Een heel dun laagje is een poëtisch, filosofisch en persoonlijk onderzoek naar licht in al zijn vormen: als natuurlijk verschijnsel, als ritueel kompas, als tegenhanger van duisternis, als icoon van geluk, als deeltje, als golf. In honderden stukjes proza probeert Moya De Feyter het licht te naderen door er in alsmaar grotere omwegen omheen te dansen. Via de optica, de goden, de dood en de knoop waarin onze wereld verzeild is geraakt, langs nachtdieren, zwerfplaneten, wiskundige vergelijkingen, dromen en kinderherinneringen naar de cel die openbarst en de zon die zich zelfs via Saturnus’ ringen in ons netvlies drukt.
Andere mensen antwoordden poëtisch: ‘waar de barst zit’, ‘in trillende atomen die over obstakels heen stromen’, ‘aan de achterkant’, ‘in alle dingen een beetje zachter’, ‘in liefdesverdriet dat geen pijn meer doet’, ‘als het bombardement van impulsen ophoudt’.
Of metaal in stukken snijden, preciezer en sneller dan een zaag. Licht laat de dingen die het aanraakt niet onberoerd. Het is geen schadeloze aanwezige, kijk maar naar mijn huid. Het is een ongeval op een klein object.
////
Toen ik aan de universiteit studeerde, vond ik het exotisch en ruimdenkend van mezelf dat al mijn nieuwe vrienden uit andere provincies kwamen, dat we de 'r' allemaal ietsje anders uitspraken. Nog altijd was iedereen wit en welgesteld, had ieder van ons een stel hoogopgeleide ouders en een groot, alleenstaand huis om in koude dagen naar terug te keren. Nog altijd kende niemand iemand die elke dag met zijn handen in de aarde zat.
Met haar fraaie en fragiele taal bezweert Moya De Feyter haar angst om te leven in een wereld die naar de knoppen gaat. In dit boekje beven kleuren en komen landschappen in opstand.
Moya ken ik sinds ik Massastrandingen inkeek in de winkel van het Kunstenfestival in Watou. Het sprak me direct aan: de verschillende lettertypes, achtergronden, het fragmentarische. En ik hou van poëzie, natuurlijk. Ik kocht die bundel en werd een fan.
Een heel dun laagje is geen poëzie maar het is wel poëtisch. Het zijn honderden kleine (en iets minder kleine) stukken tekst die elk op zich een soort van zoektocht naar ‘het licht’ inhouden. De Feyter cirkelt kleiner en groter omheen dat fenomeen. Een beetje zoals Maggie Nelson in Bluets rond de kleur blauw cirkelt en Heather Christle rond het fenomeen huilen in Het boek der tranen.
Soms is het een wetenschappelijk boek (over planeten en de zon bijvoorbeeld), dan weer is het filosofisch, mythologisch of activistisch (lichtvervuiling en de invloed op vogels). Het is bovenal een heel persoonlijk boek; een ode aan de liefde voor Kleur, een eerbetoon aan haar overleden grootmoeder.
Liefde, rouw, verwondering, bewondering, onmacht, verdriet, angst, betovering, verwachtingen, dat alles komt voorbij in een verslavende stortvloed aan prachtige zinnen, ontroerende stukjes, prikkelende overpeinzingen.
Massastrandingen was goed, Een heel dun laagje is nog veel beter. Ik kijk al uit naar het volgende dat De Feyter voor ons zal schrijven!
"Ik onderzocht het licht dat ik niet voelde en niet rook, vanuit het donker dat me zo vertrouwd was." "Mijn hart klopt niet: het flappert als de vleugels van een kolibrie." "Ik wil de bange woorden aan elkaar rijgen tot een lichaam dat kan spreken zonder pijn te doen." "(...) De krant zingt elke dag een duister lied (...)" "Mensen leven op het ritme dat de afhankelijkheid dicteert." "Ik huil ondersteboven tot het water van mijn kruin drupt en het omhulsel oplost." "Het meer zwelt. Het mos neuriet. Een enorme eik regent melk. De melk is zoet. Ik spoel weg." "Met mijn vingertop een andere vingertop vinden en daar even blijven." "Het licht verlicht de wereld niet langer. Het hult haar in mist."
Een verzameling poëtische gedachten met lijnen rond oma en dood en licht en liefde, met zijlijntjes van religie en verdwalen. Voor als je van dwarrelende boeken houdt en een plot of verhaal niet noodzakelijk vindt. De schoonheid zit op zinsniveau en op de aanraking van de kleine stukjes onderling. Een aanrader.
Ik las dit als poëtisch proza, maar sinds ik de auteur iets hoorde voordragen uit dit werk, denk ik dat dit label tekort schiet. De zoektocht naar wat licht is bestaat uit kleine hoofdstukken. De Feyter creëert een heel eigen universum, in een schitterende taal. Een citaat: 'In de verte probeert een vijgenboom een tak op te rapen, ik zie het aan de voegen in zijn schors, maar het lukt niet, de takken zitten vast in de stam.' Het vijgenblad is een boom geworden, en wat opgeraapt wil worden is er al, als levend onderdeel van de boom. Een heel dun laagje geeft veel bijzondere antwoorden op de vraag wat licht nu precies is, en ondertussen is er de rouw om een oma die overleden is. Het enige minpunt is dat er soms te veel feiten, weetjes worden genoemd, en die voelden als dammen die opgeworpen werden.