Jeroen Brouwers was a Dutch journalist and writer.
From 1964 to 1976 Brouwers worked as an editor at Manteau publishers in Brussels. In 1964 he made his literary debut with Het mes op de keel (The Knife to the Throat).
He won the Ferdinand Bordewijk Prijs in 1989 for De zondvloed, and in 1995 the Prix Femina for International works for his book Bezonken rood (Sunken Red). In 2007 he refused the Dutch Literature Prize (Prijs der Nederlandse Letteren) - the highest literary accolade in the Dutch-speaking world - because he considered the prize money of €16,000 too low for all his work.
Citaat : Waar je ook kijkt of komt, of wat je ook aanraakt in Brussel, je stuit op letteren, niet alleen de Nederlandse trouwens want twee zusjes Brönte hebben er gewoond, Emily van Wuthering Heights en Charlotte van Jane Eyre,- Review : Jeroen Brouwers woonde in de jaren zestig van vorige eeuw in Brussel, de stad waar Multatuli zijn Max Havelaar schreef. In typisch Brouwersstijl vertelt hij in dagboekvorm en gedateerd over de wandelingen die hij maakt, de bezienswaardigheden die hij bezoekt, zoals huizen, graven, en café's, en mijmert. Hij ontmoet mensen, schrijvers, niet-schrijvers, levenden en doden.
Groetjes uit Brussel is het verslag van een buitenlander die zich thuisvoelt in Brussel en geamuseerd maar soms ook geërgerd literatuur, mensen en literaire mensen analyseert. In kleine kring raakte Brouwers bekend om zijn vlijmscherp geschreven karakterportretten van enige Vlaamse auteurs (onder andere Jef Geeraerts en Hugues C. Pernath), in grotere kring om het polemisch geweld waarmee hij bepaalde Vlaamse literaire en culturele mythes als zodanig wist te ontmaskeren. En dat het zalven en slaan er al van meet af aan inzat daar is Groetjes uit Brussel een duidelijk bewijs van.
Een jonge Brouwers (1969) waarin hij ons meeneemt op wandel door Brussel. Ons toont waar vele Nederlandse auteurs leefden, schreven en begraven liggen. Het Brussel met architectonische wangedrochten, zijn pietluttigheid, zijn gekopieerde grandeur. Brouwers heeft duidelijk een haat-liefde verhouding met de stad. Niemand kan als hij die relatie verwoorden.
Ansichtkaarten van Brouwers over Literatuur en Dood uit Brussel, stad waar je nooit echt van kunt houden maar waar je in elk geval weg bent van Nederland.
Mja, dit boek, ik weet het niet zo goed. Slecht was het niet, al kwam dat ook wel deels omdat het over Brussel (en zijn (gebrek aan) architectuur) ging en daardoor bij momenten wel herkenbaar was. Maar mensenlief, wat kan Jeroen Brouwers soms overdrijven en aan name-dropping doen! Beetje vermoeiend soms, waardoor dit eerste boek dat ik van hem las mij nu niet meteen overtuigde om ook de rest van zijn oeuvre te lezen...
Dit boekje is een soort dagboek (tss 1964-'68) over zijn Brusselse jaren, toen hij als redactiesecretaris bij Manteau werkte (1964-1976). Over zijn werk schrijft hij hier nooit, alsof werken geen plaats inneemt in zijn leven ; en Angèle Manteau wordt één keer vernoemd. Ansichtkaarten over liefde dus.... Het viel mij echter op dat in deze overpeinzingen liefde opmerkelijk afwezig is. Hij heeft een vrouw, Nelleke, die thuis braaf zit te wachten, terwijl hij de nacht en de dag doorbrengt met ene Sylvie, die hij overigens minacht. Ze krijgen een zoontje. Over dit kind wordt niet meer gerept , behalve in de laatste blz. waar hij met zijn zoontje aan de hand een kerkhof bezoekt. Terwijl Nelleke ligt te bevallen van hun tweede kind, loopt hij weg uit het ziekenhuis en gaat wandelen. O tempora o mores.
Literatuur komt des te meer aan bod. Soms leek het wel mijn cursus hedendaagse literatuur: op ongeveer elke blz name dropping, wie waar heeft gewoond, met adres en huisnummer en jaartallen en al. Maar natuurlijk hebben heel wat Hollandse schrijvers in Brussel gewoond, Multatuli schreef er zijn Max Havelaar; evenals een aantal niet onbelangrijke Franse en Engelse schrijvers. Hij wandelt, struint, kuiert door de Brusselse straten, kerkhoven en bossen. Met deze stad heeft hij een haat-liefde verhouding; al is er meer haat dan liefde... naar mijn idee omdat hij er zich niet thuisvoelt. Brussel heeft straten " ... die iedere voetganger .... met ondraaglijk verdriet vervullen". "....is Brussel volstrekt uniek: deze door een wanprodukt als het Justitiepaleis overvleugelde stad is een kitscherige, naäperige en karakterloze opeenstapeling van monstruoziteiten, griezeligheden en gedrochtelijkheden zonder weerga in Europa, verzameld uit de gehele wereld, aangevoerd van alle windstreken. ‘ En ook voor de bewoners voelt hij niet veel genegenheid: " ...jij bent een vreemdeling hier zonder het gevaar te lopen ooit te worden'opgenomen', beter nog: waar je 'Hollander' bent dus schier allerwege het onuitroeibare wantrouwen van het vlaamse gedeelt der bevolking zult blijven ontmoeten , dat zich ten opzichte van Holland minderwaardig en met laatdunkendheid bejegend voelt,- waar je noch het Frans verstaat, noch het Brussels, noch het Vlaams, noch het Nederlands, dat hier geen Nederlands heet maar AA-BEE-EN...."
en dood Doodgaan, de vergankelijkheid, begraven zijn komen vaak genoeg aan bod. Hij verkent trouwens graag kerkhoven.
Niet vermeld in de titel, maar toch vrij belangrijk: geschiedenis. Brouwers haalt allerlei historische weetjes aan (Egmond en Hoorn, Albrecht en Isabella etc..) Sommige critici bestempelen dit werk als "ironisch". Mij leek zijn pen eerder in venijn gedoopt. Het is evident dat Brussel hem niet ligt en dat hij niet veel sympathie heeft voor de Vlamingen.