Een man, gekweld door stemmen, denkt op een kermis verlossing te kunnen vinden: de dood in zeven vormen. Peter Schaap, 'godfather van de Nederlandse fantasy', laat met dit verhaal zien dat hij veel meer kan dan romans schrijven alleen. En glimlach om de doortrapte wijze waarop detective Hans d'Ancy - een creatie van multifantast Tais Teng - een ieder om de tuin weet te leiden. En grinnik om het schelmenverhaal 'Kulain de Voetvechter' van W.J. Maryson. Verhalen van grootmeesters uit de fantasy die hun sporen al ruimschoots verdiend hebben.
Maar... Deze derde PF bundel staat bol van - nog niet eerder gepubliceerde - epische fantasy, een beetje 'horror' en zelfs een vleugje SF. Een bloemlezing van korte fantasy, SF en horrorverhalen van - nieuw - schrijftalent van Nederlandse en Vlaamse bodem. Talent dat in de meeste gevallen eerder in Pure Fantasy al eens van zich liet 'horen'.
Alex de Jong werd geboren als oudste zoon in een gezin dat uiteindelijk vier kinderen zou bevatten. Hij groeide op in het Friese Kollum. Vanaf het moment dat hij een pen vast kon houden, 'schreef' hij al. Zelfs toen het abc voor hem nog een onverklaarbaar wonder was, krabbelde hij er als een lieve lust op los. Schrijven is dan ook even onlosmakelijk met hem verbonden als ademen en eten en drinken om in leven te blijven.
Dat hij, met zijn schrijfaspiraties, schrijver zou worden, wist hij al vanaf zijn zesde levensjaar. Schoolonderzoeken waren aan hem niet besteed. Hij wilde verhalen schrijven. Thrillerachtige korte verhalen, westerns, SF en detectives, hij schreef het allemaal. Zijn Nederlandse boekenlijst besloot hij zelfs principieel niet te gaan lezen omdat hij het oneens was met de regel dat er slechts literatuur op voor mocht komen. Een klasgenoot besloot zelfs zijn korte verhalenbundel ‘De dood is levend’ op zijn boekenlijst te plaatsen. Het leverde huize De Jong een telefoontje op van de docent die, toen hij moeder te spreken kreeg, zich afvroeg waar hij de verhalenbundel van haar zoon kon vinden. ‘In de bibliotheek, wellicht?’ zo vroeg de docent zich af. ‘Ik denk eerder in zijn kast’, was het laconieke antwoord van zijn moeder.
Ondanks weinig hoopgevende afwijzingen van uitgevers in zijn tienerjaren (met zinsneden als ‘uw stijl past niet in ons fonds’ en ‘probeert u het op een later stadium nog maar eens’), wist Alex dat hij schrijvend zijn brood wilde verdienen. De stap naar de journalistiek leek een logische keuze. Een en ander werd hem overigens pas zonneklaar toen hij op de achterflap van een thrilleromnibus las dat de desbetreffende auteur via diverse journalistieke loopbanen, uiteindelijk schrijver was geworden. ‘Blijkbaar moet ik eerst de journalistiek in voordat ik een goed schrijver kan worden’, zo redeneerde hij.
Van 1989 tot en met 1999 werkte Alex als freelance journalist voor diverse kranten, opinie, vakbladen, sponsored magazines en het bedrijfsleven. Toen hij ‘vanwege de rust en het vaste inkomen’ een baan als vakredacteur aanvaardde, kon er op ATV-dagen, avonden en weekenden eindelijk naar hartelust creatief worden geschreven. Het resultaat is de aanzet tot een omvangrijke wereld Santorian: De Santoriaanse Kronieken, waarvan ‘De raad van zeven’, het eerste deel is. Inmiddels werkt Alex, getrouwd met Eva en vader van twee zonen (Daniël en Bas), al volop vanuit zijn ‘kasteel’ in Kampen aan het vervolg van ‘De Raad van Zeven’, dat als titel ‘De Monniken des Doods’ heeft meegekregen.
Daarnaast is hij begonnen aan een reeks op zichzelf staande verhalen over Sylvestre Curare, een detective in fantasysetting, en schrijft hij korte fantasyverhalen die onder de naam ‘Santoriaanse Vertellingen’ in boekvorm zullen verschijnen.