Joshua Lohman reist af naar een afgelegen eiland in de Atlantische Oceaan. Hij zoekt de totale afzondering, geplaagd door schuldgevoelens over een ernstig auto-ongeluk waar hij bij betrokken was. De veerdienst is opgeheven, de laatste bewoners worden geëvacueerd, hij zal als enige achterblijven. Althans, dat is wat Joshua denkt... Een handvol eilanders houdt zich schuil, ieder van hen met een eigen reden, en zonder dat ze het van elkaar weten. Een van de achterblijvers, het jonge meisje Jo-Anne, zoekt steeds het gezelschap van Joshua, nogal tegen zijn zin. Maar als de zomer voorbij is, de stormen komen en de situatie op het eiland langzaam ontspoort, komt hij voor een dilemma te staan: moet hij dit kind redden?
Gerwin van der Werf (De Meern, 13 juni 1969) is schrijver, columnist/publicist bij Dagblad Trouw en muziekdocent. Hij publiceerde vier romans bij uitgeverij Atlas Contact: Gewapende Man (2010), Wild (2011, longlist Libris Literatuurprijs), Luchtvissers (2013) en Een Onbarmhartig Pad (2018). Ook verschenen er van hem twee bundels met columns en verhalen over het onderwijs: Schooldagen (2014) en Stampen en Zingen (2018)
Van der Werf won de eerste editie van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd in 2010 voor het gedicht Misbruik.
Kun je wakker liggen door het lezen van een roman? En zo ja, waarom dan? Mij overkwam het na het lezen van Luchtvissers van Gerwin van der Werf. Dat van der Werf een aanzienlijk literair talent had wisten we al door zijn vorige romans en uit zijn columns in Trouw, waarin hij regelmatig met nauwelijks onderdrukte woede de gefnuikte mens ten tonele voert. Maar Luchtvissers is zijn meesterproef, een klassieke roman die in thematiek verwijst naar het beste van W.F. Hermans, maar die qua stijl onnadrukkelijk poëtisch blijft. De personages uit Luchtvissers, vijf of zes in getal, als je de onzichtbare vuurtorenwachter meerekent, zijn moedwillig achtergebleven op het vogeleiland Lundines dat geen bestaansrecht meer heeft. Zij bevinden zich in een teleurstellend universum, waarin het draait om schenden of geschonden worden. Lust, zwakzinnige almachtsfantasie, treiterzucht en de vergeefsheid van liefde en geloof drijven hen in de richting van de ondergang. De held van het verhaal, ik-verteller Joshua Lohman, is de vreemdeling die in deze gemeenschap-tegen-wil-en-dank de orde komt verstoren. Het verhaal opent verwachtingsvol, uitgebeeld door het licht, dat zelf meermalen als personage optreedt: ‘Het eerste zonlicht streek over het gras van Lundines, zacht licht dat leek te aarzelen, alsof het speciaal voor het eiland was gekomen, maar niet zeker wist of het gelegen kwam.’ En aan het slot heet het: ‘…het was geen troost wat hij naar binnen goot, het was zelfs geen verdoving, het was wrok in zijn oervorm, het giftige destillaat van onmacht. En de kerk, die vond het best, net als dit eiland, deze met turf beklede rots, en de zee, en de lucht, waar het licht uit wegtrok, alsof het zich uit de voeten wilde maken.’ Tussen dit komen en gaan van het licht wordt de tragedie in Luchtvissers opgespannen. Wat te doen in een universum waarin God alleen nog zichtbaar gemaakt kan worden door hem te loochenen? Hoe te leven als elke uitgestoken hand en elke goedbedoelde poging ontaardt in dood en verderf? Dat zijn de vragen die Van der Werf zich in Luchtvissers stelt, want anders dan zijn hoofdpersoon Joshua, heeft Van der Werf geen angst voor diepte. Hij verwijst in zijn strooifiguurtjes niet alleen naar Hermans (de ontroerende scènes van Markus waarin hij zijn vrouw Marthe met zijn ouderwetse Leica wil vastleggen), maar ook naar de Bijbel, bijvoorbeeld in de namen van de personages Joshua, de held, Marthe, de passief-lijdende, en de twee evangelisten Mattheus en Markus. En hierin ligt het geheim van dit boek, dat heel vermetel meer wil zijn dan een spannend verhaal en een troost voor migrainelijders. Het is niet God, maar het zijn Zijn verhalen die het leven zin geven. Luchtvissers maakt deel uit van de liturgie die de literatuur zelf is. In de herhaling van steeds het oude liedje wordt keer op keer verklankt wat het betekent om mens te zijn. Gerwin van der Werf, De Cormac McCarthy van de geestgronden, schaart zich bij de groten.
Dit boek versterkt mijn reden waarom ik geen Nederlandse literatuur van mannelijke schrijvers lees. Mensen zijn lelijk, seks is een belangrijke drijfveer en dan ook nog een pedofiele geestelijke en incestueuze vader. Het idee van het verhaalleek me wel interessant, maar deze thema’s gingen me te ver. Voor boekenclub gelezen.
This entire review has been hidden because of spoilers.
Vijf mensen zijn in het geheim achtergebleven op een afgelegen eiland dat ontruimd is. Een van hen is een vreemdeling die een traumatische gebeurtenis uit het verleden wil ontvluchten.
'Luchtvissers' is een verhaal over schuld en de zoektocht naar verlossing, over geloof en ongeloof, liefde en waanzin.
Wat ik er van vind:
Heel toepasselijk staat voor in het boek:
'Das Paradies ist eine Insel Die Hölle auch' Judith Schalanskey, 'Atlas der abgelegenen Inseln'
In oktober zag ik de trailer van 'Luchtvissers' en meteen was mijn interesse gewekt. Ik ontving een recensie-exemplaar van Uitgeverij Atlas Contact. Toen ik begon te lezen was het heel even een wat moeilijke (langzame) start, maar eenmaal op weg was er geen terugkeer meer mogelijk. Ik moest en zou het boek verder lezen en zien wat er gebeurde met deze personen. Je leert de redenen kennen van de volwassenen om op het eiland te blijven. De kleine Jo-Anne is een geval apart in de hele verhaallijn. Het leest heel vlot door, met fijne korte hoofdstukken, waarin je steeds iets meer leert over de eilandbewoners. De hoofdpersoon Joshua vindt zijn verlossing uiteindelijk. Dat kan niet van alle betrokkenen gezegd worden. Of wel, net hoe je het bekijkt …. Een bijzonder indrukwekkend boek. Met reële personages op een even reëel eiland. Ik stel me voor dat het vaker zo gaat als beschreven is, op een eiland afgesloten van de buitenwereld. Dit boek leg je niet weg ! Het is vergelijkbaar met een trein: komt wat langzaam op gang, maar heeft dan een vaart,geweldig !! Uitstappen is geen optie !
Nadat Denemarken de ontruiming van het kleine eiland Lundines heeft georganiseerd en de laatste ferry is vertrokken blijken er toch nog zes mensen achtergebleven te zijn. Markus is een bejaarde luchtvisser - iemand die papegaaiduikers van de kliffen schept met een net - die het niet ziet zitten om met zijn dementerende vrouw hun geboortegrond te verlaten. Ook herder Jens en zijn tienjarige dochter Jo-Anne blijven achter, net als de aan alcohol verslaafde en immer met god en zijn latente pedofilie strijdende dominee Quast. De zesde verstekeling is een buitenlander, Joshua, die na de door hem veroorzaakte dood van zijn stiefzoon rust denkt te zullen vinden op Lundines. Deze zonderlingen proberen een gemeenschap te vormen en mettertijd komen de geheimen boven. Door zijn zware thematiek voelt Luchtvissers heel Scandinavisch aan, maar van der Werf is een volbloed Nederlander en daardoor gloort in de verte ook de redding. Die wordt ons getoond door de papegaaiduikers die met hun trieste ogen niet alleen toekijken hoe Markus hun soortgenoten de nek omdraait en een vleugel afkraakt om via het zo ontstane gat in de borstkas het nog zachtjes pompende hart op te slurpen, maar ook ieder jaar na de eerste najaarsstorm het eiland verlaten. Misschien, beseft Joshua, kan hij via Jo-Anne volbrengen wat hem met zijn stiefzoon nooit is gelukt.