In de tien verhalen van deze bundel biedt de schrijver zowel ernst als onernst. De ernst opent de rij en sluit haar ook weer. Een paar verhalen spelen zich af in de sfeer die bij gebreke aan een betere term bovennatuurlijk wordt genoemd. Toch werd er, zoals ook in vorige bundels, naar gestreefd het geheel aan de lichte, althans aan de niet-zware kant te houden. Daarvan wijkt alleen het laatste, wat grotere verhaal enigszins af. Dit poogt iets meer te geven dan enkel ontspanning, daar het bedoelt een fantasie te zijn op een wereld die over haar hoogtepunt heen is en naar de ondergang neigt. De actuele vraagstukken omtrent tijd en snelheid, en ook omtrent de angst, spelen er een rol in.
Ferdinand Bordewijk was born in Amsterdam and studied law in Leiden. After graduation he worked at a Rotterdam law firm.
His first published work was a volume of poetry titled Paddestoelen ("Mushrooms") under the pen-name Ton Ven. It was not particularly well received.
His breakthrough came with the short novels Blokken ("Blocks", 1931), Knorrende Beesten ("Growling Animals", 1933) and Bint (1934), and two longer works Rood paleis ("Red Palace", 1936) and Karakter ("Character", 1938).
His style, which is terse and symbolic, is considered magic realism. He was awarded the P.C. Hooftprijs in 1953 and the Constantijn Huygens award in 1957.