Evergreens noemen we ze, eeuwig groene gedichten. Maar ook in het eeuwig groene landschap van de poëzie verandert wel eens iets. Van de jongste generaties dichters komen er gedichten bij die lezers van nu bijblijven, andere gedichten hebben hun dienstjaren erop zitten en vallen af. In dit beweeglijke landschap hebben Menno Wigman en Rob Schouten de canon opnieuw tegen het licht gehouden, met oog voor de traditie, maar vooral ook met oog voor het nieuwe. En zo komt men in ALLEEN IN MIJN GEDICHTEN KAN IK WONEN het ijzeren repertoire tegen van Marsmans 'Herinnering aan Holland' en J.C. Bloems 'De Dapperstraat', maar ook de meest gelezen en geciteerde verzen van relatief nieuwe dichters als K. Michel, Tonnus Oosterhoff en Esther Jansma, die hier hun eerste sporen in de canon van onze tijd nalaten.
Menno Wigman groeide op in Santpoort. Op het Gymnasium Felisenum in Velsen-Zuid kreeg hij, door het enthousiasme van zijn leraar Nederlands Lex ter Braak, belangstelling voor poëzie. Hij debuteerde jong: in 1985 verscheen Two poems, een door zijn leraar Oude talen, Willem Kramer, in kleine oplage gedrukt boekje, met een linosnede van Lex ter Braak. Bij dezelfde marge-drukker, onder de naam Mercator Pers, zouden in de loop der jaren nog een zestal uitgaven verschijnen.
In 1984 verhuisde Wigman naar Amsterdam om Nederlands te studeren. In deze jaren publiceerde hij ook een dichtbundel in eigen beheer en gaf hij een literair eenmanstijdschrift uit, dat hij volschrijft onder decadente pseudoniemen als Guillaume de Bazelaire en Arthur von Salis. Als bijbaantje werkte hij bij een hoofdstedelijk antiquariaat. Zijn scriptie gaat over de jonggestorven dichter Nico Slothouwer.
Zijn officiële debuut verscheen in 1997 onder de titel 's Zomers stinken alle steden. De bundel werd goed ontvangen en spoedig herdrukt. Vijf jaar later verscheen Zwart als kaviaar, waarvoor hij de Jan Campert-prijs kreeg. De eveneens herdrukte bundel Dit is mijn dag verscheen in 2004. In 2005 verbleef Wigman drie maanden als poet in residence in de psychiatrische instelling Willem Arntsz Hoeve in Den Dolder, waar hij een dagboek bijhield dat in 2006 gepubliceerd werd, bijzonder vormgegeven door Tessa van der Waals. De neerslag van dat verblijf is eveneens te vinden in de Gedichtendagbundel De wereld bij avond. In maart 2009 verscheen De droefenis van copyrettes, een keuze uit zijn eigen werk. In januari 2012 verscheen Mijn naam is Legioen, welke bundel goede kritieken kreeg en binnen een maand tweemaal werd herdrukt. 26 januari volgde zijn benoeming, voor twee jaar, tot Stadsdichter van Amsterdam.
Menno Wigman was redacteur van het literaire tijdschrift Zoetermeer, en is tegenwoordig verbonden aan het tijdschrift Inkt! en de literaire bladen Awater en Kinbote. Hij vertaalde gedichten van Baudelaire, Thomas Bernhard, Else Lasker-Schüler en Rilke, en proza van Leopold Andrian en Gérard de Nerval.
His poems have been published in anthologies and magazines in Chinese, Czech, English, French, German, Macedonian, Portuguese, Rumanian, and Spanish.