Voordat A.L. Snijders zijn naam vestigde als de godfather van het door hemzelf in het leven geroepen subgenre van het ZKV – het Zeer Korte Verhaal – schreef hij columns voor Het Parool. Samen met de begeleidende brieven aan de redactie, die integraal in deze bundel zijn opgenomen, bieden de columns in Ruim water een fascinerende inkijk in het schrijverschap van de ‘Meester in de Beperking’, zoals Snijders werd geëerd toen hem in 2010 de Constantijn Huygensprijs werd toegekend. Snijders weet als geen ander het alledaagse tot literatuur te transformeren, en andersom. Want wie anders dan A.L. Snijders ziet zelfs nog poëzie in het koken van een artisjok?
The Dutch writer A.L Snijders, pseudonym of Peter Cornelis Müller (Amsterdam 1937), was the master of the Very Short Story (Zeer Kort Verhaal, ZKV). He published columns in several newspapers since the 1980's. Editor Thomas Rap published them in 4 books in de nineties. Since 2006 the columns have been republished in several books.
In November 2010 A.L. Snijders received the Dutch Constantijn Huygensprize for his entire oeuvre, but specifically for his Very Short Stories.
Als je al een tijd in het buitenland woont zijn er onherroepelijk dingen in je moederland die aan je voorbij gaan. Herman Brood bijvoorbeeld, die al lang en breed begraven was toen ik er bij toeval achterkwam dat hij overleden was. Het volgen van het nieuws in Nederland is een golfbeweging. Er zijn periodes dat de grote en de kleine gebeurtenissen geschiedenis worden terwijl ze mij op dat moment in een totale onwetendheid laten. En dan zijn er periodes dat ik de pagina’s en de internetsites van de kranten uitpluis en van A tot Z en weer terug nalees. In die periodes gebeurt regelmatig het tegenovergestelde van wat me met Brood overkwam: er overlijden Nederlanders, bekend genoeg om in de krant vernoemd te worden maar die ik niet ken of die ik slechts vaag ergens meen te hebben gelezen of gehoord. A.L. Snijders was zo’n naam. Een schrijver, dat wist ik, maar hij had het grootste gedeelte van zijn oeuvre bij elkaar geschreven toen ik al aan de andere kant van de Alpen was neergestreken. Daar komt bij dat ik niet altijd de fervente lezer ben geweest die ik nu ben. Bovendien had Snijders zich de titel toegeëigend de koning van het Zeer Korte Verhaal te zijn, en aangezien ik geen fan ben van korte verhalen konden zijn zeer korte verhalen mijn interesse niet wekken. Toen Peter Cornelis Müller (zijn echte naam) op 7 juni van dit jaar overleed en de kranten hem om het hoogst leken op te willen hemelen duurde het nog even, maar uiteindelijk ben ik toch ten overstaan van al deze huldeblijken overstag gegaan. Het spijt me dat de goeie man daarvoor het tijdelijke voor het eeuwige heeft moeten verruilen.
Mijn eerste A.L. Snijders is Ruim Water. Nog geen bundel van Zeer Korte Verhalen, maar zijn columns die hij in 1987 en 1988 voor Het Parool schreef, inclusief de bijgaan de briefwisselingen met de hoofdredacteur van de krant. En ik kom er al snel achter dat ik veel gemist heb door niet eerder iets van het werk van hem open te slaan. Je snapt onmiddellijk wat een immense algemene interesse aan de basis moet gelegen hebben van zijn meesterlijke stukjes. Gelardeerd met zijn ronduit briljante woordenkeus schreef de leraar Nederlands aan de politieschool De Cloese in Lochem goed beschouwd toen al meer prozaïsch dan goed was voor een columnist. Het kostte hem uiteindelijk zijn wekelijkse hoekje in de zaterdageditie van het respectabel dagblad. Ze hadden er geen idee van welk een talent ze bij de deur gezet hadden.
Een tijdlang luisterde ik elke dinsdagochtend om kwart voor negen naar Radio 4. Om die tijd las A.L. Snijders via de telefoon zijn 'ZKV' - Zeer Kort Verhaal - van de week voor, voorafgegaan door een gesprekje met presentatrice Margriet Vroomans. ‘Goedemorgen, meneer Snijders.’ ‘Goedemorgen, Margriet.’ Op de vraag ‘Hoe gaat het met u?’ volgde vaak een langere uitwijding van de schrijver over het weer van die ochtend, de dieren op zijn erf of een opmerkelijk nieuwsfeit wat hiervoor op de radio langs was gekomen. Minuten zijn schaars op de radio en dus moest de presentatrice deze gezellige gesprekjes vaak beleefd afbreken om tot het ZKV over te kunnen gaan. Waarop met sonore, brommerige stem een verhaal werd voorgelezen vanuit een boerderij in de Achterhoek.
Zo’n verhaal, hoewel maar een minuut of vijf lang, gaf mij iets om op te kauwen gedurende de rest van de lange dinsdag. Eén van mijn collega’s was net zo’n trouwe luisteraar als ik, zodat wij onze dinsdagroutine gezamenlijk nog even voort konden zetten bij het koffiezetapparaat. Op een enkele flard na kan ik me van al die ZKV’s niks meer herinneren, behalve de sfeer van rust en regelmaat, de zware stem van Snijders en de lichtere stem van Vroomans en hun wekelijkse chemie samen. Helaas besloot Radio 4 om de programmering overhoop te gooien en de schrijver voortaan op zondagochtend zijn ZKV te laten uitspreken. Dit natuurlijk op een tijdstip dat ongelovigen zoals ik nog niks buiten hun bed te zoeken hebben, dus dit betekende het einde van mijn dinsdagroutine... Lees de rest van mijn bespreking hier
"... kleine tradities die niemand kwaad doen, moeten blijven. Vanwege het innerlijk evenwicht, de continuïteit van je leven, vanwege de strijd tegen dreigende desintegratie, de strijd tegen de verwarrende vooruitgang."
Helaas is de kleine traditie van een wekelijks, nieuw verhaal van A.L. Snijders gestopt.
'De meeste mensen zijn waarschijnlijk best aardig, maar je kunt toch het best maar nergens mee te maken hebben.'
'Herdenken is kijken achter gesloten deuren en wordt gewaardeerd, daarginds.'
'Het was warm weer, er liep veel volk op straat. Ik dacht: hoe bestaat het, democratie, al die wil, al die hoofden, al die begeerte, hoe bestaat het dat het zo goed gaat.'
'Ik ben van mening dat je vrij moet zijn om het ergste te kunnen denken, omdat niets zo fnuikend is als ononderbroken braafheid.'
'Wat een afschuwelijke tijd is de jeugd, dat diepe ademhalen, die grote gebaren, de bombarie, ik ben blij dat het afgelopen is. Soms kijk ik nog wel eens met welbehagen naar zo'n jonge opschepper, maar meestal wend ik mijn hoofd af.'
'In Kreuzberg, zo lees ik in mijn gids, wonen krakers en Turken. In deze buurt wordt de westerse burgermansmaatschappij op de proef gesteld. Hierover wil ik graag fantaseren, maar ik geloof er natuurlijk geen woord van. Ik weet dat er na ons soort maatschappij niets meer komt, wij hebben bereikt wat er te bereiken is, een huis, een gezin, geld bij werkloosheid en ziekte, een konijnenhok in de tuin, een stille, roemloze dood.'
Snijders is als vanouds op dreef. Letterlijk, want Ruim water bevat een aantal van zijn vroegste columns - ZKV's avant la lettre. Ik geef de voorkeur aan het qua opzet, stijl en inhoud vergelijkbare Heimelijke vreugde I en II vanwege de vermakelijke correspondentie met de hoofdredacteur. Ook in Ruim water gaat de kopij vergezeld van begeleidende brieven en verklaringen. Er staan weer verschillende geweldige fantastische zinnen, bedenkingen, overdenkingen, bekentenissen, herinneringen en veel verzinsels in. De taal en de inhoud staan fier overeind, de mening is 25 jaar na dato even ongezouten, maar ik vind de columns als krantencolumns niet meer van deze tijd. En dat is positief bedoeld.
Snijders heeft lievelingswoorden. Woorden die hij ronduit prachtig vind. Met stip op nummer één staat ‘gras’, gevolgd door ‘stadswaterkantoor’ en ‘buitenplaats’. Regelmatig duiken deze woorden op in zijn columns. Lees mijn recensie op: https://suzannevdijk.wordpress.com/20...