Diepe zucht, oké, ik heb dit als audioboek geluisterd omdat het veels te warm is om over iets zinnigs na te denken en ik niet in de zon mag zitten. Er lopen vier grote dingen enorm scheef in dit boek:
1) De schrijver moraliseert, maar wil het luchtig houden (hij is immers de beheerder van een meme-account, it’s his brand!) en maakt niet politiek wat politiek is. Jonas Kooyman houdt het idee voor dat de 'nieuwe yup' de stad verandert, maar legt eigenlijk helemaal niets uit over hoe dit in z'n werk gaat. Dat is niet verrassend, want de ‘nieuwe yup’ is een tussenpersoon en niet de veroorzaker: de ‘nieuwe yup’ is de enige die nog kan overleven in de veranderende huizenmarkt van Amsterdam anno nu, vanwege de fiscale versoepelingen sinds de jaren 80–90 die vastgoed als speculatieobject aantrekkelijk maakten voor grote multinational beleggers. De schrijver weet eigenlijk helemaal niet zo goed wat hij aan moet met deze ‘nieuwe yup’: aan de ene kant wil hij ze agency aanschrijven en ze aansprakelijk houden voor de gentrificatie van wijken (i.e., ‘door hen moet je net zo rijk zijn om in Amsterdam te wonen!’), maar aan de andere kant wil hij ook duidelijk hebben dat deze groep niet meer rijk kan leven door die hoge huren en dus niet zo rijk meer is. Voor de lezer wordt dit extra verwarrend omdat de yup sowieso altijd al nooit ‘zo rijk’ zal zijn als ‘echt rijke mensen’ zoals Jeff Bezos en dergelijk, waardoor als lezer achterblijft met een soort ‘uhm, ja, oke, maar, hé, wacht, wat’-gevoel?
2) Er mist de cruciale erkenning dat ‘alternatieve cultuur’ niet dood is (en nooit ook zal vergaan), maar juist tegelijkertijd dus mainstream en gemarginaliseerd is geworden. Dat is een superverwarrende spanning in dit boek, die Jonas bijna op een wereldvreemde manier niet lijkt te willen aanraken. Allereerst, deze zuurdesembroden, eco-zeep en yogaklasjes (zelfs survival pakketjes maken om een drugsdip tegen te gaan) bestonden allemaal al? In de surferkringen van Den Haag in ieder geval wel, en misschien liep Amsterdam dan altijd achter omdat ze niet echt strand hebben en dus ook niet echt een 'kumbaya'-gevoel, weet ik veel, maar de vraag naar deze producten bestond al, maar dit was kleiner en het was echt een beetje 'gek' om zo te willen leven. De millenials, waar de ‘havermelkelite’, ‘Dansaertvlamingen’ en ‘bobos’ tot behoren, zijn allemaal opgegroeid met tekenfilmseries als De Tofus, waar hippies werden aangewezen als overduidelijk uitschot, en met een internetcultuur die vegans als irritant beschouwden. Welnu, het is niet de eerste keer dat iets dat eerst een alternatieve subcultuur is, schoon wordt gespoten en vervolgens een hyperkapitalistische hype wordt. Maar is het dan niet gewoon zo dat deze 'havermelkelite' alleen zich zo zelfbewust voelt over hoe ze nu ‘gezonder leven, gezonder eten’ (en ondertussen twee keer zoveel betalen, en worstelen met dat ze verder geen engel zijn o.i.d.) gewoon toch ergens nog steeds neerkijken op deze levenswijze, die vanaf het begin af aan al niet aansloot op hun eigen normen en waarden? Zeker gezien hoe cynisch en nihilistisch deze groep eigenlijk blijkt te staan in het laatste hoofdstuk, volgens Kooyman zelf...? Vroeger noemden we dit soort mensen gewoon posers.
3) Dan is het dus ook zo dat er echt nog steeds genoeg alternatief is in Amsterdam! En ik hoor je denken, oh, maar dan is er dus eigenlijk niets aan de hand? Nou, nee, de meer eigenzinnige subcultuur in Amsterdam staat weldegelijk meer onder druk dan eerst. Maar Jonas laat ook hierover zoveel weg dat hij wel echt tegen de rand van pure misinformatie aan zit: volgens Jonas Kooyman is 'alternatief Amsterdam', 'bohemian Amsterdam', of zelfs *god forbid* 'avant-garde Amsterdam' (nee, maar, wat was volgens hem avant-garde aan Amsterdam, precies?) geheel verdwenen door de opmars van een homogene cultuur. En ik deel mijn kritiek hierover even in twee delen op: allereerst draagt hij uit dat er in heel Amsterdam er alleen upper middle class burgers wonen, in tegenstelling tot de kleine tijdsperiode waarin de arbeidersklasse in Amsterdam comfortabel heeft kunnen wonen (iets waar op zichzelf dus al haken en ogen aan zitten). Daarnaast houdt hij ook vol dat Amsterdam als stad daardoor saai is geworden en dat er geen ‘third spaces’ meer zijn (een inmiddels wel erg goedkope cultural analysis party trick, waarmee je eigenlijk verkondigt geen hobby’s te hebben…?) – of althans, geen third spaces die voor hem nog ‘interessant’ zijn... again, whatever that means, het blijft gewoon erg vaag wat Kooyman nu eigenlijk mist, zeker gezien hij 10 jaar oud was toen de Roxy, de nachtclub die hij dan wel weer noemt, afbrandde.
Het is sowieso niet zo dat je per se upper middle class moet zijn om in Amsterdam te wonen (en vervolgens dus niet upper middle class kan leven). Echter, als je echt wil kunnen leven als een kunstenaar die eruitziet alsof die nooit echt over zijn tijd als ‘Kinderen voor Kinderen’ zanger is heen gekomen, dan moet je wel al snel in de situatie zitten dat je ouders een klein huisje in Noord hebben gekocht toen dat nog zomaar kon. Die inwoners van Amsterdam betalen alleen lang geen duizenden euro's aan huur, maar iets van 300 euro per maand aan hun ouders, op wiens naam de hypotheek dan staat. We spreken hier dus *opnieuw* van een ‘omlaaggevallen middenklasse’, maar dit keer eerder een lagere middenklasse, die in zeker zin ‘geluk heeft gehad’ in het maken van beslissingen om de toekomst van hun kroost veilig te stellen. Volgens Jonas bestaan deze mensen echter gewoon niet, of zijn dit stiekem toch ook yuppen?
En dan wordt er dus ook gedaan alsof 'alternatief Amsterdam’ niet meer bestaat in de gedeelde leefruimte van de stad, maar de schrijver maakt heel duidelijk dat hijzelf geen enkele moeite doet om deze ruimtes te vinden. Kooyman is geïnteresseerd in het volgen van trends en dat is begrijpelijk, want dit is zijn werk! Maar waarom doet hij alsof je op Instagram zou kunnen horen over waar er nog ruimte is voor experiment? Waarom denkt hij dat dit soort plekken überhaupt te vinden zijn voor mensen die echt alleen hun eigen consumptie willen vastleggen en verder niets willen toevoegen? Hij verwijst weleens naar dingen als Bar Shaffy, en hoe dus bruine kroegen worden opgeboend tot iets dat meer hip is, ja, maar correct me if I’m wrong — zijn er zelfs dan niet nog altijd veel en veel meer authentiek bruine kroegen in Amsterdam? Voor de beeldvorming van wat hij zegt te missen verwijst Jonas eigenlijk vooral steeds, onder het mom van 'dit is een mondiaal probleem', naar dingen als het New York dat Patti Smith heeft meegemaakt... zonder zich echt te beseffen dat hijzelf totaal niets gemeen heeft met haar als persoon? Patti Smith schreef muziek, dagboeken en zij vraagt nu als oudere vrouw halverwege een persoonlijke anecdote bij haar eigen kerkconcert aan het publiek hoe die automaten heten waar je hamburgers uit kan krijgen voor een euro! Je denkt toch niet echt dat jouw pad als influencer, waar je duidelijk heel veel passie voor hebt en waar je dan vooral mee moet doorgaan, zich dan zomaar kruist met dat van mensen die echt willen leven zoals Patti Smith vandaag de dag?
En dat brengt me eigenlijk op wat voor mij het vreemdste dat in dit boek naar voren komt:
4) Hoe kun je geboren en getogen zijn in Amsterdam en toch de stad navigeren als een 16-jarige op citytrip? En waarom ging het boek niet dáárover, als hij echt wilde focussen op de tragedie van de hippe Amsterdammer? Hoe kan het dat ik, terwijl ikzelf maar twee jaar heb gewoond in Amsterdam, echt ben gaan checken of hij wel echt uit Amsterdam komt door hoe hij gewoon zijn hele stad niet eens meer echt kan *zien*? En erger nog: hoe kan hij hier het hele boek lang zich niet bewust van wordt? Ik weet dat het geen roman is maar hij neemt zichzelf in dit zeer autobiografische verslag eigenlijk helemaal niet onder de loep, niet eens wat het betekent om een burn-out te hebben, en hij is buitengewoon zuinig met het citeren van mensen die hem van buitenaf inzicht hadden kunnen bieden. In plaats daarvan krijgen we een vage reflectie over dat in Amsterdam wonen dan als queer persoon toch het leven makkelijker maakt, ook geen inzicht dat niet gewoon een tweetje of een gevoelige Instagram-caption had kunnen zijn. En zo weet hij, los van Amsterdam, zélf geen indruk te maken die niet gewoon erg eenzaam en leeg is, en krijg je GoodReads-reviews van Joan die schrijft dat Jonas Kooyman Jezus nodig heeft in zijn leven om zijn randstedelijke individualiteit tegen te gaan. Wat dacht je van gewoon even wat spontaniteit! Of gewoon even wat spontaniteit, live a little, stop met enkel en alleen een rol spelen, want je wordt duidelijk zelf zo naar ervan dat je je eigen tegenstrijdigheden niet meer kan verzoenen met elkaar.
Als hij meent wat hij schrijft, in ieder geval, want dat vraag ik me ook erg af. Ik snap dat in een burn-out een coherent verhaal schrijven erg lastig is, maar had iemand niet even één goed gesprek met hem erover kunnen hebben of zo?