De ontdekking van de Nederlanden neemt de lezer mee op reis met Britse en Franse reizigers die in de periode 1750-1795 de Lage Landen bezochten. Het is een caleidoscopisch avontuur te voet, met postkoets en schuit naar onder meer een opgezette neger in Rotterdam, de residentie van de prins van Oranje in Den Haag, de mummies in Leiden, openbare geseling in Haarlem, het achtste wereldwonder in Amsterdam, de dievenmarkt in Gent en Rubens in Antwerpen. Door de observaties van deze 'toeristen' ontstaat niet alleen een verrassend en levendig beeld van de eigenaardigheden en gewoontes van zwierige zuiderlingen en de steile Hollanders, maar krijgen we ook inzicht in de culturele, politieke, economische en godsdienstige aspecten van de Nederlanden in de achttiende eeuw.