Het hele boek is opgebouwd rond het gegeven dat Johan Vande Lanotte (VDL) eigenhandig en nogal totalitair de Oostendse poppen doet dansen. Elk hoofdstuk draait rond één aspect van het VDL-Oostende: de haven, het sociale huis, de lokale basketclub. Telkens worden enkele feiten aangehaald en enkele 'getuigen' aan het woord gelaten om de invloed die VDL in elk van deze zaken zou hebben aan te tonen.
Echte harde bewijzen zijn er echter niet te vinden in dit boek (en gezien het om serieuze onderzoeksjournalisten van de VRT draait zal het zéker niet aan een gebrekkige navraag gelegen hebben). Zowat elke derde alinea eindigt dan ook met een hoop vragen die moeten leiden tot één of andere verdachtmaking, zonder deze hard te maken in de voorliggende alinea's.
Dat VDL - los van zijn ideologische principes - een geconnecteerd en intelligent mens is, daar twijfelt volgens mij niemand aan. Dat hij veel hooi op zijn vork neemt en dit klaarblijkelijk zonder veel moeite lijkt aan te kunnen is inderdaad een vreemd gegeven. Maar dit boek hangt volgens mij te nadrukkelijk een maffioos beeld van VDL op, zonder dit hard te maken.
Of heb ik het boek niet grondig genoeg gelezen? Zijn de bewijzen hier tussen de lijntjes te vinden? Of is het boek in feite juist een pleidooi voor minder bekwame politici?