadigers: met de beste bedoeling en een enorm gebrek aan visie en gloed wordt er een 'leefgebied’ uit de drooggemalen zeebodem gestampt.' p.40
'De cirkel, de lange rondgang vanaf Galmans brug over het IJ tot MVRDV, is afgelegd. Die brug heeft nooit bestaan, iemand had er nee tegen gezegd, en daarmee heeft iemand die wij ook hadden kunnen zijn iemand die op een lentemorgen over die brug liep - ook nooit bestaan. Iemand die we niet kennen had in 1895, in 1947, in 2004 verliefd kunnen worden op een ander die ook over het nevelige water stond te staren, Misschien kan alleen een flaneur zulke nutteloze gedachten hebben. En toch, het was een echte tekening, die brug had er kunnen liggen. Bouwers, zei André Glucksmann, let op de vernietigers. Een niet gebouwd gebouw is een vernietigd gebouw voor het gebouwd is. In datgene wat niet gebouwd wordt, zal ook iets van onszelf niet bestaan.' p.41
[Nooit gebouwde gebouwen] 'zouden ons veranderd hebben, alleen al door er te zijn. Lelijk of mooi, ze zouden het decor van ons leven geworden zijn, en daarmee een beetje onszelf. Daarom is wat hier in dit boek staat ook een portret van onszelf. In het niet gebouwde zien we onszelf zoals we niet geworden zijn. Iets van ons wat nooit bestaan heeft, gaat met de laatste bladzij dicht.' p.42
