Het onderscheid tussen man en vrouw lijkt een natuurlijk en onveranderlijk gegeven, dat zijn oorsprong vindt in de fundamenteel verschillende bouw van hun lichamen. Hun haast onvergelijkbare lichaamskenmerken doemen mannen en vrouwen niet alleen tot sterk verschillende seksuele gedragingen, maar zadelen hen ook op met tegengestelde ambities, verwachtingen en wereldvisies. En toch zijn er tijden geweest waarin de grens tussen het mannen- en het vrouwenlichaam niet zo eenduidig te trekken viel. Tijden waarin de vrouwelijke geslachtsorganen naar binnen gekeerde versies van hun mannelijke tegenhangers waren, hermafrodieten als een derde sekse werden beschouwd en menstruerende of melkgevende mannen tot de mogelijkheden behoorden. Pas vanaf de zeventiende eeuw werden ‘mannelijkheid' en ‘vrouwelijkheid' als lichamelijk gedetermineerde en elkaar wederzijds uitsluitende categorieën verbeeld en beleefd. In Het lichaam (m/v) wordt onderzocht hoe, van de middeleeuwse eschatologische literatuur tot de twintigste-eeuwse softpornobladen, een beroep op lichamelijke categorieën is gedaan om mannelijkheid en vrouwelijkheid van elkaar te onderscheiden. Het concreet beleefde lichaam bleek echter vaak weerstand te bieden aan dergelijke expliciete of subtiele normeringen.