De schrijver legt op heldere en eenvoudige wijze uit welke klanken Nederlanders maken en waarom ze precies die maken en geen andere. Hij besteedt daarbij zowel aandacht aan de standdaardtaal en de traditionele dialecten als het Gronings als het Gronings, als aan meer recente varianten als het Surinaams-Nederlands en de Turkse tongval. Al met al is het een leerzaam boek over de gymnastiek die onze spraakorganen elke dag bij het praten maken en over de manier waarop de verschillen tussen allerlei dialecten ons iets kunnen leren over onszelf.
Ik ben wel een fan van Marc van Oostendorp. Ik zou graag een heropleving van Nedersaksische en Nederfrankische talen en bepaalde indianentalen waar wij vinger in de pap bij hebben. Een yankee is volgens mij gewoon een jankees.