“Voordat we ook maar een stap verder komen, zullen we eerst moeten erkennen dat we met zijn allen in de modder zitten.”
Lees dit boek. Mijn Ontelbare Identiteiten zet je aan het denken en opent je ogen. Het geeft je inzicht in het leven van iemand die door mensen wordt geclassificeerd als de Ander, laat zien hoe mensen niet maar één identiteit hebben, hoe je niet zo in een hokje geplaatst kunt worden. Je past niet in één hokje. Je identiteit bestaat uit al jouw ervaringen, uit meerdere versies van jouzelf, of zoals Sinan Çankaya het zelf verwoordde: “Sommigen rapen één mikadostokje op uit een wirwar van stokken die elkaar overlappen en aanraken, om vervolgens de indruk te wekken dat personen te reduceren zijn tot dat ene stokje. Mensen zijn niet alleen man, hetero of wit, niet alleen vrouw, zwart of homoseksueel. Onze lichamen zijn altijd verstrengeld met andere identiteiten, geschiedenissen en levenslopen.”
Çankaya bespreekt het idee van kleurenblindheid, van de Dromers, die denken dat er gelijkheid bestaat omdat dat zo is vastgelegd in de wet. Die geen kleuren willen zien.
“Ik ben de Ware Racist, omdat ik de wereld nog steeds in kleur zie. Dromers ervaren het woord ‘wit’ inmiddels als een scheldwoord.”
“Ik ben zichtbaar, omdat witheid onzichtbaar blijft.”
“O wee wanneer ze ontdekken dat wit ook een kleur is, een gegeven waar ze inderdaad niet om hebben gevraagd, waar ze inderdaad geen schuld aan hebben, net zomin als ieder ander. Ze gaan door een crisis, een ware identiteitscrisis, voelen hoe het is om als een groep aangesproken te worden, om verantwoordelijk te worden gehouden voor iets waar ze geen aandeel in hadden, maar wel de onvoorziene vruchten van plukken (...).”
Zoals hij al uitlegt: “Wie een leven lang is benadeeld op basis van zijn voorkomen, zal dat niet eenvoudig relativeren.”
Çankaya vertelt over hoe de Ander altijd iemand anders kan zijn. Hoe je als iemand van Turkse afkomst je de Ander kunt voelen in zowel Turkije als Nederland: “Die zomer maakte mij een Nederlander. Terug in Nederland was ik al snel weer een Turk.”
“Op een bepaalde manier is de Ander, hoe bot ook, inwisselbaar. De Ander is steeds iemand anders, het label hecht zich aan lichamen en maakt zich er ook weer van los. Iedereen - buiten een middenklasse, witte norm.”
Hij schetst hoe minderheden die zich uitten worden neergezet als ‘gevoelig’ door hun gesprekspartners, hoe er alles aan wordt gedaan om hen er maar van te overtuigen dat het niet mogelijk is dat ze daadwerkelijk zijn gediscrimineerd.
“Ze luisteren doelbewust met een half oor, met gesloten ogen en leggen je woorden in de mond. Er is niets zo vermoeiend als het vechten tegen vanzelfsprekendheid.”
“Het label ‘gevoelig’ censureert de emoties van minderheden, terwijl de emoties van meerderheidsgroepen zonder veel aarzelingen worden aanvaard als legitieme reacties.”
“Ze zullen die ene situatie uit hun eigen level aanhalen als een tegenvoorbeeld (...), maar ze beginnen er niet over om een brug naar je te slaan en om te zeggen dat ze zich dat vervelende gevoel goed kunnen inbeelden, nee, ze beginnen erover om de claim van etnisch profileren te ondermijnen, om je te vertellen dat je niet zo moet zeuren en niet zo vermoeiend moet doen en dat je er ook om kunt lachen (...).”
“Ze zullen beginnen over hoe ze zich een buitenlander in het buitenland voelden. Maar ik ben geen toerist in Nederland. Ze zullen beginnen over dat gasten zich moeten aanpassen. Maar ik ben geen gast.”
Verder bespreekt hij hoe de omgeving discriminatie mogelijk kan maken: “Konst was een bijzaak, een figurant, het gaat niet om hem. Ik zie vooral mijn omgeving lachen - zij maakten hem mogelijk en stonden hem toe, net als mijn schoolleiding.”
Ten slotte verdiept Sinan Çankaya zich in de identiteiten van de mens:
“Iemands ideeën hangen samen met het lichaam, maar vallen daar nooit mee samen. Zo kunnen migranten ook medeplichtig zijn aan een uitsluitende politiek, aan islamofobe of antisemitische taal, antizwartracisme of homofobie. Migranten in elitefuncties, in de politiek, in bestuur en beleid, kunnen uitsluiting faciliteren, en mogelijk maken.”
“‘Ze moeten als ons worden, ze moeten onze waarden en normen overnemen, ze moeten integreren,’ zegt er wel weer eentje op televisie, daarmee ook de verscheidenheid onder witte Nederlanders geweld aandoend.”
“Identiteit is een zoektocht naar eenheid en het besef dat die er niet is, het inzicht dat we ons het best kunnen verzoenen met de meerdere versies van onszelf, met het glibberige van ontmoetingen, en met vallen en weer opstaan.”
“Mijn naam, niet de jouwe. Mijn verhaal. Dit is ook Nederland.”