Jump to ratings and reviews
Rate this book

Duetten

Rate this book
De vriendschap tussen Erik Jan Harmens en Ilja Leonard Pfeijffer is gebaseerd op hun compromisloosheid, hun liefde voor taal, het gevoel voor vuige humor, hun totale inzet. Een klein jaar lang stuurden ze elkaar met sardonisch genoegen strofes, gaven voorzetten om elkaar vlak voor het inkoppen pootje te lichten. In "Duetten" klinken twee stemmen van geheel verschillende klankkleur die in onwaarschijnlijke samenzang een dringend lied zingen dat de wereld naar de ratsmodee gaat.

87 pages, Paperback

Published January 1, 2016

1 person is currently reading
13 people want to read

About the author

Erik Jan Harmens

24 books26 followers
Erik Jan Harmens (1970) is een Nederlands dichter en schrijver. Hij publiceerde vijf dichtbundels. De meest recente, kom (2019), ging over hijgen. Het gedicht ‘h h’, dat bestaat uit 56 maal één en dezelfde letter, behoort tot de klassiekers in de nederlandse poëzie. Harmens publiceerde ook twee bundels met lyrische duetten, een met Rick de Leeuw en een met Ilja Leonard Pfeijffer. Hij was in 2002 de eerste poetry slam-kampioen van Nederland.

Er verschenen zes romans. Eind 2021 kwam Rigolettohof uit, de grote Alphense roman, over hoe een man opgroeit in de jaren zeventig en tachtig in de nabijheid van een winkelcentrum (de Ridderhof) dat later, op 9 april 2011, in een plaats delict zou veranderen. Hallo muur (2015) werd Boek van de Maand bij De Wereld Draait Door en werd talloze malen herdrukt.

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
3 (12%)
4 stars
9 (37%)
3 stars
7 (29%)
2 stars
4 (16%)
1 star
1 (4%)
Displaying 1 - 6 of 6 reviews
Profile Image for Casper Veen.
Author 3 books33 followers
November 27, 2016
Ondanks dat er de afgelopen jaren geen gebrek was aan schrijnende politieke, maatschappelijke en economische problemen, is het Nederlandstalige poëzielandschap in die tijd niet overspoeld door een golf van jonge, geëngageerde dichters. Gelauwerde activistische poëten als de Belgische Charles Ducal en Dichteres des Vaderlands Anne Vegter lieten luidkeels van zich horen, vooral wat de vluchtelingencrisis betreft. Maar veel jonge en debuterende dichters hielden zich verre van politieke thema’s. Zo erg dat Ilja Leonard Pfeijffer in zijn vorige, veelvuldig onderscheiden bundel Idyllen de volgende aanklacht in keurige alexandrijnen aanhief:

‘Dus vrienden, grote dichters van heel Nederland /
en België, waar wordt geschreeuwd is taal vacant. /
Ik vraag niets, wil niets, eis niets, heb niets uit te leggen. /
Maar kunnen we misschien beginnen iets te zeggen?’

Daar liet de bard uit Genua het niet bij zitten. Samen met zijn goede vriend en geestverwant Erik Jan Harmens schreef hij de bundel Duetten, een dertigtal titelloze gedichten waarin de twee dichters steeds beurtelings een strofe schreven. De samenwerking kwam tot stand via de mail en is chronologisch afgedrukt. Uitgever Lebowski verwoordt de bundel treffend als ‘een dringend lied’ waarin gezongen wordt ‘dat de wereld naar de ratsmodee gaat’.

Zo’n typering kan de verwachting wekken dat er hier plat gekankerd gaat worden op incapabele politici en domme plebejers die de maatschappij en aarde naar de verdommenis helpen. Maar dan ken je Pfeijffer en Harmens nog niet. Van Brexit tot racistisch gejoel (‘daar moet een piemel in!’) , van populisme en ‘dobbernegers’ tot jihadisme: de grote kwesties van deze tijd worden allemaal opgediend – en gefileerd.

Een van de sterkte attaques van de bundel is het begrip tonen voor de aantrekkingskracht van jihadisme in een maatschappij die nog slechts in één ding gelooft: ‘ons heilig groeimodel’. En actueel nadat minister Edith Schippers (VVD, Volksgezondheid) onlangs zei dat alle culturen helemaal niet gelijkwaardig waren. ‘De onze is een stuk beter dan alle andere die ik ken’, aldus Schippers. Koren op de molen van Harmens en Pfeijffer, die juist begrijpen dat gemarginaliseerde en gediscrimineerde jongeren zich door een zuiver, eenduidig fundamentalisme met een missie laten meevoeren – tegenover een decadente samenleving die is vervallen tot ‘debiel geconsumeer’. Pfeijffer:

‘We leven hier een tandpastareclame na /
Verkrampt en grimmig grijnzend in de camera /
Ik snap het wel dat iemand maait met zijn geweer /
Beschiet en blaas maar op die boel. Het gaat niet meer’

Dergelijke kritiek op de leegheid van de consumptiemaatschappij is uiteraard nieuw noch origineel. Al ruim een eeuw wijzen filosofen, dichters, musici en kunstenaars op hoe een overgave aan luxegoederen, massamedia en technische speeltjes de ziel en diepere zingeving van de burger en maatschappij heeft uitgehold. Pfeijffer en Harmens vernieuwen deze kritiek echter op eigenzinnige wijze en plaatsten die midden in deze tijd – waardoor hun gedichten overlopen van urgentie.

Niet alle zaken zijn politiek-maatschappelijk van aard. Het alcoholisme dat Pfeijffer en ´Westmalleman´ Harmens beiden jarenlang met zich meetorsten en uiteindelijk overwonnen ( waarover beiden eerder schreven, respectievelijk in Brieven uit Genua en Hallo, muur) komt veelvuldig aan de orde. Verrassend genoeg wordt het afkicken niet gepresenteerd als een van daadkracht getuigende triomf. Integendeel, er wordt met openlijke nostalgie teruggeblikt op de tijden dat ‘ik nog dronk en oplossingen vloeibaar waren’ (Pfeijffer) en toen ‘alles al na de eerste plop versofte in mijn zorgenkop’ (Harmens). Het verworden tot geheelonthouder voelt als een kater en de ‘onwennig vast[e]’ koers wordt dan ook door beide dichters gehekeld. Harmens:

‘er is geen roes meer er is alleen maar tijd
die tikt als messenprikken in je nuchterheid’

Kortom: wee mij, mijn groots en meeslepend bestaan is gereduceerd tot het delen van een bonuskaart en ‘theedoeken en washandjes […] strijken / voordat we naar de mooie bloemen buiten kijken’. Een pijnlijk besef. Wie het vervolgens moeten ontgelden, zijn de passieloze, burgerlijke typetjes die hun ‘gewoonheid nergens op [hebben] bevochten’. Wat weten zij van een bruisend bestaan? De krachtige, authentieke oermens is uitgestorven, pleiten de dichters. Wat resteert: ‘[d]e jacht is punten sparen, leven uitgekien, / gezever, complicaties en een stroom van woorden’. En wederom de drang om op wanhopige wijze aan de mondaine waanzin te ontsnappen: ‘[g]eef me een geweer / en zendtijd. Ik leef nog een allerlaatste keer.’

Ook een ander soort uitgeblust plebs wordt op de hak genomen – en wel de mensen die de echte wereld hebben verruild voor een virtuele en neppe social media-realiteit. Dat is onderdeel van een breder thema dat over de bundel is uitgesmeerd: het verlies van en de wanhopige zoektocht naar iets authentieks. ‘als tantalus reik ik door mijn tijdlijn naar authenticiteit […] als midas raak ik alles wat ik tag weer kwijt’, dicht Harmens. Hierbij wordt zelfs een knappe vergelijking tussen bluefaces (term voor mensen die continue in de weer zijn met hun smartphone waarbij het blauwe licht hun gelaat beschijnt) en de grot van Plato gelegd. Het veelvuldig opduiken van Instagram, Facebook en de neologismen die daarmee gepaard gaan, komt soms wat repetitief, bijna lelijk over. Dat lijkt opzet: door dit effect wordt de lelijkheid en monotonie van de online tijdlijnen onderstreept.

Hoewel de dichters beiden soortgelijke thema’s te lijf gaan, hebben ze ieder natuurlijk hun eigen uitgesproken stijl. Pfeijffer gaat door op de weg die hij met Idyllen was ingeslagen en spuwt zijn rijke vocabulaire strak in rijmende alexandrijnen over de lezer uit. Harmens werkt met zijn kenmerkende georganiseerde chaos, waarbij spontaan optredend rijm vooral functioneel ingezet wordt, om woorden banden te laten aangaan of om echo’s te laten opklinken. Ook verhaspelt hij zinnen om een warrig effect teweeg te brengen en passeert de typische ranzige esthetiek die Harmens eigen is, geregeld de revue: ‘nadat ik je restjes poep uit m’n wc-pot pis / verbeeldt het wit keramiek mijn jouwgemis’.

Duetten trakteert ons op twee nietsontziende dichters die de wereld (en de lezer) op schitterende wijze bij de kladden grijpen en er flink van langs geven. Het duo dat in 2009 al opriep tot meer engagement en urgentie in hun in Trouw gepubliceerde Manifest voor een riskante literatuur bewijst nu meer dan ooit actuele thema’s en maatschappelijke problemen in versvorm nieuwe zeggingskracht te kunnen geven. Dat lijkt, zeker na het lezen van deze bundel, hoognodig. Met Pfeijffer, Harmens en een handjevol anderen als voorhoede is het niet ondenkbaar dat activistische dichtkunst in Nederland toe is aan een wederopstanding. Een aanrader voor mensen die wakker geschud willen of moeten worden.

Deze recensie verscheen eerder op de website van Literair Nederland http://www.literairnederland.nl/activ...
Profile Image for Nena Veenstra.
96 reviews4 followers
dnf
June 10, 2021
Ik heb deze bundel ooit gekocht voordat ik wist wie Pfeijffer was en omdat het concept me wel interessant leek. Maar eigenlijk is dit gewoon een pretentieuze bundel die heus qua techniek laat zien dat deze mannen wat kunnen, maar mij op inhoudelijk vlak niet weet te raken. Te veel goeie techniek is meestal niet bevorderlijk voor de kwaliteit van een bundel, is mijn ervaring.

Ik ben niet verder dan het zesde duet gekomen voordat ik uit irritatie het boek heb weggelegd. Wie hem graag wil lezen mag hem gratis bij me komen afhalen.
Profile Image for André van Dijk.
121 reviews8 followers
Read
October 19, 2016
‘Het stuwen van de onderstroom’

Twee bevriende dichters vinden elkaar in een uitwisseling van e-mails. De een schrijft een paar regels, de ander vult aan, en vice versa. Er wordt niet gesproken over onderwerp, concept of uitkomst: de onregelmatige samenzang heeft als resultaat de verrassende poëziebundel Duetten.


Erik Jan Harmens en Ilja Leonard Pfeijffer hebben elkaar een jaar lang bestookt met voorzetten in tekst die direct weer een reactie van de ander opriepen. De spontane dichtvorm – waarin volgens het naschrift niet is gecorrigeerd – heeft geleid tot een dertigtal duetten die in willekeurige volgorde in de bundel zijn geplaatst. In een afwisselende reeks strofes komen tal van onderwerpen aan de orde, maar is het vooral het verschil in stijl en weergave dat voor een opmerkelijke dynamiek zorgt.

Drankzucht
Pfeijffer schrijft in zijn bekende dubbelrijm – of gepaard rijm – waarmee hij ook zijn uit alexandrijnen opgebouwde bundel Idyllen heeft ingekleed. In een strak regime, overladen met enjambementen om de klank te kunnen beheersen, vormt hij een lyrische basis voor de thema’s die aangestipt worden. Harmens is veelal de frivole inkopper die een voorzet van Pfeijffer op sublieme wijze weet te verzilveren. Hij is vrij in zijn vorm, experimenteert er lustig op los en koppelt binnenrijm en alliteratie aan een opmerkelijke scherpzinnigheid.

De duetten handelen over het dichterschap, over voordragen voor publiek, over vriendschap, liefde, social media, straatcultuur, geweld en terrorisme. Natuurlijk komt ook de drankzucht voorbij, waarmee beide dichters een hechte verbintenis hebben gehad en waarvan de verleiding nog altijd op de loer blijkt te liggen. Pfeijffer speelt de advocaat van de duivel: ‘Dus waarom zwicht je niet? Ik ken je al zo lang./ We hebben zoveel schuim beleefd dankzij je hang/ naar mij en naar mijn bitter romige verzachten’. Harmens hoopt op steun van zijn compaan: ‘dim het licht tot het donker is, fade uit tot de funk verstomt/ land in zicht rond sint juttemis, ik groeide tot ik kromp/ weet je zeker dat je me dragen kan, mij topzware westmalleman’.

Consumptiebonnen
Een dramatische scène op de luchthaven, Pfeijffer schetst de schokkende situatie: ‘En toen ik bij de juiste incheckbalie stond/ met springstof en een sissend lontje uit mijn kont’, waarop Harmens zijn regels naar een ander niveau tilt, in een taal die meer omfloerst is en daardoor de werkelijkheid nog intenser weergeeft:

beef om bevroren bewakingsbeeld
hier ben ik nog heel
nog één keer het licht in van burger king
malende kaken gaan staken
mijn lendenen met slagsnoer omgord
alles komt goed want is ingestort

In deze speeltuin van de poëzie wordt tegelijkertijd de positie van de dichter onder de loep genomen. De scheve verhouding tussen het aantal verkochte dichtbundels en de populariteit van optredende dichters is nog steeds groeiende. De dichter is een entertainende ondernemer geworden, de drank is afgezworen en het bohemienbestaan verkwanseld. ‘Het dichten was om de consumpties ooit begonnen./ Nu weten we geen raad met de consumptiebonnen’, memoreert Pfeijffer. De ‘chouffeloze’ Harmens dikt het nog eens aan: ‘we zijn niemand meer over en niet te geloven alsof we lege emmers legen/ in een volle goot die overloopt/ door het stuwen van de onderstroom’.

Duetten blinkt niet uit in gedenkwaardige gedichten. Het is de heen en weer gaande beweging tussen twee vrienden die, hun woorden optekenend in een spontane uitwisseling, een boeiende tekst oplevert. Er wordt veel losgemaakt en omgewoeld, maar de taal blijft de lichte geforceerdheid van een actie-reactie behouden. ‘Blanke pfeijfferhuid’ en ‘droeve harmenssnuit’ hanteren de pen virtuoos en het experiment mag voorzichtig geslaagd heten: ‘we willen van weinig woorden zijn maar het ontsnapt ons als gas’.

http://8weekly.nl/recensie/het-stuwen...
@8WEEKLY/André van Dijk
32 reviews
August 7, 2024
Onleesbaar voor mij, ik zal waarschijnlijk nooit een poëzieliefhebber woorden. Frasen als gehakt stro : geen spek voor mijn bek…
Profile Image for Peter Boot.
286 reviews3 followers
August 7, 2021
Ik ben meer een prozalezer dan een poëzielezer, zoals 99 procent van de lezers. Maar soms lees ik een poëziebundel. Dan is steeds de vraag: hoeveel aandacht besteed ik aan elk gedicht? Hoe vaak ben ik bereid de tekst overnieuw te lezen, hoe lang wil ik de woorden laten bezinken tot ik besluit dat het tijd is voor het volgende gedicht? In vergelijking met liefhebbers van poëzie vast niet vaak en niet lang genoeg. En dan vraag je je dus ook af of je wel een oordeel mag hebben over teksten waar je je misschien niet genoeg in hebt verdiept. Ik  meet me dat recht toch maar aan. Iedereen heeft het recht een boek op zijn eigen criteria te beoordelen - niet naar de criteria van het boek of de schrijver of lezers voor wie de schrijver de tekst misschien bedoeld had.

Dat gezegd hebbend kan ik toegeven dat veel in dit boek mij duister is gebleven. Van veel van de teksten (elk gedicht is een dialoog tussen fragmenten van Harmens en van Pfeijffer) weet ik niet goed waar ze over gaan. Ik kan wel terugkerende thema's herkennen. Beide spreken als performers, en veel van de teksten lijken uit te gaan van een festivalsituatie waar de dichters in het lamplicht hun gedichten voordragen. Sommige gedichten becommentariëren rechtse politici en hun aanhangers, een ander gedicht gaat over een zelfmoordterrorist  op het vliegveld.

Daaruit een paar mooie regels:

"En toen ik bij de juiste incheckbalie stond
met springstof en een sissend lontje uit mijn kont,
toen ademde ik rustig en mijn kalme blik
was vriendelijk. Geen budgetpassagier had schrik
van mij." (P)

"De liefde heugt zich liefde als een herderslied.
Gedichten zingen of gedichten zijn het niet." (P)

"zoals liefde liefde liefheeft haat haat haat" (H)

Los van een vollediger idee van de betekenis van de gedichten kan ik wel zien dat veel van de gedichten prachtige beelden of prachtige regels bevatten.

Een paar voorbeelden:
"Van vroeger weet ik nog dat ik naar meisjes keek
als naar een schaakprobleem dat onoplosbaar leek.
Ik moest een zet doen, maar ik wist niet welke zet,
omdat ik bij de uitleg niet had opgelet
(...)" (P)

"als donkere gedachten in een al donker hoofd
lost de melk die ik morste op in melk die er al lag" (H)

"Heb jij je eten wel geinstagramd vandaag?
Want anders heb je nu voor niets een volle maag." (P)

Het meest toegankelijke duet is dat over het heimwee naar de drank. Daaruit de volgende fraaie regels:

"In plaats van groots verval en lonken naar de goot
heerst zondagmiddag met een bordje taart op schoot
en sta ik theedoeken en washandjes te strijken
voordat we naar de mooie bloemen buiten kijken.
Niet Hemingway en Baudelaire zijn nu mijn vrienden,
maar frisgewassen engeltjes met uitgekiende
belevingswereldjes en aandacht voor visite,
die graag met mate van een mooie dag genieten
in ruitjesbroekrok op een nieuwe fiets. Geen reet
begrijpen zij van duister. Geen van hen heeft weet
van diepte van de ziel van flessen of het lessen
van dorst die dorstig maakt, het lopen over messen
die randen van de nacht afsnijden en de krochten.
Ze hebben hun gewoonheid nergens op bevochten.
Nu ben ik een van hen. Ik glimlach naar hun monden.
Tenminste heb ik ware liefde nu gevonden,
met wie ik in de vroege ochtend bloemen pluk.
Je moet er wat voor over hebben, voor geluk." (P)
Displaying 1 - 6 of 6 reviews

Can't find what you're looking for?

Get help and learn more about the design.