De geschiedenis van de teloorgang van een muzikaal duo, Arthur Roest die bij optredens de teksten doet, en de pianist Johan Huls. die het verhaal vertelt. Het zijn ontelbare verwikkelingen in heden en verleden die op onnavolgbare en soms moeilijk te volgen manier door elkaar lopen, met voortdurend een andere hoofdpersoon en een andere omgeving en een andere context, wat er niettemin niet toe leidt dat de lezer verschillende perspectieven op de grote lijn geboden wordt, zodat de ontknoping, in de allerlaatste zin, als een verrassing komt. Ik blijf wel benieuwd hoe het hierna verder moet met Huls. Grappig is dat je doorheen het boek aldoor Freek de Jonge in je hoofd hoort meepraten, wat zeker ook veroorzaakt wordt door de los-associatieve stijl van het geheel, die de lezer kent van De Jonge's theatervoorstellingen.