Van de lente de dauw is het eerste deel van een geheel nieuwe uitgave van de reisverhalen van Cees Nooteboom. Als eerste werelddeel is Azi‘ aan de beurt, met reizen naar onder andere Perzi‘, Birma, Maleisi‘, Borneo, Thailand, Macao en vooral Japan, een land waarvan kunst, cultuur, landschap en bewoners Nooteboom in hoge mate blijven fascineren. Zijn schitterende verslag van een bezoek aan de oude hofstad Kyoto (1993) verschijnt hier voor het eerst in boekvorm.Als een van de eerste Nederlandse schrijvers na Couperus is Cees Nooteboom er weer in geslaagd het reisverhaal te verheffen tot een volwaardig literair 'Reizen heeft voor mij te maken met een gevoel van voorlopigheid, het is een goede metafoor voor de tijdelijkheid van het bestaan. Mensen die zich al te zeer aan ŽŽn ori‘ntatiepunt vasthouden, die laten zich bedriegen.'
Cees Nooteboom (born Cornelis Johannes Jacobus Maria Nooteboom, 31 July 1933, in the Hague) is a Dutch author. He has won the Prijs der Nederlandse Letteren, the P.C. Hooft Award, the Pegasus Prize, the Ferdinand Bordewijk Prijs for Rituelen, the Austrian State Prize for European Literature and the Constantijn Huygens Prize, and has frequently been mentioned as a candidate for the Nobel Prize in literature.
His works include Rituelen (Rituals, 1980); Een lied van schijn en wezen (A Song of Truth and Semblance, 1981); Berlijnse notities (Berlin Notes, 1990); Het volgende verhaal (The Following Story, 1991); Allerzielen (All Souls' Day, 1998) and Paradijs verloren (Paradise Lost, 2004). (Het volgende verhaal won him the Aristeion Prize in 1993.) In 2005 he published "De slapende goden | Sueños y otras mentiras", with lithographs by Jürgen Partenheimer.