Ik hou nog steeds heel veel van de schrijfstijl van Virginie Loveling, die een voorkeur heeft voor zinnen vol mooie beschrijvingen, die steeds opnieuw andere manieren zoekt om te zeggen waar mensen doorgaans vrij standaard uitdrukkingen hebben en die de bijzinnen niet schuwt. Haar bloemrijke (in dit boek, vol beschrijvingen van bloemen en planten, zelfs heel letterlijk) taal is een genot voor wie zich graag onderdompelt in een taal die niet direct maar via allerlei vergelijkingen spreekt. Loveling benoemt de dingen wel maar zal dat nooit heel rechtstreeks en "in your face" doen, ze verkiest omschrijvingen die getuigen van inzichten die het particuliere overstijgen.
In dit boek staat een idée fixe centraal van het hoofdpersonage, dat ervan overtuigd is dat een zwak gestel een erfelijke belasting is die niet te ontlopen valt en die heel deterministisch zijn leven bepaalt. Zelfs als het lijkt dat je dat lot kan overstijgen, valt hij te makkelijk terug in die onwrikbare overtuiging en dat heeft gevolgen...