Nederlanders houden van Frankrijk, niet van Fransen. Ik ben de uitzondering op de regel, ik ben erg op Fransen gesteld. Ik praat graag met ze. Fransen halen hun hart op aan het debat. Met hartstocht becommentariëren ze de politiek, de geschiedenis, de literatuur, de film. Ze nemen stelling, zoals blijkt uit mijn interviews met de cineast François Truffaut, de absurdistische toneelschrijver Eugène Ionesco, de oude dame van de nouveau roman Nathalie Sarraute, de toneelregisseur Patrice Chéreau, de anarchistische zanger Léo Ferré. In mijn artikelen over Octave Mirbeau, Louis-Ferdinand Céline, Albert Camus, Alberto Giacometti, Simone de Beauvoir, Patrick Modiano, Bernard-Henri Lévy belicht ik zowel hun werk als het tijdperk waarin ze het fin de siècle, de Grote Oorlog, de jaren dertig, het naoorlogse Saint-Germain-des-Prés, de nadagen van het gaullisme. Van Mata Hari maak ik het symbool van het Belle Epoque. Een macabere moord in de provincie voert me naar het diepe Frankrijk, aan de hand van Simenon beschrijf ik de kleine bourgeoisie. Ik haal herinneringen op aan mijn eerste bezoeken aan Parijs en aan de jaren dat ik in Bordeaux studeerde. En natuurlijk heb ik het over eten. 'Jan Brokken
A well-known journalist, Jan Brokken made his debut as a writer in 1984 with the largely autobiographical novel De provincie (The Province), the story of a youth spent in the countryside, which was made into a successful film. He has published gripping travel books about, among others, Africa, Indonesia and Curaçao, and is the author of the acclaimed and bestselling novels De blinde passagiers (The Blind Passengers, 1996), De droevige kampioen (The Sad Champion, 1998) and Jungle Rudy (2006). His work, which has been translated into several languages, has been compared in the international press to that of Graham Greene and Bruce Chatwin.
Schrijver en journalist Jan Brokken leerde Frankrijk kennen als tweede vaderland. De stukjes die hij in de loop van de jaren schreef over het culturele leven in het land, werden in 2004 gebundeld in Zoals Frankrijk was. Omdat de meeste over een specifieke kunstenaar of artiest gaan, deed de verzameling me denken aan de literaire ‘reisgidsen’ die ik eerder las van de hand van Bart van Loo (Parijs Retour) en Margot Dijkgraaf (Met Parijse pen). Brokken gaat echter een stap verder: naast anekdotes van eigen hand (De chambre van mevrouw? Begint u bij haar bureau!) is zijn stijl soms essayistisch.
Aan bod komen zowel bekende namen als Camus, Céline, Giacometti en Modiano als minder bekende of vergeten namen als Eugène Ionesco en Nathalie Sarraute. Brokken houdt een sympathiek pleidooi voor de Belgische schrijver Simenon, terwijl hij in zijn stuk over Mata Hari ook de armoede en geopolitieke onrust tijdens de anders zo bejubelde Belle Époque benoemt. Sommige hoofdstukken beslaan interviews, die ik – met uitzondering van dat met regisseur Truffaut – minder prettig leesbaar vond. Omdat de stukken niet in samenhang geschreven zijn, variëren ze in omvang en kwaliteit. De Beauvoir komt er in deze bundel bijvoorbeeld schamel van af, in tegenstelling tot haar mannelijke tijdgenoten. Al met al denk ik dat Zoals Frankrijk was vooral voor francofielen heel interessant en vermakelijk is.
Leuke maar enigszins gedateerde verzameling artikelen en essays over Frankrijk. Sterk wisselende stijl en kwaliteit, maar mooie hommages aan Franse schrijvers en denkers als Camus, Simenon en Lévy.