N-VA-demagogen en hun volgelingen peperen het ons al jaren in: 'België is de optelsom van twee verschillende democratieën die met de dag meer uit elkaar groeien.' Zouden deze mensen het over hetzelfde land hebben als de tweetalige Belg Paul Dirkx? De voormalige medewerker van de socioloog Pierre Bourdieu noemt de Vlaams-Waalse tegenstellingen fictie. Meer zelfs, zowel het Vlaamse als het Waalse nationalisme, zo stelt hij vast, zijn kinderen van het liberale België, producten van een staat die nu al meer dan 180 jaar bevoegdheden uitbesteedt. Aan politieke partijen en zuilen. Aan de vrije markt. En aan gewesten en gemeenschappen. Maar vooral ook aan de Europese Unie, waarvan de opbouw gelijkloopt met de afbouw van de sociale natiestaten. Warm u op voor een verrassend relaas over een Europa waarin België maar ook pakweg Spanje en Italië plaats mogen ruimen voor kleine, zwakke regio's die door het bedrijfsleven in een economische wedren tegen elkaar uitgespeeld kunnen worden. Of hoe etnisch federalisme rijmt op neoliberalisme: want versmelt die twee begrippen en je krijgt 'etnoliberalisme'.
Citaat : Je kunt 'het conflict tussen Vlamingen en Walen' niet uitsluitend verklaren als een gevolg van de 'Vlaamse zelfbewustwording'. Of van een nationale politiek die de 'Vlaamse cultuur' niet gunstig gezind was. Het is vooral een gevolg van de positie binnen het systeem van de Europese staten. Review : Paul Dirkx werd geboren te Ukkel in 1966 en studeerde Romaanse Taal- en Letterkunde aan de KU Leuven. Aan de Université de Paris-VIII verdedigde hij een doctoraal proefschrift over België en Belgische literatuur in de Franse boekenbijlagen na WO II.Vandaag doceert hij aan de Université de Nancy-II. In een tijd waarin 'het nationalisme geserveerd op een bedje van ietwat belegen populisme' hoogtij viert, is het wel goed om een werk van iemand te lezen die intellectueel flink beslagen is op het vlak van de Belgische politiek en alles wat daar verband mee houdt. Paul Dirkx, de voormalige medewerker van de socioloog Pierre Bourdieu noemt de Vlaams-Waalse tegenstellingen fictie. Meer zelfs, zowel het Vlaamse als het Waalse nationalisme, zo stelt hij vast, zijn kinderen van het liberale België, producten van een staat die nu al meer dan 180 jaar bevoegdheden uitbesteedt. Aan politieke partijen en zuilen. Aan de vrije markt. En aan gewesten en gemeenschappen. Maar vooral ook aan de Europese Unie, waarvan de opbouw gelijkloopt met de afbouw van de sociale natiestaten. De auteur maakt een zeer verrassende blauwdruk van de Belgische politiek van de stichting van de Belgische staat tot heden vooravond van de moeder der verkiezingen. Het is een verrassend relaas over een Europa waarin België maar ook pakweg Spanje en Italië plaats mogen ruimen voor kleine, zwakke regio's die door het bedrijfsleven in een economische wedren tegen elkaar uitgespeeld kunnen worden. Of hoe etnisch federalisme rijmt op neoliberalisme: want versmelt die twee begrippen en je krijgt 'etnoliberalisme'. Met Paul Dirkx kan de lezer vaststellen dat er heel wat misvattingen geslopen zijn in de beeldvorming over ons land. Zo is er de terugkerende mythe van de 'kunstmatige staat', tot stand gekomen als resultaat van de belangenstrijd tussen onze buurlanden Bourgondische eenmaking in de 15de eeuw. Wat in heel het verhaal over België, zijn ontstaan en zijn twee taalgroepen, meestal onbelicht blijft, is de rol van de financieel-economische elite. Die was er nochtans van in het begin. Wilfried Martens is eigenlijk de definitieve schepper van een taal-apartheid, die het land minder goed gedaan heeft dan men ooit kon vermoeden. Heel deze politieke wending zal er overigens toe leiden dat in dé regio waar Frans- en Nederlandstaligen continu samenleven - Brussel - men er alles zal aan doen om beide taalgroepen uit elkaar te halen. Aparte scholen, aparte culturele en sportinstellingen, enzoverder. Ook zal het Frans in heel "Vlaanderen" zo goed als volledig uit de openbare ruimte verwijderd worden. Terwijl de flaminganten daar mee bezig zijn, halen ze als inconsequente opportunisten langs alle kanten het Engels binnen. Heel het splitsingsgedoe, al de staatshervormingen, ze slorpen ongelooflijk veel energie en geld op, stelt Paul Dirkx. En je kan zelfs stellen dat als men al die energie en geld gestoken had in het vlot twee- of meertalig maken van het land, we taalkundig, economisch, cultureel enzo meer veel verder hadden gestaan... Paul Dirckx legt heel fijntjes diverse pijnpunten bloot die niet alleen de Belgische politici zouden moeten kennen, maar ook de Belgische kiezers! Vandaar dat het toe te juichen is dat zijn bevindingen niet alleen in het Nerlands te lezen zijn, maar ook in het Frans onder de titel: La concurrence ethnique uitgegeven bij Le Croquant .
Zoals opgemerkt door de vorige reviewer is dit boek op sommige plaatsen bijna onleesbaar. Breedsprakerig taalgebruik, een overvloed aan onnodige aanhalingstekens, irrelevante achtergrondinformatie, tangconstructies, enz. maken dit allesbehalve aangename of toegankelijke lectuur. En dat is jammer, want Paul Dirkx' basisinzichten hadden zeker potentieel om in een veel sterkere, veel meer to-the-point analyse gegoten te worden.
Interessante these, goed onderbouwd met feitenmateriaal. Het werpt een interessant licht op de dysfunctionele democratische structuren in België, en op de manier dat bijna alle besluitvorming geoutsourced is naar partijen, zuilen en de Europese Unie. Sterk minpunt echter was de schrijfstijl: die was afschuwelijk, en maakte het boek op sommige punten bijna onleesbaar. Ook de occasionele spellingsfout wekte enige ergernis op. Daarom vier sterren, in plaats van de vijf die de analyse op zich wel waard is.