Dit bijzonder boeiend verhaal speelt in de romantische omgeving van de Westelijke Pyreneeën waar de Abduh van de Zwarte Wilgen zich bevind. In die abdij is iets vreemds aan de hand en Charles C.M. Carlier - alias de Schaduw - heeft er een merkwaardige ontmoeting met de abdis, die onder haar vrome uiterlijk nog andere eigenschappen blijkt te bezitten. Gelukkig zorgt de even lieve als mooie Aranea Forster ervoor dat de Schaduw niet geheel aan het kloosterleven went.
Initially, the name "Havank" was used as a pseudonym by Dutch writer Hans van der Kallen.
After his death in 1964, his oeuvre was continued by Pieter Terpstra, who used the "Havank+Terpstra" pseudonym until 1985.
In 2008, at their 140th birthday, Dutch publisher Bruna asked the writer Tomas Ross to write a novel in honour of Hans van der Kallen. He then used the pseudonym "Havank Ross".
De cover is mooi gestileerd om de beginscene van het boek weer te geven, al weet je dat pas nadat je die gelezen hebt. Al wat echt telt is natuurlijk de naam HAVANK die er staat en garant staat voor spanning, avontuur, romantiek, humor en het goede leven. De intrigerende titel "De weduwe in de wilgen" maakt het compleet. Dit boek had eigenlijk niet geschreven hoeven te worden want het bouwt voort op iets dat al beëindigd was. Tegelijkertijd is het een vervolg of het meest horror-achtige verhaal uit de reeks rond de Schaduw. Waarschijnlijk gaf de schrijver hier toe aan zijn verlangen om weer eens iets te doen met zijn andere passie, nl. horror, en die opnieuw samen te brengen met de onvolprezen Charles M. Carlier, inspecteur bij de Franse Sûreté. De setting is machtig en daar wordt dan ook volop tijd aan besteed. Een woeste streek in de Franse Pyreneeën, een doodlopende weg, een duistere en dreigende abdij waar bijgelovige streekgenoten griezelverhalen rond vertellen. Binnen broeders met onbeweeglijke gezichten, een reeds eeuwen dode abdes, kaarslicht en toortsen en einde loze gangen en enorme vertrekken. Dat alles koud, heel koud met enkel een sporadisch haardvuur te verwarming. Voeg daarbij een middeleeuwse beulsprocessie, lijken en monsters en de utidaging voor de Schaduw is gezet. Niet alleen om een raadsel op te lossen maar ook om gewoon zijn verstand niet te verliezen. In zijn onnavolgbare stijl brengt Havank dit tot leven en het huiveringwekkende decor wordt enkel gecompenseerd door de onzin en humor die uit Schaduw's brein vloeit. Wel geeft hij ons een korte blik in de interne gedachten van het waarom en hoe van de persoonlijkheid van de Schaduw. (Maar die titel bestaat al elders in de reeks, Schaduw, waarom?). Alle superlatieven over Havank zijn weer van toepassing, al blijft dit verhaal toch een vreemde eend in de bijt.
Vanwege de vakantie maar eens in de boekenkast gekeken om enkele reeds lang in mijn bezit zijnde boeken nog eens te lezen en daarom enige Havanks meegenomen. Natuurlijk lees je een Havank niet voor de spanning, alhoewel Havank die wel weet op te bouwen. Maar voornamelijk voor zijn behandeling van de Nederlandse taal. Als je alle bijzinnen, verklaringen van die bijzinnen en dubbele aanhalingen weglaat, houd je bar weinig over. Maar juist die bijzinnen en dat enorm uitwaaiende gebruik van merkwaardig, wat zeg ik: hoogst merkwaardig maakt het lezen gewoon leuk.
Strandlectuur uit (voor mij) de jaren zeventig. Veel humoristisch bedoelde volzinnen en een flinterdun verhaaltje. Maar de prachtige cover van Dick Bruna maakt veel goed!