Lente 1939. De joodse Laja Menen ontvlucht nazi-Duitsland met haar tweejarige zoon Rachmil. Na een heuse odyssee door Oost- en West-Europa zoeken ze hun toevlucht in Brussel. Maar na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog zijn ze ook hier niet langer veilig. De jonge moeder brengt Rudi � �Rachmil� klinkt veel te joods � onder bij de trappisten van Westvleteren, in de Sint-Sixtusabdij; de monniken zoeken een pleegadres voor de jongen. In het gezin van Clement Verplaetse, de dorpsonderwijzer van Nieuwenhove bij Waregem, wordt hij met open armen ontvangen. Op het Vlaamse platteland, bij de eenvoudige boerenbevolking, blijft Rudi gespaard van de gruwelen van de holocaust. Zijn moeder Laja wordt in 1943 opgepakt door de Gestapo en sterft later in Auschwitz. Hoewel de joodse gemeenschap zich wil ontfermen over de kleine jongen, blijft Rudi na de oorlog in Nieuwenhove wonen. Zeg nooit dat je Rachmil heet is het waargebeurde en aangrijpende verhaal van een joodse jongen, die dankzij de hulp van de monniken van Westvleteren, een ondergedoken jood in Brussel en een onbaatzuchtige Vlaamse familie een tweede leven krijgt. Op basis van brieven en archiefdocumenten reconstrueert en beschrijft Rosine De Dijn de tragische gebeurtenissen van een joodse moeder en haar zoon. Een bijna vergeten verhaal. Journaliste Rosine De Dijn (1941) woont en werkt in Duitsland. Van haar verschenen eerder De vlucht van Yudka Kalman (1993), De vrouwen van de keizer (2000) en Liefde, leed en passie. De vrouwen van Rubens (2002). Jodenvervolging in Vlaanderen
Rosine De Dijn was born in Flanders in 1941 and has been living near Cologne, where she works as a freelance journalist, since 1966. She has been a frequent contributor to Belgian radio programmes, Flemish newspapers and German magazines, often on subjects connected with her native Belgium. She has also written several books.
Previous works include: Du darfst nie sagen, daß du Rachmil heißt (‘You Must Never Tell Anyone That Your Name Is Rachmil’, 2005), published in the Netherlands (Van Halewyck).