Het is een terugkerende vraag in het publieke debat: in hoeverre zijn PVV-leider Geert Wilders en zijn partij wel of niet fascistisch? "Is Wilders een fascist?" gaat over de inhoud van deze vergelijking. Een veelzijdig en erudiet gezelschap van prominente Nederlanders, onder wie cabaretier Herman van Veen, misdaadjournalist Peter R. de Vries en ex-minister Ella Vogelaar, bestempelde Wilders en zijn beweging ronduit als fascistisch. Oud-premier Ruud Lubbers verklaarde vorig jaar dat de vergelijking tussen PVV en het fascisme moet kunnen. Hij meende dat er in een tijd van rechts beleid en boude uitspraken best tegengas mocht worden gegeven.
Kan dit zomaar? Robin te Slaa, medeauteur van het standaardwerk "De NSB. Ontstaan en opkomst van de Nationaal-Socialistische Beweging" en kenner bij uitstek van deze materie, buigt zich over deze slepende kwestie. In "Is Wilders een fascist?" legt hij de voorman van de PVV langs de fascistische meetlat.
Fascisme: is de vitalistische ideologie van de daad. Minder een rationele aanvaarding van een leer, meer een onbetwistbaar enthousiasme van ‘gelovigen’.
Het is een revolutionair-utopische ideologie. Het wil de ‘derde weg’ zijn, naast #1 liberaal-kapitalistisme & #2 marxistisch-socialisme. Het wil een klasse overstijgende synthese van ‘alle’ bevolkingsgroepen. In Italië : de corporatieve staat. In Duitsland : de Volksgemeinschaft (let wel; alleen het ‘eigen’ Arische volk. Waarbij op den duur, en eerst in Duitsland, de Jodenvervolging van start ging).
Er ontstaat dan (is het idee) een nationale wedergeboorte d.m.v. een met geweld doorgevoerde politiek-cultureel-sociale revolutie. De degeneratieverschijnselen v.d. liberaal-kapitalistische samenleving (w.o. democratie) worden overwonnen, dankzij een vastberaden wil & een fanatieke voorhoede met een sterke leider. Het overspannen utopisch ideaal (‘geloof’) was bepalend voor de onverzoenlijkheid waarmee tegenstanders werden vervolgd. Het messiaans utopisme en de massamoord waren twee kanten van dezelfde ideologische medaille. Het heeft geleid tot (gewelddadige) anti-liberalistische en anti-individualistische maatregelen om het fascistisch-utopistisch ideaal te creëren van een egalitaire collectivistische en totalitaire staat.
Tot zover het fascisme.
En Wilders?
Populisme: is een ‘dunne’ ideologie waarin de kloof tussen het (tamelijk) homogene ‘volk’ en de (zelfzuchtige, corrupte) elite centraal staat. Een populist presenteert zich als de vertegenwoordiger van ‘het volk’ die weet wat het volk echt wil. Hij is voor volksinitiatief, referenda en directe verkiezingen om de volkswil te doen zegevieren. Men onderscheidt ‘protestair populisme’ (aversie tegen de elite) en ‘identitair populisme’ (aversie tegen immigranten). Bij de PVV is van beide vormen sprake.
Geert Wilders haalt vaak de ‘joods-christelijke’ traditie aan, waarvan hij de (anti-islamitische) hoeder is. Antisemitisme komt derhalve in het PVV program niet voor. En een fascistische, revolutionaire of utopische ideologie valt bij de PVV ook niet te traceren. Ook is er geen aanwijzing dat de PVV of Wilders uit is op dictatoriale macht of pleit voor een totalitaire staat. Wilders zet zich zelfs af tegen de Islam omdat die in zijn ogen een totalitaire ideologie vertegenwoordigd die moet worden bestreden ‘zoals we dat met alle totalitaire ideologieën moeten doen.’
Wilders is er inmiddels van overtuigd dat de elite actieve steun verleent aan de islamisering van Europa, ‘een Europa zonder vrijheid: Eurabië’. Hij stelt daar draconische maatregelen tegenover (verbieden van de koran, verbieden van minaretten, belasting op hoofddoekjes), maar ras en bloed zijn geen elementen in zijn betoog. Wilders biedt moslims als individu de mogelijkheid tot maatschappelijke acceptatie, al moeten ze dan wel eerst hun religie verwerpen. Wat toch minder heftig is dan de onherroepelijke en absolute uitsluiting van joden door de 20e -eeuwse fascisten.
Hij beschouwt het leven niet als een sociaal-darwinistische en onafgebroken strijd tussen volken en rassen. Hij hangt geen geweldscultus aan. Het zet niet de staat of de natie op een voetstuk. Conclusie : Wilders’ islamfobie is abject en discriminerend. Zijn standpunten zijn, ook grondwettelijk gezien, discutabel. Hij is een geradicaliseerde opportunist met een beperkt denkvermogen.
Het is een "eh" van mij. De schrijver heeft duidelijk verstand van historie en fascisme en heeft meer dan genoeg onderzoek gedaan. Maar wat er in staat doet de titel niet recht. Het overgrote deel van het boek is een licht incoherente analyse van wat fascisten dachten, met wel heel veel nadruk op de verbanden tussen de socialisten en fascisten.
Het laatste stukje eindigt eindelijk weer bij de PVV, maar de schrijver gaat niet in op, of analyseert niet, wat en waarom de PVV gelooft, en hoe het dat overbrengt. In plaats daarvan grijpt hij naar zo ongeveer het slechtste wat racisme te bieden heeft, en legt het naast wat Wilders beweert te geloven.
Mogelijkerwijs het slechtste voorbeeld hiervan is de vergelijking tussen Wilders' islamofobie en de Jodenhaat. Waarbij hij stelt dat sinds Wilders zelf zegt dat hij geen Moslims haat, alleen islamisten, dat dat dus een "uitweg" bied die fascisten typerend niet doen. Terwijl de realiteit, dat Wilders niet alleen islam haat maar ook het "ras" dat hij ermee in verbinding brengt, en dat zijn volgelingen dat helemaal begrijpen, duidelijk is voor wie er ook maar licht onder het oppervlak kijkt. Daarbovenop dat fascisme, door hem ook toegegeven, in zijn vroege vorm ook zulke "uitwegen" bood.