Jump to ratings and reviews

Singing Bronze: A History of Carillon Music

The carillon, the world's largest musical instrument, originated in the sixteenth century when inhabitants of the Low Countries started to produce music on bells in church and city towers. Today, carillon music still fills the soundscape of cities in Belgium and the Netherlands. Since World War I, carillon music has become popular in the United States, where it adds a spiritual dimension to public parks and university campuses. Singing Bronze opens up the fascinating world of the carillon to the reader. It tells the great stories of European and American carillon the quest for the perfect musical bell, the fate of carillons in times of revolt and war, the role of patrons such as John D. Rockefeller Jr. and Herbert Hoover in the development of American carillon culture, and the battle between singing bronze and carillon electronics. Richly illustrated with original photographs and etchings, Singing Bronze tells how people developed, played, and enjoyed bell music. With this book, a fascinating history that is yet little known is made available for a wide public.

360 pages, Paperback

First published September 16, 2014

Loading...
Loading...

About the author

Luc Rombouts

4 books

Ratings & Reviews

What do you think?

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
1 (20%)
4 stars
4 (80%)
3 stars
0 (0%)
2 stars
0 (0%)
1 star
0 (0%)
Displaying 1 - 1 of 1 review
Profile Image for Paul.
205 reviews3 followers
July 20, 2019
Recensie Volkskunde 119/2
Andreas Dill & Luc Rombouts, Zingende torens. Singing Towers. Vlaamse beiaarden in beeld.
Flemish carillons in pictures. Leuven, Davidsfonds, 207 blz., ill.; ISBN 9789059088764; 29,95 €.
Je hebt goede boeken en je hebt mooie, luxueuze boeken. Maar het is boeiend wanneer de beide
aspecten samengaan. En dat is met de uitgave over de Vlaamse beiaarden van Andreas Dill en Luc
Rombouts zeker het geval. En dat voor een heel redelijke prijs.
Andreas Dill is een vertaler van beroep, maar tegelijkertijd een getalenteerd fotograaf die heel precies
het DNA van een beiaard in een foto weet te vatten. En Luc Rombouts is sui generis de geschikte
man om de teksten van dit werk te verzorgen. Rombouts is een gevierd beiaardier (Leuven en Tienen)
die bovendien een doctorale scriptie over de oorsprong van de beiaard heeft geschreven. Praktijk en
theorie gaan hand in hand. Zijn publicatie Zingend brons is een standaardwerk op dit gebied. En hij
was bovendien de grote motivator achter het UNESCO-dossier, waarbij de beiaardcultuur in 2014 een
beste praktijkvoorbeeld op het gebied van immaterieel erfgoed is geworden.
Deze publicatie gaat over een wereld die we niet of nauwelijks kennen. Beiaarden bevinden zich niet
op de begane grond, maar hoog weggestoken in de torens van kerken, kathedralen en belforten. En
zelfs wanneer je een hoge toren beklimt is het nog altijd moeilijk om het hele instrument te bevatten,
aangezien het net iets groter is dan een gewone piano. Net zoals de klank. Via de galmgaten van een
kerktoren verspreiden die klanken zich over Vlaamse pleinen. Zonder geluidsversterking. Gratis.
Voor de beiaardiers zijn de werkomstandigheden wel zeer verschillend. In sommige beiaarden zit
hij/zij werkelijk tussen de balken, zoals bijvoorbeeld in het Groot-Begijnhof van Leuven, maar op
andere plaatsen is er dan weer airco geïnstalleerd. Bovendien worden steeds meer concerten via
video getoond, zodat de beiaardier – in tegenstelling tot vroeger – toch wel op zijn kleding moet letten,
wat uiteindelijk de beiaard toch iets meer bij de begane grond brengt.
De auteurs brengen hun verhaal in drie grote delen: een uitgebreide (historische) inleiding, de vijftien
beiaardportretten en de exhaustieve bijlagen.
In de inleiding schetst Rombouts de accurate geschiedenis van de beiaard. Uiteraard niet in dezelfde
omvang als in zijn vroegere geschriften, maar toch voldoende uitgebreid om een mooie schets van die
Vlaamse “uitvinding”, want misschien is de beiaard wel in Oudenaarde ontstaan en heeft hij van
daaruit de (westerse) wereld veroverd. Rombouts weet vanaf de eerste paragraaf de juiste toon te
treffen en verwijst op speelse wijze naar Van den vos Reynaerde, waar het woord beyaert synoniem
staat voor de paapse genitaliën. Het brengt Rombouts eeuw na eeuw verder, een geschiedenis met
hoogtes (de beiaard als nationaal symbool) en laagtes (de opeisingen tijdens de Tweede
Wereldoorlog) tot de universele erkenning als best practice in het borgen van immaterieel cultureel
erfgoed als bekroning van een lange geschiedenis.
In een tweede deel heeft Rombouts het over de beiaardcultuur vandaag. Ook hier weet de auteur op
een perfecte manier de leek bij de hand te nemen en ons door het diverse beiaardlandschap te
begeleiden.
Daarna nemen de beide auteurs ons mee op een tocht langs vijftien Vlaamse beiaarden. Het betreft
Brugge, Ieper, Roeselare, Gent, Oudenaarde, Deinze, Antwerpen, Lier, Mechelen, Leuven, Diest,
Zoutleeuw, Hasselt, Tongeren en Neerpelt. Of netjes drie per provincie. Voor een leek lijkt elke
beiaard heel erg op een andere beiaard. Het is tenslotte een instrument dat hoorbaar, maar
voornamelijk onzichtbaar blijft, ergens hoog in een kerktoren. Rombouts maakt een perfecte cocktail
van oude en nieuwe, grote en kleine beiaarden. Ook hier gaat het niet om zware technische
beschrijvingen, maar een korte contextuele beschrijving van het gekozen instrument. De foto’s van
van Andreas Dill zijn daarbij een professionele aanvulling. De prachtige foto’s tonen de diversiteit van
een instrument dat niet onmiddellijk makkelijk in beeld te brengen is. Een werkelijk voortreffelijke
prestatie.
De beide bijlagen zijn dan weer eerder gericht op de technische gegevens. De geïnteresseerde lezer
krijgt een overzicht van alle beiaarden in Vlaanderen in de eerste bijlage. Wat, waar, hoe: de 68
Vlaamse beiaarden worden vakkundig voorgesteld. De tweede bijlage zal dan weer vooral de
Vlaamse beiaardtoerist bekoren. Je vindt er waar de beiaarden zich bevinden, wie de beiaardier is,
wanneer je van de beiaardmuziek kunt genieten en nog wat verdere randformatie.
Van de inleidingen is er een samenvatting in het Engels, de portretten zijn volledig naar het Engels
vertaald. Het is een verzorgde vertaling die wel eens buiten de lijntjes had mogen kleuren, want ze
blijft wel af en toe te dicht bij de Nederlandse tekst, waardoor sommige zinnen soms wat gekunsteld
aandoen.
Mochten wel al kritiek hebben op dit werk, dan zijn het werkelijk details. Zou het niet beter zijn
geweest indien de auteurs ook even over de landsgrenzen hadden gekeken en Frans- en Zeeuws-
Vlaanderen hadden ingebed?
En toen ik dit boek in handen kreeg, vroeg ik me af of er een geluidsopname bij zou zijn. Niet dus. En
dat vond ik aanvankelijk jammer. Dus even de vraag gesteld aan de auteur. En met zijn antwoord kon
ik perfect leven. Beiaardmuziek hoort thuis in de open publieke ruimte en geeft niet hetzelfde gevoel
op een CD. En toch bekruipt me het gevoel van een zeker gemis. Wil je een beiaard horen, dan moet
je het huis uit. Ook al is dat dan weer een toeristische troef.
In ieder geval het boek van Rombouts en Dill is een voltreffer. Net als de beiaardcultuur is het een
goed praktijkvoorbeeld van hoe een publicatie er kan en moet uitzien.
Paul Catteeuw
Displaying 1 - 1 of 1 review