Eerst en vooral, vanuit vertelstandpunt is de schrijfster zelf de "ouwe". Wie dus dacht dat dit op Gerard Walschap zou slaan, die is er alvast aan voor de moeite. Vader Walschap zorgde wel voor vijftien pentekeningen van de aap Serge, naast de "ouwe" de hoofdpersoon van deze novelle. Zouden die aan de oorsprong liggen van dit verhaal? ("Ik heb hier enkele tekeningen van een aap, schrijf daar eens een verhaal rond!") Of is het toch op de "normale" manier gegaan? Of een mengeling van de twee? (Eén tekening van de aap, waarrond dan een verhaal werd verzonnen?) Hoe dan ook, het is een geslaagd debuut geworden voor dochter Carla, al kon het einde wel beter. Toch is het dat niet dat ervoor zorgt dat het "maar" een vier is geworden. Nee, de eenzame oude man wordt door de aap altijd aangesproken als "ouwe" (want jawel, de aap kan spreken) en omgekeerd wordt Serge door de oude man altijd als "jong" aangesproken. Deze "dialectische familiariteit" stoort me een beetje. Maar dat is misschien persoonlijk.