Citaat : Jij hebt een talent, Amir, en dat talent heeft er voor gezorgd dat je nooit meer hoeft te accepteren dat iemand je voor kameel, woestijnrat of Moorse hond uitmaakt. Met dat loodzware lichaam van je vlieg je over de pijn die je anders had moeten lijden.
Review : De Marokkaans Nederlandse schrijver Abdelkader Benali debuteerde in 1996 met de uiterst geloofde roman Bruiloft aan zee, verschenen in vertaling in onder meer Engeland, de Verenigde Staten, Spanje, Duitsland, Frankrijk, Denemarken en Griekenland en werd bekroond met de Geertjan Lubberhuizenprijs 1997 voor beste debuut en Prix de Meilleur Premier Roman Etranger, Frankrijk 1999.
Ondertussen is de man een gevestigde waarde die, naast talloze romans, een oeuvre heeft geschapen van reisverhalen, toneelstukken, columns, brieven en een gedichtenbundel. Naast het schrijven doet Benali regelmatig uitstapjes naar de tv-wereld. Onder leesfanaten is hij welbekend van het programma 'Benali Boekt', waarin hij de lezer een kijkje geeft in de levens van bekende Nederlandse schrijvers. Zijn roman Bad Boy is geïnspireerd op het leven van de inmiddels befaamde beroepsvechter Badr Hari die als bijnaam Bad Boy heeft.
Badr Hari is door zijn turbulente levenstijl in opspraak gekomen en in Nederland liepen en lopen rechtszaken wegens gewelddelicten tegen hem. In Nederland zorgde het proces Hari voor flink wat deining en werd de roman ook minder neutraal bekeken dan hier in Vlaanderen. In de roman van Benali is Bad BoyAmir Salim die vanaf zijn puberjaren vele uren doorbrengt in de sportschool. Het is een uitkomst voor de jonge man die onzeker is en kwetsbaar. Als kleine jongen spreekt hij niet. Pas wanneer hij op de kleuterschool het peuterboek van Eric Carle heeft gezien, komen de eerste woorden: 'Ik ben Rupsje Nooitgenoeg.' (hier moest ik onwillekeurig terugdenken aan Benali's prachtige roman De stem van mijn moeder).
Zijn zelfvertrouwen groeit naarmate hij meer succes heeft in de ring. Wanneer hij erin slaagt de pestkoppen van zijn schoolvriend Mo een lesje te leren, betuigt Mo Amir zijn eeuwige dankbaarheid. Jaren gaan voorbij. Amir triomfeert, maar vervreemdt van zijn familie. Hij bewoont een prachtig appartement in Zuid, heeft een manager, Fernandez, en een blonde glamourvriendin, Chanel. Wanneer zijn glamourvriendin tijdens het uitgaan door een oude vijand van Amir wordt vernederd, slaan alle stoppen door. Amir de vechter en Amir de man worden een, en de klappen vallen. Om Amir uit de luwte te houden, vraagt zijn manager hem om een gestrand reisgezelschap, waaronder zijn dochter, in Marokko te gaan zoeken. Eenmaal daar werpt Amir zich op als reisleider. Daar krijgt Amir de kans om de man van de vechter te scheiden. Om het gestrande gezelschap in Marrakech te krijgen is hij immers enkel aangewezen op zijn kwaliteiten als mens. In deze gedaante groeit hij innerlijk en blijkt hij het meest met zichzelf samen te vallen.
Benali heeft zijn roman stevig opgebouwd. In het eerste hoofdstuk – een soort proloog – introduceert Amir Salim via de drie geboortes die hij gekend heeft: als de vierde zoon van zijn ouders, als succesvolle vechter en als reisleider. Amir ervaart in Marokko zijn derde en misschien definitieve geboorte, ver van het hysterische Nederland dat hij onbewoonbaar heeft gemaakt voor zichzelf. En in die gedaante, in dat land, is hij allerminst een bad boy. Benali tekende een boeiend en doordringend literair portret van een jonge man die verstrikt raakt in zijn dubbele identiteit en culturele onthechting, ondanks alle goedbedoelde pogingen om het anders en perfect te doen.