Miguel heeft zijn moeder al twee jaar niet gezien – en hij geniet van de rust. Zijn nieuwe leven in een slaperig Duits stadje bevalt hem uitstekend. Maar wanneer hij hoort dat zijn moeder ernstig ziek is, kan hij niet anders dan contact zoeken. Al heeft hij zijn handen al vol aan Jorge, een simpele jongen die tot Miguels vreugde en frustratie nooit van zijn zijde wijkt. De therapeut van Miguels moeder heeft haar intussen opgedragen een dagboek bij te houden. Dit blijkt precies de uitlaatklep die ze nodig heeft: scherp fileert ze niet alleen zichzelf en de therapeut, maar ook iedereen die een rol heeft gespeeld in haar leven.
Roos van Rijswijk (1985) is a columnist for Advalvas en wrote plays for Theatergroep Thomas. Her stories have been published in Tirade, De Revisor, De Gids en Das Magazin. Foto (c) Irwan Droog
Ik weet niet wat ik tegen je zal zeggen, ik heb alles al verteld
De bitterheid spat van de pagina's af: Angelique zit haar dagen uit en doet nergens moeite meer - ongeneeslijk ziek wacht ze op de dood en neemt ze afscheid van het leven. Het enige wat haar nog overeind houdt, is de wens om haar zoon nog eenmaal te zien. Een zoon waar ze niet echt van houdt en die ze al jaren niet meer gezien heeft.
Op verzoek van haar therapeut wijdt ze haar gedachten toe aan een dagboek. Op deze manier maken we kennis met de laatste mensen op haar heen: haar Mexicaanse ex-man, de vader van haar zoon, en een paar vage kennissen.
Tegelijkertijd maken we kennis met haar zoon, die Nederland (of eigenlijk zijn moeder) is ontvlucht naar Nieheim, een onbeduidend Duits dorpje waar hij zijn dagen spendeert met het doen van onbeduidende klusjes en zorgen voor de zwakbegaafde Jorge, die hem min of meer is komen aanwaaien.
Wat is er tussen die twee gebeurd? Dat wordt niet echt duidelijk, maar dat er geen liefde tussen die twee verloren is gegaan is duidelijk. En toch ... aan het einde van haar leven besluit Angelique toch haar zoon nog eens op te zoeken, terwijl Miguel hetzelfde probeert te doen, maar dan in omgekeerde richting. Zo missen ze elkaar toch nog - en zullen toch nog hun verbondenheid houden.
Aan het eind van het boek treft Angelique - terug in Amsterdam - een ekster in haar kamer aan. De ekster die volgens oeroud bijgeloof de dood aankondigt. Op hetzelfde moment zaagt Miguel in Nieheim een eeuwenoude tak van een boom - als symbool dat hij de band met zijn moeder verbreekt. Op de laatste pagina kondigt Angelique haar afscheid aan: ze weet niet meer wat ze nog meer kan vertellen, ze heeft alles al gezegd.
Het moge duidelijk zijn: dit is een somber gitzwart boek. Maar in die somberheid heeft Roos van Rijswijk toch haar schoonheid gevonden: in prachtige omschrijvingen toont zij Angelique's bitterheid en Miguel's uitzichtloosheid. Houden van dit boek is niet gemakkelijk maar toch blijf je aan elke pagina gekluisterd. Schitterend.
,,Jacoba, het maken van crematieplannen stel ik uit. Het kan ook nog als ik me echt slecht ga voelen, dan dicteer ik namen aan jou en zeg ik tegen iemand dat ze Brel moeten draaien, of Shaffy, Brahms, of ze zoeken het maar uit. Dood is dood, zei ik laatst tegen je en je knipperde niet eens met je ogen. Jij gaat vast naar de hemel en in jouw wereld wordt mijn ziel na mijn heengaan naar het middelpunt van de aarde gezogen, of een andere hel in. Wat is de hel, Jacoba? Ik denk dat de hel is voor altijd moeten voelen hoe je alles gemist hebt. Het constante geluid van kinderen in doodsangst, de immer aanwezige geur van mandarijnen, nergens wijn, nergens weed, en elk kwartier het stokje van een goedkope ijslolly moeten likken.’’
Doodgaan is niet leuk. Dat wil niet zeggen dat Angelique - hoofdpersoon in “Onheilig”, de debuutroman van Roos van Rijswijk - bang is voor de dood, maar ze staat niet sympathiek tegenover het gegeven. Net zomin als dat ze sympathiek tegenover het leven staat. Dat geldt eigenlijk voor iedereen die in dat leven voorkomt, inclusief zichzelf. Angelique gaat dood. En het duurt niet lang meer. Het laatste element uit haar leven waarmee ze misschien nog in het reine wil komen is haar zoon Miguel, een kind waarop ze - letterlijk - niet zat te wachten. Vanaf de geboorte was er afstand, een afstand die in de eerste plaats door de moeder en al snel ook door de zoon hardnekkig in stand wordt gehouden. Miguel heeft zijn eenouderlijk huis (de Mexicaanse vader is al vroeg gevlucht, zonder zijn schoenen mee te nemen) en Amsterdam zonder ook maar iemand te groeten verlaten toen hij achttien was. Nu woont hij in Nieheim, waar ze hem de Mexicaan noemen. Hij heeft er ook een broer, Jorge, die hij zo goed en zo kwaad als het gaat begeleidt op zijn lastig levenspad. Miguel wil niks meer met zijn moeder te maken hebben, maar als hij haar brief ontvangt kan hij het toch niet opbrengen om helemaal niks te doen.
,,In de hal, die kraakt en zucht, komen ze langs de muur vol oude foto’s uit de stad. Iedereen kan familie aanwijzen, behalve Miguel en Jorge.’’
Niet voor iedereen is het leven een zoektocht naar leuke momenten. En echt niet iedereen is leuk. Niet voor anderen, en al helemaal niet voor zichzelf. Er is weinig plaats voor echt onsympathieke personages in de literatuur. En als ze er al zijn, dan staan er meestal een aantal dubbel sympathieke optimisten tegenover om de boel op zijn minst in balans te brengen. Roos van Rijswijk heeft een dergelijk gekunsteld evenwicht in “Onheilig” achterwege gelaten. Alleen de therapeute Jacoba krijgt een kans, maar die wordt in de brieven van haar “klant” (zoals Angelique zichzelf haarscherp en medogenloos beschrijft) laag voor laag van al haar kunstmatige positiviteit ontdaan. Wat overblijft is schaduw, de geur van volle asbakken, lege flessen, gelatenheid, onwil, desinteresse, kilte, de dingen die we niet gedaan hebben en niet meer zullen doen, eenzaamheid, sarcasme, onliefde, onheilig. Een dappere roman, vooral als het om een debuut gaat. Zwart als de nacht, maar juist daarom zo ontzettend realistisch. Van Rijswijk wijdt nergens nodeloos uit, schrijft in flarden zoals herinneringen, passanten. Mede daardoor krijgt elke bladzijde iets poëtisch. Zwarte poëzie, dat bestaat, en het kan heel mooi zijn. “Onheilig” is het bewijs. Klasse.
De roman “Onheilig” van Roos van Wijk verscheen in 2016 bij Querido en is bekroond met de Anton Wachterprijs. ●●●●● (4,5/5)
Een apart boek. Ondanks dat er weinig gebeurt, blijf je toch lezen. Het verhaal wordt zowel vanuit de moeder als zoon verteld. Dat maakt het nog wel interessant. Toch vind ik het verhaal iets te saai om het vier sterren te geven. Daarvoor raakte het mij niet voldoende. Het boek is niet zo dik. Maar dat hoeft ook niet. Juist de dingen die niet gezegd worden, zeggen net zoveel als de dingen die wel gezegd worden.
Wát een mooi boek! Van Rijswijk viert de taal en dient hem op als een banket om van te proeven. Het verhaal voelt groot en dan weer klein, persoonlijk en op de huid en dan weer afstandelijk. En dan in van die prachtige zinnen, met kunstgreepjes (daar houd ik normaal niet zo van, maar nu wel). Angélique is een fantastische hoofdpersoon die je in haar hand houdt, Miguel de raadselachtige figuur die steeds dichterbij komt, tot je ze beiden scherp voor je ziet en er amper afscheid van kan nemen.
Een prachtige schets over verbinding zonder verbondenheid, over leven terwijl je dood gaat, over elkaar zoeken en elkaar mislopen. Er is geen spannend verhaal of gezochte diepgang en dat miste ik ook helemaal niet. Dit boek is een lichtvoetig taalspel en reflecteert daarmee het allermenselijkste zonder dat je er zwaarmoedig van raakt. Ik las het boek in één ruk uit, en ben verrukt. Wat een prachtig en oorspronkelijk werk.
Miguel is de zoon van zijn moeder en een Mexicaanse vader die hij nooit heeft gekend. Het verhaal speelt als Miguel 20-iets oud is en zijn moeder ongeneeslijk ziek. De helft van het boek is een dagboek dat Moeder bijhoudt, of brieven die zij schrijft aan haar therapeut.
Miguel is op enig moment op goed geluk van Amsterdam naar Nieheim verkast, een provincieplaats in NoordDuitsland tussen Dortmund en Hannover, op ongeveer twee uur rijden van de Nederlandse grens. Daar ontmoet hij met een flinke dosis toeval een jongere man dan hij, Jorge, met ook één Mexicaanse ouder, de moeder. Jorge luistert en zingt schijnbaar onafgebroken nummers van de Duitse gothic electro-rockband Unheilig: bombastische meebrulmuziek voor in grote stadions - de softpornoversie van Rammstein. Jorge heeft een ontwikkelingsachterstand en is meer een soort zoon of beperkt broertje dan een vriend voor Miguel.
Het boek vertelt afwisselend over Miguel en zijn zieke moeder van 57 jaar oud. Miguel weet dat zijn moeder ziek is en reist met Jorge naar Amsterdam. De moeder reist juist naar Duitsland om Miguel een laatste keer te ontmoeten. Miguel en Jorge staan telkens voor een dichte deur bij de moeder, terwijl de moeder de sleutel onder een bloempot vindt en alleen in hun huis in Duitsland gaat zitten wachten op Miguel en Jorge die niet komen. Ze heeft ze wel op afstand gezien, waarschijnlijk vlak voordat zij maar Amsterdam vertrokken.
Op zijn 15e zegt Miguel tegen zijn moeder dat hij zich alleen voelt en zijn vader mist. Op zijn 18e gaat hij het huis uit. Moeder is blij dat hij weg is. Blijkt dat moeder al vanaf de geboorte van haar kind geen moedergevoelens had. Van Rijswijk schetst een beeld van een liefdeloze vrouw, naar haar zoon, naar haar man en naar zichzelf; ze houdt van geen van de drie en drinkt haar liefdeloosheid weg. Ze is erg op zichzelf gericht; egocentrisch op een treurige manier. “Ik was altijd al moe. Een versleten ziel, die gaat al eeuwen mee, is één keer te vaak teruggekomen uit ijdelheid, wordt teruggefloten. Door God, door de Almachtige Aarde, die een vrouw schijnt te zijn, door de kosmos, door het Leven zelf.”
De personages zijn oppervlakkig, eendimensionaal en op deze wijze verhouden ze zich ook tot elkaar.
Terugkerende beelden zoals dat Miguel zijn Mexicaanse vader - die hij nooit gekend heeft- inbeeldt als een man met sombrero in de woestijn op momenten dat Miguel het moeilijk heeft, schetst verder weinig over de werkelijke innerlijke belevingswereld van Miguel. Stylistische herhalingen als "vallendeziekte" voelen als geforceerde vorm zonder inhoud.
2 sterren omdat het wel makkelijk wegleest en er hier en daar een mooie zin staat.
Ik had nog niet van dit boek gehoord, tot ik Roos er eergisteren een passage uit hoorde voorlezen. De stijl was enerzijds heel onverbloemd maar liet hier en daar toch ruimte voor beeldspraak. Ik heb meteen een exemplaar gekocht, dat inmiddels verslonden op tafel ligt. De plot is simpel samen te vatten (terminaal zieke vrouw zoekt toenadering tot vervreemde zoon), maar de personages zijn dat allerminst. De helft van het boek bestaat uit snedige brieven die hoofdpersonage Angelique schrijft naar haar therapeute. Roos slaagt erin om haar op die manier over haar ziekte en leven te laten schrijven, zonder dat het theatraal wordt, maar waarbij het ook niet aan kracht inboet. Hoewel je het boek een gebrek aan gebeurtenissen zou kunnen verwijten, vond ik het geen moment vervelen. Ik vind dit eigenlijk net goed passen: een eenvoudige plot met echte mensen. De kracht van dit boek zit 'm niet in het verhaal, maar in het door-en-door menselijke aspect.
Citaat : Ja, jij, Jacoba, staat ondanks die God die ik bij je vermoed niet negatief tegenover euthanasie, maar jij en de anderen om je heen, mensen met echte artsendiploma’s en bedreven in het sturen van sterven, moeten dan bepalen hoe ondraaglijk ik lijd. Heb je wel eens geleden, ik bedoel écht geleden? Je bent bescheiden, jij zegt vast van niet, want alles is relatief. In de oorlog, in Afrika, andere mensen, et cetera. Review : Een zevenenvijftigjarige vrouw is dodelijk ziek. Haar therapeute Jacoba heeft haar de opdracht gegeven om een dagboek bij te houden. REr is een man, Leendert, die af en toe wat wiet komt brengen om haar lijden te verlichten. Haar oudere zus,brengt haar soms wat eten en poetst wat , en haar zoon Miguel, de vrucht van een korte relatie met een zo goed als onbekende Mexicaan verblijft in Duitsland. Twee jaar lang is er al geen contact tussen moeder en zoon. Ze weet dat ze aan hem moet vertellen dat ze ziek is, maar Miguel heeft alleen het adres van het stadhuis van Nieheim opgegeven. Ze heeft ze nooit echt van haar kind gehouden. Haar man Alfons, overduidelijk niet de vader, deed aangifte van het kind. Geboortekaartjes werden er niet gestuurd. Op z’n achttiende vertrok hij uit huis. De stervende vrouw neemt geen blad voor haar mond, voor zover ze dat gedurende haar leven ooit heeft gedaan. Ze bekijkt vrij kil haar eigen tekortkomingen en die van anderen. Uiteindelijk krijgt Miguel via via een brief van haar. Hij wil bewijs zien, attesten van dokters. De dagboekgedeeltes van de moeder worden afgewisseld met stukken in hij-vorm die Miguel in Duitsland beschrijven. Miguel heeft daar zijn eigen huis heeft gebouwd op een berg en woont daar samen met een jong katertje en Jorge, een Spanjaard of Mexicaan, een grote jongen met een geestelijke achterstand. De goegemeente beschouwt hen, als twee broers, omdat ze dezelfde gebronsde huid en donkere haren hebben. Miguel heeft de behoefte om zich alleen terug te trekken, maar kan tegelijkertijd geen afstand nemen van de forse jongen. Jorge heeft driftbuien, maar kan wel goed hekjes timmeren, schilderen en kersen plukken. Ze vullen hun dagen met klusjes. Als Jorge maar af en toe de harde nummers van de band Unheilig kan draaien dat blijft de situatie beheersbaar. De moeder gaat met haar laatste krachten alleen ‘op vakantie’ naar Duitsland. Zoonlief gaat met Jorge naar Amsterdam. De dagboekfragmenten bestaan vaak uit korte gedachten, soms verpakt in lange zinnen met veel komma’s, wat het verhaal sober en leesbaar houdt. Het wedervaren van Miguel observeren we door de ogen van een alwetende verteller. Zo kunnen we niet alleen volgen wat hij zegt en doet, maar ook wat hij denkt en beschouwt. Onheilig is een heel sterke roman, zowel vormtechnisch als inhoudelijk die de emoties in verdorde levens heel sterk weet op te roepen.
Robbert Welagen, Nina Polak, Esther Gerritsen, Maartje Wortel, Nina Weijers, Thomas Heerma van Voss.. Arjen Lubach en Arnon Grunberg eigenlijk ook: een jonge hoofdstedelijke (vermoed ik) schrijver die een boek schrijft over een boek over een jonge hoofdstedelijke die zich eenzaam voelt en zijn/haar heil zoekt in een andere, rustigere omgeving is bepaald niet nieuw. Doelloos werk en moeizame familiebanden gaan er ook vrijwel standaard bij gepaard.
Fijn, vlot en schijnbaar alledaags geschreven, maar met veel ironie en kleine gekkigheden, is het meestal ook, maar vooral dat laatste ontbreekt mij te veel in het zichzelf wel erg serieus nemende Onheilig. Ja, Jorge is een gekke, maar verder is het van begin tot eind een bak treurnis over twee mensen die nooit hebben geleerd een goede band met een ander mens aan te gaan en die nogal letterlijk langs elkaar heen leven.
Waarom ben ik hieraan begonnen? Waarom heb ik het dan toch uitgelezen? Echt geen idee. normaal kan een boek als Onheilig wel bekoren, maar het deed me gewoon niets. De personages waren vervelend, de schrijfstijl is okay, maar niet geweldig ofzo en ondanks het onderwerp blijft het toch heel vlak. Enerzijds wilde ik het wel uitlezen, maar aan de andere kant kon het me ook niet snel genoeg gaan om de laatste zin te bereiken. Zou dit zeker niet aanraden, maar geef het 2 sterren omdat het ook niet heel slecht in elkaar zit.
2,5 sterren, denk ik. De stijl is mooi, de personages boeiend en levendig beschreven, maar er had qua verhaal meer uit kunnen worden gehaald. Er zit voor mijn gevoel geen enkele ontwikkeling in, en er zijn wat beloftes (m.n. de gitaar) die niet worden ingelost. Meer een (geslaagde) karakterstudie dan een verhaal, en daarmee niet mijn soort boek.
Een kleinschalig en langzaam verhaal over een doodzieke vrouw en haar volwassen zoon. Ze hebben elkaar voor twee jaar niet gezien. Waarom niet, en zullen ze elkaar nog zien voordat het te laat is?
Ik vond het mooi en vlot geschreven, leuke taalvondsten ook. De stukken over Miguel vond ik echter niet heel geloofwaardig, vandaar dat ik bij drie sterren blijf.
"Onheilig!" pg144: Wanneer is het goede moment om zoiets te beslissen? Als je nog niet gek bent, ja, nog niet te zwak. Als je alleen bent of omringd door goede vrienden.
pg161: (...) de wens de zee in te lopen en te verdwijnen
Leendert - ...Dit is de beste de zuiverste die je kan krijgen... (...) Je wilt zelf toch niet dat het zo eindigt....
Disclaimer: Ik beluisterde de audioversie van dit boek.
In Onheilig van Roos van Rijswijk leren we Jacqueline kennen, een vrouw van eind de vijftig met een terminale vorm van kanker. In brieven naar haar therapeut uit ze zich berustend en haast cynisch over haar nakende einde. Ze geeft de indruk een verbitterde vrouw te zijn, die zich tijdens haar leven weinig heeft aangetrokken van een ander of van zichzelf. Ze is grofgebekt, rookt en drinkt en houdt ervan te provoceren. Het enige wat toch een beetje aan haar lijkt te knagen, is dat ze geen contact meer heeft met haar zoon Miguel. Hun band was nooit echt geweldig, maar nu ze ziek is wil ze hem dat toch graag vertellen. De hoofdstukken waarin Jacqueline aan het woord is worden afgewisseld met passages vanuit Miguels perspectief. De jongeman leeft in Duitsland wanneer hij via een brief verneemt dat zijn moeder stervende is. Het lijkt hem initieel niet veel te doen, maar toch kan ook hij het nieuws niet zomaar van zich afschudden. Zowel moeder als zoon gaan onbeholpen naar elkaar op zoek, zonder elkaar ooit écht te vinden.
De stem van Jacqueline werd perfect vertolkt in de audioversie en riep meteen een kleurrijk beeld op van het personage. Miguel leek echter minder goed uitgewerkt. Ik weet niet of het lag aan de voorlezer die niet genoeg emotie liet horen, of aan de verhaallijn waarin minder diepgang werd gegeven aan zijn karakter, maar Miguels hoofdstukken werden er wel een pak minder boeiend door. In mijn ogen was dit dus een goed boek, een leuk tussendoortje, maar niet meer dan dat.
Roos Van Rijswijk bewijst dat ‘de blues’ in de Nederlandse literatuur niet gestorven is met het overlijden van Bernlef. Vooral bij monde van de stervende ik-vertelster Angelique, die haar therapeutische bekentenissen optekent voor een behandelaar, weet van Rijswijk een bitterzoete mengeling van weemoedigheid en nostalgisch verlangen in haar taal te leggen. Het is klein geschreven proza zonder teveel opsmuk van pretentieuze metaforen of lyrisch taalgebruik dat de dingen mooier maakt dan ze zijn. In de passages van de moeder hoorde ik een doorleefde rokersstem, schrapend, haar gefrustreerde ongenoegen uiten over een wereld die straks doorgaat als zij overlijdt.
De persoonlijke, intieme ik-vertelster (moeder Angelique) wordt afgewisseld met een afstandelijke vertelinstantie, waarmee een ander personage (zoon Miguel) met meer afstand wordt beschreven. Het is literair gezien een aardige vondst om zo de psychologische afstand te schetsen tussen iemand die dichtbij de dood staat en iemand die het alleen als buitenstaander ervaart. De gekozen opzet komt alleen niet helemaal uit de verf, omdat het conflict in de roman eruit bestaat dat moeder en zoon volledig langs elkaar heen leven, zelfs nu er een heftige gebeurtenis op handen is die hen de mogelijkheid ontzegt van een uiteindelijke verzoening.
Door de afwezigheid van een direct conflict tussen de hoofdpersonages, moet ‘Onheilig’ het hebben van een meanderend geheel van sfeerimpressies en innerlijke bespiegelingen. Bij de stervende moeder pakt dat goed uit, want alles wat zij waarneemt, zich herinnert of op het moment ervaart, krijgt een tragische lading tegen het licht van haar levenseinde. De zoon is voor mij een minder interessant personage – soms een beetje geforceerd zelfs – omdat hij net zo vruchteloos ronddoolt als zijn moeder, maar niet het vroegtijdige einde gaat hebben waarmee haar lot is bezegeld. Het gevolg is dat de roman bij mij nooit echt onder de huid ging zitten, omdat het niet de juiste spanning vindt om de fantastische opzet naar een hoger plan te tillen Een knap debuut, maar het is voor mij nog een tikkeltje te zoekend om de juiste toon vast te blijven houden. Komt vast goed met een vervolgroman.
Mooi boek over een moeder - zoon relatie, of eigenlijk over het gebrek aan een relatie tussen de twee. Angelique is bijna 60 en heeft te horen gekregen dat ze nog maar een paar weken te leven heeft. Ze besluit om haar zoon op te zoeken die ze al twee jaar niet gesproken heeft. Miguel, een buitenechtelijk kind van een onenightstand met een Mexicaan heeft nooit liefde van zijn moeder gekregen. Voor hem is het leven vooral een 'dreamquest' naar zijn onbekende vader en een stil leven in vrijwillige ballingschap in een onbetekenend Duits stadje.
Roos van Rijswijk beschrijft prachtig hoe de twee levens om elkaar heen draaien en nergens elkaar raken. Vooral het contract tussen de twee is sterk aangezet. Angelique, kosmopolitisch rijkeluisdochtertje dat haar onmatige verlangen naar seks, drugs en drank gedwarsboomd ziet door haar ongewenste zoon tegenover Miguel, de ouder-loze jongen die zich ontfermt over de zwakken in zijn omgeving en samenwoont met de zwakbegaafde Mexicaanse Jorge die de buurt als zijn 'broer' beschouwt.
Wat ik vooral mooi vind aan het boek is dat het verhaal nergens oppervlakkig wordt maar ook nooit heel expliciet diep gaat. De hoofdpersonen zijn vooral angstig en onzeker, en daardoor levensecht.
De 57-jarige Angelique is terminaal ziek en wordt verteerd door, zoals ze het zelf noemt, ‘zwarte stippen’ in haar lijf. Ze slijt haar dagen thuis, bij het raam, in haar huis in Amsterdam dat ondanks de gebruikelijke drukte van de stad toch leeg voelt.
Om haar tijd nog enigszins nuttig te besteden heeft ze van Jacoba, haar therapeute, de opdracht gekregen om haar gedachten en gevoelens eens op papier te gaan zetten:
“Als je er geen eind aan maakt, kun je net zo goed andere dingen doen. Ze hoeft het niet te lezen, zegt ze, ik moet het voor mezelf doen.”
Angelique begint met schrijven en de roman ontvouwt zich tot een stapel onbeantwoorde brieven gericht aan Jacoba waarin ze haar hart lucht over alles waar ze mee zit. In het bijzonder haar zoon Miguel.
Lees mijn hele recensie op elineschrijfthier.nl. 🙋🏻♀️🌿
Mooi geschreven boek over de relatie, die er eigenlijk niet is, tussen een moeder die aan kanker sterft en haar zoon. We zien steeds twee gezichtspunten van een liefdeloze jeugd (mijn leven stopte toen jij geboren werd). De moeder, Angelique, krijgt van haar therapeut de opdracht een dagboek bij te houden. Hierin wordt alles met een zekere scherpte genoteerd. Miguel, haar zoon van een one-night-stand met een Mexicaan, heeft de banden afgesloten en is naar Duitsland vertrokken waar hij zijn leven in uiterste rust leeft, samen met zijn zwakzinnige 'broer' (hij is ook donker getint, dus het moet je broer wel zijn). Moeders laatste wens is haar zoon nog een keer zien. Ze geven hier beide aan toe maar door een speling van het lot komt dit niet tot het gewenste resultaat.
Ik vond het verhaal mooi, waarin zoon en moeder weergeven hoe hun leven zich voortzet. Het gemis van liefde vond ik weerzinwekkend, schrijnend, boeiend. Het boek sloot mooi aan bij het boek van Eggers dat ik de dag ervoor uitlas, waarin ook een moeilijke relatie tussen moeder en zoon wordt beschreven en de moeder kanker heeft. Al wordt het in dat boek natuurlijk heel anders beschreven.