Schrijver Romke Terkamp is van zijn vrouw af en neemt voorlopig zijn intrek in een hotel. Hij besluit voor de rest van zijn leven vrijgezel te blijven en de liefde zorgvuldig buiten de deur te houden. Een toevallige ontmoeting met zijn vroegere schoolvriend Harm Kurk brengen zijn principes echter aan het wankelen. Deze biedt hem namelijk tijdelijk onderdak aan in zijn huis. En dat zou zo erg nog niet zijn als Harm niet getrouwd was met de beeldschone Miepje.
Luchtig oppervlakkig vlot boekje over het schrijvende en nauwelijks publicerende alter ego van Remco Campert. Hij raakt verwikkeld in een driehoeksrelatie die van kwaad tot erger leidt. Campert vangt de tijdsgeest altijd zo lekker en uitvergroot, stereotypeert fantastisch de mensen die zich in dat tijdsgewricht bewegen. Verwacht geen diepgravende psychologie, het heeft niets meer om t lijf dan aangenaam leesvoer.
Een novelle van een dikke honderd pagina's waarbij ik veelvuldig hardop heb moeten lachen. Fantastisch! Het is een eenvoudig maar toch literair boek met een dosis humor die ik niet verwacht had. Oh ja, en alleen vanwege de titel zou je dit boek toch al willen lezen!?
Geen idee of dit valsspelen is, maar ik heb dit boek (blijkbaar) exact vijf jaar geleden gelezen om er een boekverslag over de schrijven, dus ik mag het vast wel hier onder de door mij gelezen boeken scharen. De achterflap van dit boek is mogelijk de beste samenvatting die gegeven kan worden: dit is '[e]en zedenschets uit de jaren tachtig.'
Omdat ik uit de 'eigen mening' die ik destijds aan het boekverslag geschreven heb geen eigen mening kon ontfutselen heb ik zelf nog maar eens het boek wederopengeslagen, en met name het laatste hoofdstuk nogmaals mijn leestijd waardig gegund. De zedelijkheid die in dit vijftiende hoofdstuk geschetst wordt, wordt, misschien terecht, door Campert vergeleken met het oplepelen van 'een diep bord bedorven erwtensoep', een metafoor die volgens mij de lading niet dekt.
Eigenlijk, mijn gedachten vrijspel gevend, dekt geen woord in het laatste hoofdstuk de lading die het beschrevene waard is. Ik geef het boek toch maar drie sterren, mogelijk te hoog, omdat de zeventienjarige Ward het blijkbaar 'erg goed' vond. Ik heb daar heden wel mijn twijfels bij.
Als je een uurtje lichtvoetig vermaakt wilt worden door een literair grootmeester dan moet je de Harm en Miepje Kurk story van Remco Campert lezen. Ik heb regelmatig hardop gelachen door de idiote situaties waarin de schrijver verzeilt raakt door zijn eigen hypocriete gedrag.
Dit is een verhaal als een soap verteld vanuit het gezichtspunt van de schrijver (een mooi fonetisch anagram van Remco Campert) en mijn vermoeden is dat het in de soap ook zijn inspiratie gevonden heeft. Mogelijk heeft Campert dit stuk zelfs bedoeld als een soort van satire en indien niet, dan is het dat uiteindelijk toch geworden. Dieper dan een soap gaat het verhaal ook niet, maar dat is niet nodig voor de verstrooiingsfactor die continu hoog blijft.
Ik herinner mij niet voldoende van de 80er jaren om alle verwijzingen van Campert te kunnen volgen in dit verhaal, maar het opvoeren van media-geile figuren uit de grachtengordel die per dag hun mening 180 graden weten te draaien zonder in problemen met de eigen integriteit te komen is van alle tijden en blijft vermakelijk.
De namen die Remco geeft aan zijn personages zijn ook een bron van vermaak zoals Froukeline Scharnier, Trudy Vampirosa en Willem Ananas om er maar een paar te noemen. Of Harm en Miepje Kurk, de Nederlandse lulligheid in zijn volle glorie.
Ik geef deze romanette vier sterren omdat het voldoet aan de belangrijkste eis die ik aan een boek stel, het rukte mij voor een uur uit de werkelijkheid en verving deze door het maffe universum van Romke Terkamp waar ik gaarne nog enkele dagen verbleven had.
Vroegah, toen er nog maar drie zenders op tv waren, was er soms een toneelstuk van Het Theater van de Lach op. Dat heette dan een klucht. Hierin werden de karakters en hun gebeurtenissen erg uitvergroot zodat ze karikaturen ban zichzelf werden. Dat is het verhaal dit boek ook. Bedoeld om grappig te zijn maar het gaat eigenlijk nergens over. Het meest spitsvondige taalgrapje gaat over een 'hels apparaat dat in de kast wordt opgesloten' (de stofzuiger). Het voordeel van de twijfel levert hem nog een krappe drie sterren op.
Ik kende deze novelle van het VPRO-radioprogramma Het Pandemonium, waar in de jaren 80 schrijvers als Johnny van Doorn, Ischa Meijer, Maarten Biesheuvel, Levy Weemoedt en Remco Campert uit eigen werk voorlazen - fantastische literatuur-radio. Dit feuilleton was zeker een van de meest onderhoudende en grappige. In de papieren versie, 40 jaar na de televisie-uitzendingen gelezen, is het nog steeds onderhoudend en grappig, met af en toe fantastische formuleringen en vondsten, en de constructie is me helderder dan bij de radio-versie, maar het geheel is vooral erg licht.
Vrij onbenullige zedenschets over vriendschap en (driehoeks)relaties. Vreemdgaan is normaal, net als jaloezie. Dat is nogal opportunistisch, maar omdat alleen jijzelf belangrijk bent, maakt dat niet uit. Vooral het onnozele slot van dit vlot geschreven boekje, maakt dat twee sterren voldoende zijn.
Zelf omschreef Remco Campert het in een interview met het AD als 'puur entertainment, het in de zomer van 1983 uitgekomen 'De Harm & Miepje Kurk Story'. Dialogen daaruit las de schrijver al eerder voor in een feuilleton voor een radioprogramma van de VPRO.
In de 'zedenschets uit de jaren tachtig', zoals de ondertitel luidt, spelen angst voor de dood, overspel, vrouwenbeweging en misverstand een substantiële rol. Campert, wiens naam getransformeerd werd in die van hoofdpersoon Romke Terkamp, maakt er een luchtig, vlot lezend en vooral humoristisch geheel van.
Nog voor 'De Harm & Miepje Kurk Story' in de boekhandels lag, had producent Rob Houwer de filmrechten gekocht met het doel het boek het jaar daarop te verfilmen. Jammer dat het daar nooit van is gekomen, want deze Campert zou zich uitstekend hebben geleend voor een amusante en eigentijdse bioscoopfilm.
Hilarisch verslag van een super complexe overspelgeschiedenis, met in de hoofdrollen Romke Terkamp, het echtpaar Harm en Miepje Kurk, en Froukeline Scharnier. Ouderwetse slapstick, waarin de losse einden (Knollie? de dochter van Froukeline?) en de bespiegelingen over het vrijgezellenbestaan of het verschijnsel overspel, het allemaal nog grappiger maken. Hardop gelachen, zelfs nu, bij herlezen.
Botheid mag dan zijn handelsmerk zijn, de botheid moet dan goed zijn uitgewerkt. Hoewel het boek Camperts kenmerkende droge scherpte ademt, mist het juist de finesse die het daadwerkelijk goed zou maken.