‘Ik bel je wel als ik dood ben’ van Cherry Duyns gaat over de vriendschap tussen de Duyns en Armando. Ze hebben elkaar langer dan een halve eeuw gekend. Aan het einde van Armando’s leven hebben de twee gedurende 7 jaar 21 gesprekken gevoerd, de laatste ontmoeting vond in de lente van 2018 plaats, in het jaar dat Armando zou sterven. Dit boek bevat de gesprekken waarin onvermijdelijk hun beider verhaal is opgenomen en wat hen taal, humor, variété, muziek, beeld. Maar Cherry Duyns was ook op zoek naar Armando’s geschiedenis, zijn jeugd, de oorlog, wat hij hoorde, zag, wat hem is overkomen. En naar Armando als beginnend kunstenaar, overtuigd van de opdracht die hij zichzelf had gegeven. De drift te moeten maken, de geldingsdrang. De hoon die over hem kwam, zijn onverstoorbaarheid, zijn succes. Een eigen museum voor zijn Gesamtkunstwerk. De brand van het museum, zijn lichamelijke neergang en dan toch weer de voortgang.
Prachtig, plezierig boek, waarin Cherry Duyns zijn vriend, de geweldige Armando laat spreken. Duyns stelt zich vriendschappelijk en dienstbaar op, met als resultaat een nu en dan knorrige, maar nog vaker openhartige Armando. Interviews geven inzicht in het universum van Armando, zijn kunstopvattingen, zijn geschiedenis, zijn mens- en wereldbeeld, zijn ruime belangstelling. Heel fijn zijn ook de kleurkaternen, die een beeld geven van het leven van Armando en zijn werk.