Een hypergevoelige vrouw voedt haar zoon na de scheiding alleen op. Sprookjesachtig en poëtisch weet zij haar zoon in het leven van alle dag mee te sleuren. Met oog voor de pijnlijke plekken beschrijft zij haar worstelingen met opvoeding, familie en vriendinnen. Dan weer lieflijk, dan weer wreed. Extra wrang voelt het daarom dat haar zoon er op het einde van het boek voor kiest bij zijn vader, met zijn nieuwe vriendin, te willen gaan wonen.