The Peanuts Kidnap, aldus Pieter Maritz. Nou, mooi niet. Zo gemakkelijk gaat dat natuurlijk niet. Twee toffe jongens (de ander heet dus gewoon Loetje, hè) uit de hoofdstad die, met wat hulp links en rechts, een gloeilampmagnaat van straat plukken en verstoppen. Heineken was al gedaan, vandaar. Max Kroonen is de naam. En de klos, dus.
Ook 35 miljoen waard. Maar nu in euro's. Het wordt sowieso niet een ontvoeringszaak zoals die andere. Of anderen. Absoluut niet zelfs. Hier is meer aan de hand. Onvoorziene bemoeienissen bijvoorbeeld. Mensen verdwijnen, lijken verschijnen. En dan zit er nog een flinke adder onder het gras ook. Het levert alles bij elkaar een behoorlijk levendig geheel op.
Het gaat dan ook vrijwel altijd volle kracht vooruit. De handel en wandel van Trees de Canadees valt in eerste instantie een beetje uit de toon, ze begint als buitenstaandster, maar verder vlot geschreven met kleurrijke typetjes, scherpe dialogen en korte, veelal vinnige hoofdstukjes waar telkens iemand anders aan bod komt. Zo is er amper een dooie pagina te bekennen.
En voor de liefhebber zijn er hier en daar nog enkele jolige verwijzingen naar het echte misdaadwerk (e.d.) op te pikken. Vermakelijk, dus. Ik heb me er in ieder geval niet mee verveeld. Ideaal leesvoer voor onder een mild lentezonnetje of zo. Maar niet met een wodka-cola-breezertje erbij. Pas op, hoor. Wie dat slurpt, vraagt er gewoon om.
Mijn allereerste recensie ging over een boek van Tomas Ross en sindsdien ben ik een fervent liefhebber van zijn factie-romans. Toen dan de eerste duo-rit met Ferdinandusse werd aangekondigd was ik behoorlijk nieuwsgierig. Het werd geen ontgoocheling.
Kidnap deed dus hoge verwachtingen rijzen. Het begin gaat een beetje stroef, maar de hoofdpersonages moeten dan ook nog neergezet worden. Als het plaatje gemaakt is en de eigenaardigheden van de protagonisten gekend, komt er vaart in het verhaal. Zowel hoofdrolspelers als bijrollen blijven stevig overeind. De actie geeft nergens de indruk buitensporig of irreëel te zijn. Kortom: de lezer zit vast aan het boek.
Uiteraard raakt op een gegeven ogenblik het onderzoek in het slop. En even voorspelbaar is het feit dat één flits van een -min of meer gedwarsboomde, en dus extra verbeten- inspecteur de zaak in een stroomversnelling brengt. Maar wat er dan volgt konden de auteurs waarschijnlijk zelf pas vermoeden toen ze aan de epiloog begonnen?