Matt Scaramelli is metamorfoseur: hij kan in alles veranderen wat het publiek van hem vraagt. Tot iemand hem op een avond opdraagt de gedaante van een vis aan te nemen. In ‘De doodroker’ staat Alfred Tibbats op het punt zichzelf dood te roken en slaat hij geamuseerd de wedloop gade van de aandoeningen die hem naar het leven staan, nieuwsgierig welke zal winnen. In ‘Het delicate monster’ raakt een man na een kleine ingreep aan zijn verstandskiezen langzaam misvormd en wordt hij daar door zijn artsen om bewonderd: ze zien mismaaktheid in haar meest delicate vorm.
Vrijwel alle hoofdpersonen in Hoe Matt een dode vis werd staan aan de vooravond van een mentale of fysieke verandering die óf hun leven grondig verandert, óf tot hun dood leidt. Want hoe te leven als dwangmatig roker, als delicaat monster, als metamorfoseur met visangst?
Dichter bij Kafka dan Jeroen van Kam kun je volgens mij niet komen. Alles in deze bundel kortverhalen ademt de stijl van de grootmeester van het absurde uit. Zeker het verhaal ‘Hoe Matt een dode vis werd’ is rechtstreeks schatplichtig aan ‘de Metamorfose’ van good old Franz. Niet alle vertellingen in deze bundel zijn even sterk geschreven. Bij sommige is het echt worstelen met de verwarrende vertelstijl of de vreemde overgangen, maar globaal gezien vond ik het zeker zijn vijf sterren waard.