In 1425, precies zeshonderd jaar geleden, werd de Katholieke Universiteit Leuven opgericht. De hoofdstad van Vlaams-Brabant is sindsdien altijd de 'stad van kennis' gebleven.
Auteur en stadsgids Jo Celis vertelt de geschiedenis van de voorbije 600 jaar met bravoure. En dan gaat het niet alleen over de universiteit op zich, maar ook over alle overtuigingen en gebeurtenissen die Leuven in dat kader hebben gekenmerkt: het humanisme en de (contra)reformatie, het spanningsveld tussen geloof en wetenschap, de studentenrevolte en de taalstrijd, de nieuwe tijden en de modernisering. Zoveel grote figuren passeren de revue: van Bouts tot Erasmus, van Vesalius tot Artois, van kardinaal Mercier tot Paul Goossens...
Ik ben geen Leuvenaar en ik heb helemaal niks met Leuven, maar ik heb wel aan de KUL gestudeerd en dat was voor mij eigenlijk de voornaamste reden om dit boek te lezen. Het is namelijk toegespitst op de geschiedenis van de stad van de afgelopen 600 jaar (al is er een korte inleiding over de geschiedenis vóór de jaren 1400 ook, gelukkig, zodat je de nodige achtergrond krijgt).
Wat de KUL zelf betreft blijf ik voornamelijk verbijsterd achter als het gaat om hoe achtergesteld die unief op zoveel vlakken gedurende een ontzettend lange periode is geweest, tot ver in de 20e eeuw. Het mag feitelijk een wonder heten dat die ondertussen beschouwd wordt als allicht de beste universiteit van België en dat ze zelfs bij de wereldtop hoort. Je zou het niet meteen verwachten als je wat meer leest over haar geschiedenis. Al is het zeker wel interessant.
De delen over Leuven zelf waren ook wel interessant, al had de historie iets meer chronologisch mogen doorlopen - door de opbouw van het boek wordt er soms een beetje heen en weer gesprongen, aangezien het niet alleen chronologisch maar binnen de hoofdstukken ook wel wat thematisch is gestructureerd. Voor mensen uit de omgeving zelf - of die er ettelijke jaren hebben gestudeerd (ik niet, ik zat in Antwerpen) zullen er allicht heel veel bekende plaatsnamen langskomen, wie weet zelfs van gebouwen waar ze wel eens binnen zijn geweest. (Gezien alle cafés die vermeld worden, lijkt die kans me zelfs danig groot.) Maar als niet-Koeienschieter - heerlijke naam voor de Leuvenaren, je ziet dat ik wel degelijk dingen bijleer - zeggen mij die meestal weinig of niks en ik heb er dan ook geen echte band mee. Voor mij is dat een nadeel, maar voor anderen, die er wel mee bekend zijn, zal dat net een pluspunt zijn, kan ik me voorstellen.
Jammer genoeg ben ik geen fan van de schrijfstijl van Celis. Ik werd onder andere compleet zot van al zijn ge-zij. Van zodra de derde persoon meervoud wordt gebruikt - en die wordt natuurlijk de hele tijd gebruikt - is er geen sprake van 'ze', alleen van 'zij'... en dat komt op mij enorm schreeuwerig en onnatuurlijk over. Ik stoorde me er echt ontzettend aan. En ook de zinsbouw mocht soms wel wat anders, want er zaten nogal dikwijls korte zinnen in. Vaak hadden die gemakkelijk samengevoegd kunnen worden tot wat langere, samengestelde, complexere zinnen.
Na het eerder verschijnen van drie andere biografieën van de provinciehoofdsteden Brugge, Gent en Antwerpen is het nu de beurt aan Leuven, met als ondertitel: Stad van Kennis, iets wat tot vandaag nog nazindert. Dit is het vierde boek in deze reeks waarin de Vlaamse provinciesteden onder de historische loep worden genomen. Ik vermoed dat Hasselt en Brussel ook nog zullen volgen en hoop stiekem, aangezien België nog enkele Waalse provincies kent ook, dat deze ook aan bod zullen komen. Kennis is uiteindelijk toch macht, nietwaar?
2025 is dan ook een jaar om te vieren in de stad Leuven, want hun universiteit viert dit jaar zijn zeshonderste verjaardag. Dus kwam het boek van Jo Celis, stadsgids, auteur en geboren en getogen Leuvenaar op het perfecte moment uit. (De timing zat goed alvast)
Ook nu weer neemt de gids ons op een trip doorheen de geschiedenis en langs de bekende, onbekende en sinds verdwenen locaties die deze stad eigen maakt. En net als de voorgaande steden zijn er nog heel wat overblijfselen die de stad hebben gevormd maar heeft het ook, na oorlogen en godsdiensttwisten veel van zijn oorspronkelijke glorie verloren.
Ik moet toegeven, ik hou van Leuven (als boekenliefhebber is de stad een paradijs qua aantal boekhandels) en leerde de stad een kleine twintig jaar geleden beter kennen door mijn bezoeken aan het Gasthuisberg ziekenhuis. En tot op de dag van vandaag moet ik er nog geregeld zijn, deels uit noodzaak maar vaker voor eigen plezier. En ik kom er graag terug. Leuven ademt geschiedenis uit, de stad is niet gigantisch maar heeft heel mooie plekjes (zoals het Groot Begijnhof en Abdij van het Park maar ook De Oude Markt en de vele straatjes waarin je kan ronddolen). Na een geschiedenis vol humanisten en religieuze ideeën waarbij mensen als Erasmus, Vesalius, Mercator of de enige Nederlandse paus, Adrianus VI, die er studeerden of woonden, er hun stempel achterlieten, voel je echt dat je in hun voetstappen kan lopen. Dankzij deze mensen werd de universiteit bekend en groot. Zonder Vesalius was de geneeskunde nu nog steeds veel primitiever, zonder Erasmus hadden we geen ‘Lof der Zotheid’ en zonder Mercator zou je nooit Maps op je smartphone gehad hebben!
Leuven was en is een beetje rebels, uit op het verspreiden van kennis, verloochent zijn geschiedenis niet en ondanks vele perioden van armoede, oorlog en ziektes / epidemieën wist de stad zijn status als prachtige universiteitsstad met trots te behouden tot op de dag van vandaag!
Doe zoals Jo Celis op het einde van zijn boek zegt, ik kan het aanraden, ga het zelf beLeuven!
Voor mij is dit een interessant naslagwerk dat ik goed kan gebruiken als Leuvense stadsgids. Ik heb dan ook genoten van de vele details en herkenbare verhalen. De opbouw van het boek stoorde me. Er is getracht chronologische te werken én tegelijkertijd de hoofdstukken thematisch aan te pakken. Voor mij werkt dat niet, het kan heel geforceerd overkomen. Maar voor elke Leuvenaar: zeker een aanrader.