De olifant kijkt me aan, en tegelijkertijd door me heen. Ik houd de zwarte leiband vast, die losjes om zijn hals hangt. De riem is van leder maar het blijft een ketting. We moeten elkaar nog leren kennen. We hebben nog alle tijd.
Schrijver Maarten Inghels besluit om met een olifant het voetspoor te volgen van Hannibal Barkas, die in 218 voor Christus met zevenendertig olifanten over de Alpen trok om de Romeinse vijand in de rug aan te vallen. Tot op de dag van vandaag zijn er honderden boeken geschreven waarin wetenschappers debatteren over de juiste Alpenpas die Hannibal nam. Ook ondernamen meerdere avonturiers eerdere pogingen om deze mythische tocht te herbeleven.
Wat dreef deze mannen om met olifanten de bergen in te trekken, in het spoor van de beroemde krijgsheer? En is avontuur niet gewoon ene geprivilegieerde vorm van vluchten?
Leiband in de bezwete hand, met daaraan Gideon, een olifant uit een safaripark bij Lyon, begint Inghels aan de zware klim. Over tien dagen moet Italië in zicht zijn.
Maarten Inghels debuteerde in 2008 met ‘Tumult’ in de Sandwich-reeks onder redactie van Gerrit Komrij en ontwikkelde zich sindsdien tot een originele kunstenaar, dichter en schrijver. Met zijn dichtbundel 'Contact' (De Bezige Bij) verbond hij poëzie, beeld en acties die ontstonden tijdens zijn Stadsdichterschap van Antwerpen. Maarten Inghels is een meervoudige winnaar van de Vincent Van Meenenprijs. Zijn roman 'Het mirakel van België' over zijn ervaringen met de grootste meesteroplichter ter wereld verschijnt in november 2021 bij Das Mag.
Maarten Inghels heeft al gans zijn leven een link met het nobele geslurfde dier dat zichzelf olifant mag noemen. En als 'selfproclaimed' Hannibalist, een term die moet aantonen dat hij alles weet (of wil weten) over de oude Carthaagse krijger en bevelhebber die tijdens de tweede Punische oorlog met een troep olifanten door de Alpen richting Italië / Rome trok, besluit hij in de voetsporen te treden van Hannibal Barkas door met een olifant aan de hand een Alpen bergpas door te trekken.
Alles begint natuurlijk met het vinden van een olifant en dan moet hij op zoek gaan naar het beste pad om te volgen waar hij én vooral zijn olifant de minste weerstand zal ondervinden. Als ook blijkt dat Maarten niet de eerste persoon is die met dit idee rondloopt, dat er al Hannibalisten hem zijn voorgegaan, slaat hij de literatuur erop na. Richard Halliburton en John Hoyte deden het hem al eerder voor, met wisselend succes, met een levende olifant én de Franse kunstenaar Luc Dubost klom een berg op met een kunstolifant. Dus deze opdracht moet gewoon slagen!
In een zoo in Lyon vindt Maarten een jonge olifant, Gideon, die hij mag lenen voor twee weken om zijn tocht mee te ondergaan. Na wat voorbereiding en lessen 'Hoe met een olifant om te gaan', vertrekken Maarten en Gideon op hun gevaarlijke avontuurlijke tocht!
Vooraleer je op zoek gaat naar fotomateriaal (ja, ik heb me daartoe laten verleiden voor en tijdens het lezen van dit boek) van Maarten Inghels en zijn Gideon die de Alpen doorkruisen, Maarten weet perfect hoe hij fictie moet verweven met non-fictie, in zijn korte relaas. Door dit boek te schrijven heeft hij volgens mij drie belangrijke thema's van het heden willen verwerken. Als eerste klimaatopwarming. Door de tocht door de Alpen te doen, in de voetsporen van Hannibal, is opgevallen hoeveel er in die paar duizend jaar veranderd is en hoeveel daarvan de schuld is van de mensen. Ook in ongerept gebied als de bergen kan je merken dat er verandering op komst is! Ten tweede gaat het boek ook deels over het gebruik en misbruik van dieren en het leed dat wordt toegebracht door de mensen. In dit geval wordt de vraag gesteld: 'Hoe deed Hannibal dat, 37 olifanten door een bergachtig gebied, dat niet hun heimat is, loodsen?' Is het wel verantwoord om dieren uit hun natuurlijke omgeving te halen en hen door een onbekend terrein te jagen? Maar het derde is het belangrijkste thema en dit wordt vooral duidelijk na een ontmoeting met iemand in het boek... Het derde thema in dit boek dat van tel is, beschrijft de omgekeerde geflipte wereld van het wandeltoerisme in de bergen versus de vluchtelingencrisis die in Europa heerst. Meer wil en kan ik hier niet over vertellen omdat ik niks wil spoilen van het boek...
Inghels is een artiest, kunstenaar en schrijver en weet eigenlijk best zijn kunstenaarstalent best te verwerken in zijn schrijven. Door ons te doen geloven dat wat hij doet met Gideon echt is, weet hij ons te overtuigen dat het ook mogelijk is. De vraag wordt niet gesteld: 'Moet dit wel gebeuren? Is dit verantwoord?' Het gaat hem eerder over het feit dat het kán gebeuren! Hij stelt zich de vraag waar de 'echte avonturiers en pioniers' gebleven zijn maar is dat wel de juiste vraag die we ons moeten afvragen?
Ik heb dit heel graag en heel snel gelezen. Het boek is doorspekt met een humor die vaak tussen de lijnen ligt (en als je Maarten Inghels bij Bart Schols op 'De Afspraak' zag, weet je hoe serieus hij zelf dit boek al dan niet neemt) maar het is vooral een schets van een maatschappij zoals deze nu momenteel is!
Nog even een kleine noot omtrent het coverontwerp van Frank August. Ik vind het geweldig hoe deze een tekening van een (blauwe, geen roze!) olifant waarvan een paar van de poten Alpentoppen zijn, heeft gemaakt. Als er prijzen gegeven worden omtrent coverontwerpen, dan mag deze alvast al winnen dit jaar!
Toevallig las ik dit boek op vakantie in Lausanne, met schitterend uitzicht op de Alpen. Mijn moeder en ik doorkruisten op onze Via Francigena een stuk Frankrijk-Zwitserland. De volgende etappe van de pelgrimsroute zal ons over de Alpen brengen, waar we een hannibalistische keuze zullen moeten maken: de Grote Sint-Bernhardpas nemen of toch maar een andere route inslaan? En waar kunnen we hier ergens een olifant huren?
Dit boekje is zo mooi uitgegeven, kon het niet laten liggen. Prachtige omslag, mooie oude foto’s. Het verhaal is ook fijn: avontuur, historie, bespiegelingen en een onbetrouwbare verteller, heerlijk!
Erg genoten van deze steeds onderhoudende, vaak grappige en soms beschouwende ontrafeling van de avontuurlijke, wandelroman waar een witte man de eenzaamheid en de elementen uitdaagt, omdat het dagelijkse leven soms zowel saai als uitputtend is. Er staat geen woord te veel, maar er zit veel in deze novelle met enkele rake observaties als gevolg zoals:
‘Alsof we in een constante hervertelling van de geschiedenis zitten omdat we de geschiedenis die we op dit eigenste moment maken niet onder ogen willen zien.’
‘Wandelen is een dure hobby voor witte mensen. Het avontuur is een geprivilegieerde vorm van van vluchten.’
Geconfronteerd met ‘echte’ vluchtelingen krijgt de romantiek en heroïek van zijn tocht een serieuze knauw. Het is in deze wereld toch vooral je paspoort dat bepaalt of je grenzen mag verleggen. Desalniettemin kreeg ik tijdens het lezen toch regelmatig zin om mijn wandelschoenen aan te trekken en mezelf uit de Vlaamse klei trekken richting De Bergen:
‘De bergen trekken aan mij, even dwingend als mensen, maar met minder oordelen of vragen. Ik voel me vaak verwant met hen, want ik ben vaak even onbeholpen als een brok steen die niet weet hoe te reageren op de verkeerschaos en oorlogsdrift van het laagland en heb een vuurbuik vol lava die soms overkookt.’
Het boekje omschrijft zichzelf halverwege als 3 sterren novel, en meer kan ik het ook niet gunnen. Leuk maar simpel, niet helemaal mijn stijl omdat het de bedoeling is dat je er nog enigszins in kan geloven dat de beste man echt met de olifant de bergen in ging. Op zijn best wanneer hij en zijn geslurfde metgezel allebij een bad trip hebben en het hierna even goed moeten praten. Het einde stoort mij eigenlijk een beetje, zonder alles weg te geven voelt het toch een beetje onnodig om zichzelf opeens neer te zetten als een held die ook nog even een migrant de berg over gaat helpen. Ik hoop dat ik me op mijn 35e geen olifant voel in ieder geval.
Maarten Inghels is technisch een erg goede schrijver en zijn proza rinkelt fijn in het hoofd van de lezer. Helaas is dit werk zo licht van inhoud dat het ei zo na gaat zweven. Hannibal & Gideon voelt bij momenten aan als een aaneenschakeling van zinnetjes die door een copywriter voor social media zijn gemaakt. In die zin is het een archetypisch verhaal van een millenial, inclusief wat oppervlakkige introspectie. Een boek als een aangename snack waarvan je na dertig minuten vergat dat je ze at en al terug honger hebt.
Een belangrijk concept in de literatuurtheorie —of gewoon: bij het lezen— is de 'willing suspension of disbelief'. Het komt er zowat op neer dat de lezer moet worden bereid gevonden om zijn ongeloof op te schorten, en mee te stappen in het verhaal dat de schrijver hem opdist. Het zijn mooie momenten, wanneer de lezer op het einde met een verdwaasd 'WTF heb ik nu gelezen', het hoofd uit het boek haalt en het bewustzijn slechts langzaam naar de werkelijkheid terugkeert.
Hannibal & Gideon is het verslag van een reis over de Alpen in de voetsporen van Hannibal. Met een olifant. Zoals steeds had ik niets over dit boek gelezen, alle marketing pogingen van @dasmag ten spijt, behalve die eerste bladzijde, die mij vorige zaterdag in de boekenwinkel moeiteloos tot aanschaf had bewogen. Het heeft dan ook geduurd tot de paddenstoelenscène, zowat halverwege het boek, eer ik door had dat Inghels niet echt met een olifant in de Alpen was gaan wandelen. Blijkbaar heeft hij iets gelijkaardigs gedaan met dat andere boek, Het Mirakel van België (2021), dat hier ook rondslingerde en nu terug op mijn euh... actieve TBR is beland.
Inghels is wel degelijk een wandelaar. In 2016 wandelde hij als Antwerps stadsdichter in elf dagen 284 km van de bron van de Schelde tot Antwerpen (vraag het aan Google!). Maar hij trekt ook regelmatig naar de Alpen, waar een mens zich al eens gaat afvragen hoe zo'n bergtocht met de 37 olifanten van Hannibal is verlopen. En uit die nieuwsgierigheid ontstond dit boek.
Inghels schrijft met een gretige vanzelfsprekendheid, en de lezer stapt met veel bereidwilligheid met hem mee. Ga het vooral zelf ontdekken.
Nadat Maarten Inghels in zijn lijvige truecrimeroman ‘Het Mirakel van België’ in de voetsporen van de Belgische meesteroplichter Piet Van Haut liep, gooit de Vlaamse kunstenaar, dichter en schrijver het nu over een compleet andere boeg. Hoewel hij opnieuw andermans levenspad volgt – dat van Hannibal die ruim 200 jaar voor Christus met 30.000 soldaten en 35 olifanten de Alpen overstak – is de toon, context en omvang volstrekt anders. Het beeld van een dier dat totaal niet in een omgeving thuishoort, fascineert een zelfverklaarde Hannibalist als Inghels mateloos. Daarom regelt hij voor zichzelf een olifant (Gideon) waarmee hij het huzarenstukje van zijn voorganger wil overdoen. Fictief of niet, hij sleurt de lezer vlotjes mee aan boord. Inghels beseft deksels goed dat licht absurdisme en wilde verbeelding beter tot hun recht komen als je het met feiten en geloofwaardige details vermengt. Wanneer hij voorbij halfweg zijn eigen schrijverschap geestig becommentarieert én er een ethische invalshoek aan toevoegt, tilt hij het verhaal naar een meta- en hoger niveau.
Met een uitgemeten dosering, nauwkeurige voelsprieten voor timing en een mespuntje poëzie brengt hij een ode aan buitenbeentjes, aan eeuwig jonge geesten in een volwassen wereld. Inghels doorrijgt zijn Alpentocht met prikkelende inzichten over onze oude en hedendaagse wereld en blijft qua teneur heerlijk zigzaggen tussen baldadig, sympathiek, verfrissend, weetgierig en geveinsd naïef.
Met ‘Hannibal & Gideon’ heeft Maarten Inghels de avonturenroman beet die hij van jongs af wilde schrijven. We bewonderen het lef waarmee deze Vlaamse Hannibalist onze boekhandels betreedt met vijf ton lichtvoetigheid.
Mijn probleem als veellezer is dat ik vaak vergelijk. Ik hou van boeken waarin dieren tot leven komen – zoals de havik van Helen MacDonald of de Tasmaanse tijger van Charlotte Van den Broeck. Dus ja, een recente Alpentocht met olifant Gideon, in de voetsporen van de grote Hannibal uit de Punische oorlogen? Dat móést ik lezen. Driewerf helaas. Over de olifant verneem je bitter weinig: betonlijf, gespleten hoef, that’s it ongeveer. Inghels verwijst vooral naar andere avonturiers – “Ach, kijk nu toch eens, ik ben niet de eerste, en ik wou zo graag opvallen!” – en promoot tot vervelens toe zijn vorige boek over een stalkende oplichter. Het lijkt alsof hij, na een riant voorschot van Das Mag, geen idee had wat hij met zijn voorgestelde verhaal aan moest. De tocht sleept zich voort, zonder richting of ziel. Geen spanning, geen stijl, geen Gideon. Van een gemiste kans gesproken.
Een olifant zoeken om een bergexpeditie te ondernemen — dat is het startpunt. Of beter: de uitvlucht. Want al snel wordt duidelijk dat je als lezer misschien wel bedot wordt. De reis voelt verzonnen - it must be, right? -, maar zo knap vermengd met feiten, noten, bronnen en observaties, dat je blijft twijfelen tussen realiteit en fabel. En dat is net wat dit boek zo sterk maakt.
Vanaf het moment dat de schrijver begint te praten met de olifant kantelt het nog verder richting het surreële. Maar de toon blijft heerlijk: vinnig, absurd, onderkoeld en scherpzinnig. Een passage als “En wat kost een olifant? Heeft die een vaste prijs of wordt dit per kilo berekend?” is typerend voor het soort humor dat de ernst ondermijnt.
Gelukkig is dit een novelle. Want hoewel het uitgangspunt origineel is, moet het boek het vooral hebben van zijn stijl. En die is net krachtig genoeg om je in één leesnamiddag te laten verdwalen tussen bedrog, bewondering en beesten.
Voor wie houdt van slimme spielerei met vorm, genre en geloofwaardigheid.
We volgen een trip die tussen fictie en non-fictie ligt. Maarten Inghels gaat op stap met een olifant genaamd Gideon. Op deze manier wil hij het pad volgen dat Hannibal vroeger heeft afgelegd met ongeveer 37 olifanten en tienduizenden manschappen, met als doel een soort Paard-van-Troje-actie te laten ontstaan.
Wat Inghels bijzonder maakt als auteur, is dat alles zo open lijkt te zijn. Hij lijkt heel makkelijk te praten over wat hij denkt. Zo verwijst hij ook een paar keer naar zijn vorige werk, reflecteert hij op zijn bestaan en beschrijft hij nog wat geschiedenis bij het gegeven van Hannibal en de olifanten.
Een merkwaardige scène lijkt me toch wel die waarin hij van vreemde paddenstoelen at en plots kon praten met Gideon de olifant. Het leek een Lord of the Rings-achtige trip. Ik vond het geweldig en zeer behapbaar.
Dit is mijn favoriet voor de Vincent Van Meenenprijs 2025!
De auteur gaat op zoek naar eerdere plannen en mogelijke realisaties om met (een) olifant(en) in het spoor van Hannibal de Alpen over te trekken. Hij vindt enkele neergeschreven ervaringen in reisboeken, al is de betrouwbaarheid ervan - bijvoorbeeld bij gebrek aan foto's - wat twijfelachtig en het resultaat niet steeds geruststellend. Fons Oerlemans is een geduchte raadgever op basis van zijn voorbereidingen voor een gelijkaardig plan. H et vinden van een zoo / dierenpark dat hem een olifant in bruikleen wil bieden, samen met de keuze die moet gemaakt worden van het traject en dus de col die moet gepasseerd worden, wordt met overtuiging en passie beschreven. Of het lukt... om de spoimer te vermijden vermeld ik het niet. Ik heb van de voorbereiding de reis genoten.
Wat krijg je als je een olifant met een kangoeroe kruist? Diepe kuilen in heel Australië. Zo begint Maarten Inghels zijn novelle Hannibal & Gideon waarin hij verslag uitbrengt van de tocht die hij samen met een olifant maakte over de Alpen, met een mop dus. De Carthaagse generaal Hannibal deed het hem in 218 v. Chr. tijdens de 2e Punische oorlog al eens voor, toen hij met 50.000 infanteristen, 9000 ruiters en 37 olifanten de bergen bedwong. Inghels deed het enkel met Gideon, een Afrikaanse olifant uit een Zuid-Frans safaripark. Een man en zijn olifant dus, die steeds meer naar elkaar toegroeien, zeker nadat ze paddo’s op hun pad aantreffen, en vluchtelingen, die tonen hoe het verkeer tegenwoordig de andere kant opgaat, en hoezeer de wereld veranderd is.
Maarten Inghels is een 'hannibalist'. Hij is mateloos gefascineerd door Hannibals legendarische tocht met olifanten over de Alpen in 218 v.C. en de avonturen van collega-hannibalisten zoals Halliburton en Hoyte. In Hannibal & Gideon volgt hij het spoor van Hannibal, inclusief olifant. Of niet? Het boekje leest als non-fictie, maar Inghels neemt de lezer af en toe bij de neus.
Hannibal & Gideon zit vol surreële en spitsvondige fragmenten, zoals de dialoog tussen schrijver en olifant of de paddotrip. Ook: een olifant met laarsjes, heerlijk toch? Maar vergis je niet, want onder de frivoliteit van het avontuur, zitten zwaardere thema's verborgen, zoals dierenleed en de vluchtelingenproblematiek. Kortom: geestig boekje met een waaier aan troeven: speels, gevat en origineel.
“Als Gideon per ongeluk half op een bejaarde dame gaat zitten en haar platdrukt als plasticine ontstaat er lichte paniek. De toeristen houden ervan om met hun neus dicht op de grote natuur te zitten, maar schrikken steeds opnieuw van haar onvoorspelbaarheid en doodsdrift. De lichte paniek zwelt aan als een brandalarm dat steeds luider en sneller gaat piepen en ik maak gebruik van de ontstane chaos om mijn boeltje te pakken. Er vallen stoelen om en de stoerste mannen duiken als eersten onder tafeltjes.”
Inghels sleurde mij met dit verhaal vlotjes mee over de beroemde alpenpassen van de Haniballers en hun geslurfte metgezellen. Een klein maar fijn boekje dat balanceert tussen absurditeit, poëzie en ethische kwesties.
"Je flanst een driesterrenboekje in elkaar om..." hiermee is de essentie gezegd. Hoewel ik de 2 sterren in de Standaard ook wel kan begrijpen, vandaar.. Het boekje leest vlotjes weg, dat wel. Ik vond het ook vooral interessant om er achter te komen dat deze tocht daadwerkelijk door anderen (Halliburton en Hoyte) is ondernomen. Belief in desbelief vind ik persoonlijk niets voor mij.
Maarten Inghels neemt zowel olifant als lezer mee op sleeptouw (en aan het lijntje). In dit kleine boekje volgt hij met olifant Gideon het spoor van Hannibal en andere avonturiers over de Alpen. Heerlijk spel tussen fictie en werkelijkheid. Hoera voor boeken met een hoek af, 't is er blijkbaar het jaar voor!
Hannibal trok in 218 v.C. met 37 olifanten over de Alpen. Richard Halliburton, Hoyte en andere avonturiers doen hem dat na. Elk met één olifant. Op zoek naar de juiste Alpenroute. Ook Inghels wil de mythische toch beleven en vertrekt met olifant Gideon (geleend uit een safaripark in Lyon). De vlucht voor 'de meesteroplichter' wordt een avontuur, een sprookje met humor en een levensles.
Ik hou van bergboeken, ik hou van magisch realisme, ik ben een vrouw zoals Maarten Inghels’ vrouw die als een vlinder van pannenkoek naar kaastaart fladdert en kon me dus prima vermaken met dit boek.
3,5 Een leuk geestig boek. In het begin denk je nog "echt?", maar na een tijdje weet je niet goed waar het naartoe gaat. Zoals zelf ook in het midden van het boek wordt aangegeven. Wat wel blijft, zijn de mooie poëtische passages.
Grappig, leest vlot weg. Voor ik het wist was het uit, maar dat vond ik niet per se jammer. Mis her en der wat diepgang. Voor mij een boek dat tussendoor lekker snel weg leest, maar geen grote indruk heeft gemaakt.