In dit boek wordt een gedegen en mijns inziens moedige poging gedaan het nieuwe complotdenken te voorzien van een filosofische duiding, bij wijze van een filosofische fenomenologie.
In het begin van het boek zet de auteur een aantal theorieën over complotdenkers op een rij, en voorziet deze van sterke analyses, van waaruit hij bekijkt in hoeverre deze theorieën hout snijden en afgezet kunnen worden tegen de ontwikkeling van de moderne complotdenker.
Het is van hieruit dat hij tot een onderscheid komt tussen de klassieke en moderne complotdenker, en gelooft dat eerdere sociologische, psychologische en filosofische duidingen wellicht hielpen de eerstgenoemde te begrijpen, voor de laatstgenoemde groep is dat niet het geval.
Dat komt, stelt de auteur, omdat de klassieke complotdenker nog een realiteit met ons deelde, zij het dat zij die wezenlijk anders interpreteerden door grotere betekenissen en patronen toe te schrijven aan rampzalige gebeurtenissen en politieke keuzes in het verleden. Dat complotdenken, zegt de schrijver, ging derhalve nog ergens over.
Het nieuwe complotdenken, daarentegen, is volgens Zweistra volledig losgezongen van de realiteit, en reageert daar dan ook niet op met een wezenlijke kritiek of theorie, maar sticht simpelweg een eigen realiteit waar "alternatieve feiten" bestaan en de werkelijkheid radicaal anders in elkaar zit. In die zin deelt de complotdenker geen 'common sense' meer met de rest van de wereld.
Het unheimliche gevolg hiervan is dat het daarom volgens Zweistra iedere poging de complotdenker te weerleggen (debunken, ontkrachten of aan fact-checks, tegenargumenten of tegenbewijs tegen aan te voeren) volstrekt vruchteloos zullen blijven. Dat is dan ook zijn kritiek op auteurs die denken dat we heil moeten zoeken in de humanistische verlichting en de complotdenker moeten helpen diens slordige denken beteren door kritisch te leren denken.
Dit maakt ook dat de nieuwe complotdenker niet alleen in een feitelijk parallelle wereld leeft, maar daarin ook een eigen, existentiële waarheid heeft gevonden die hem helpt omgaan met een absurd geworden wereld, maar in plaats van die absurditeit af te wijzen, omarmt hij deze en bouwt de absurditeit verder uit door theorieën te volgen en in het leven te blazen die geen enkel (aanwijsbaar) contact met de wereld heeft, en deze ook weigert aan te gaan.
De complotdenker blijft liever in een beheersbare bubbel, want daar zal hij tenminste niet weersproken worden. Dat maakt dat de complotdenker volgens Zweistra volledig in zichzelf gekeerd en op zichzelf gericht is en niet de wereld waarover hij stelt dé waarheid te hebben, die hij vervolgens radicaal afwijst.
Het is technologie die dit voor de complotdenker mogelijk heeft gemaakt, hetwelk daarom medeplichtig is aan het nieuwe complotdenken, gegeven binnen een online wereld de complotdenker mateloos aan de slag kan om een eigen realiteit te stichten. Later zal Zweistra stellen dat in die richting ook de oplossing gezocht moet worden: het reguleren van tech-bedrijven die er nu geen commercieel belang bij hebben desinformatie en problematische influencers tegen te gaan.
In het midden van het boek geeft Zweistra een diepere filosofische duiding van de complotdenker met behulp van denkers als Arendt, Camus en een klein beetje Heidegger.
Het boek leest vaak als een polemiek, die zij deze gedegen is, soms wel wat in herhaling valt en ook wel eens sterke aannames bevat over de huidige complotdenker, hoe terecht de geuite kritiek soms ook indachtig en invoelbaar te maken is.
Aan het einde pleit Zweistra voor een herstel tussen de online en offline leefwereld, middels regulering van de eerstgenoemde en ziet daarin ook een rol weggelegd voor scholen (die gebruik van social media bijvoorbeeld daarbinnen moeten verbieden).
Ik denk dat dit boek een nodig boek is, en ik vind het moedig dat Zweistra, zeker als filosoof, een polemiek aandurft, zeker gegeven we tegenwoordig alsmaar opgeroepen worden de ander altijd maar eindeloos te moeten begrijpen, en dat dan alles goedkomt. Dat komt het niet, laat Zizek in een interview elders zien. Immers, als we despoten en oorlogscriminelen maar begrijpen, en met ze in gesprek kunnen gaan, komen we er dan? Of moeten we, met Popper, het intolerante niet tolereren?
De intolerante van nu, in dit geval, zijn wellicht sommige van de complotgelovers (zoals ik ze liever noem) van heden ten dage, zonder dit te willen zeggen over álle complotdenkers.