Een arts verlaat zijn praktijk in het Noorden. Hij vertrekt naar het Zuiden. Hij verruilt de duizenden stemmen die hem jarenlang omringden voor de stilte. Hij verschanst zich op de eenzaamste plek die zich denken laat: een verlaten tussen vier bergen. Wat zoekt hij in de eenzaamheid? Wat vindt hij er?
De waarnemer is een overweldigende roman over verlangen en verlatenheid.
Nooit eerder deed ik zo lang én zuinig over een boek; het is een dik en heftig werk. Zo een dat je moet weg leggen omdat één lange zin je naar adem doet snakken, je hoofd doet tollen en je nog dagenlang in z'n greep houdt. Langoureuze overpeinzingen over leven, dood en de liefde, de zin of de onzin ervan, gepend in een buitengewoon mooie taal met vergeten zangerige woorden, vaak verpakt in brieven heen & weer. Het hoofdpersonage - een huisarts van tegen de zestig die op een Zuid-Franse hoeve de rust wil vinden die hem in het kille Noorden ontbreekt - balsemt je ziel en tergt, kwelt tegelijkertijd. Als je hield van de fascinaties van Kayzer in zijn programma 'Van de schoonheid en de troost', het zoeken naar antwoorden op niet universeel te beantwoorden vragen, dan moet je dit boek zeker lezen. Al was het maar om de vele louterende zinnen zoals deze "Als je de nacht niet kunt genieten, hoef je de dag niet onder ogen te komen."
Meer nog dan over verlangen en verlatenheid - zoals de flaptekst beloofd - gaat Kayzers ‘De waarnemer’ over wat dit leven, zijn leven, de moeite waard maakt. ‘De waarheid over dit leven? Mogelijk schuilt ze alleen in het verzoenen van de leugens erover’, laat hij zijn hoofdpersoon al na een paar bladzijden verzuchten. En over die vraag buigt de huisarts in ruste zich ruim zeshonderd pagina’s lang, zonder dat het taai of saai wordt. Kayzer snijdt actuele thema’s aan: leven en dood, liefde en verlies, ziekte en gezondheid. Feitelijk is het een lang uitgesponnen interne monoloog die de ‘ik’ voert met zijn herinneringen en demonen. Omdat hij gebruik maakt van een ‘jij’ tegenover zijn eigen ‘ik’ voel je je continu aangesproken en trekt Kayzer je het boek in.
We leren via de ogen en handen van de ‘ik’ - die nooit een naam krijgt - het zuid-Franse landschap kennen dat zijn toevluchtsoord is geworden. En dat zonder ellenlange, uiterst gedetailleerde beschrijvingen zoals bijvoorbeeld Knausgård doet, bij wie je als lezer in de paginalange herinneringen vanzelf verdwaalt. Intiem en zonder omhaal leer je elke braamstruik kennen en elk (bij)gebouw, inclusief de levens van de mensen die ooit op dezelfde plek leefden.
Het beste leer je de doden - en een handvol levenden - kennen. De verbondenheid van de ‘ik’ met de doden is ontroerend. Zij zijn de enigen met wie hij werkelijk contact maakt. Via hen onderzoekt hij, blikt hij terug, op wat er werkelijk toe deed, wie hij was en is geworden. Via hen ook maakt Kayzer filosofische uitstapjes die je de ene na de andere spiegel voorhouden. Als lezer verwacht je dus elk moment dat de ‘ik’ steeds dichter bij de kern - de waarheid? - komt. En hij komt minstens tot een waarheid of wat, maar zijn het geen leugens? Vervreemd van zichzelf concludeert hij dat hij een ander is geworden. Hij wil hem niet kennen.
Dit jaar stierf de Nederlandse journalist Wim Kayzer op zessenzeventig jarige leeftijd. Bij onze noorderburen is zijn naam wellicht even bekend als die van Paul Jambers hier in de jaren ‘80. Kayzer was een getalenteerde interviewer die als gastheer in verschillende praatprogramma’s zijn gasten meenam in een gesprek vol introspectie. Dit deed hij op de VPRO tijdens de series ‘een schitterend ongeluk’ en ‘over schoonheid en troost’. Beide series kregen een vervolg in boekvorm. Wim Kayzer, steeds met het zwarte lapje voor zijn blinde linkeroog, schreef slechts 2 romans. ‘De waarnemer’ was hiervan zijn debuut. In dit boek gaat een net gepensioneerde Nederlandse dokter op een boerderij wonen in de Franse Cevennen. Hij leidt er een afgezonderd leven en mijmert over zijn grote liefde Maria die meer dan 40 jaar geleden zelfmoord pleegde, hij voert er in gedachten gesprekken met Sophie, een vriendin die enkele jaren eerder stierf aan kanker en denkt vaak terug aan zijn allerbeste vriend Jeroen die ook al overleden is. Hij is van plan om op de boerderij een rustig leven uit te bouwen, zich te laten gedijen op de jaargetijden en te genieten van de rust. ‘Hier ontsnap ik nog even aan de armoede van de ouderdom, als niets meer voor de eerste keer kan worden beleefd’, schrijft hij in zijn dagboek. De eenzaamheid schrikt hem niet af, meer zelfs, het alleen zijn trekt hem in dit nieuw bestaan bijzonder aan. Geplande contacten die niet doorgaan, het zijn een bron van vreugde voor hem. Het boek gaat over ouder worden, hoe je leefwereld verkleint, je dit ook aanvaardt en zelfs helemaal oké vindt. Hoe de grens tussen de werelden van de levenden en de gestorvenen steeds dunner wordt en je in je hoofd ook steeds meer in contact blijft met overleden geliefden. Zo ervaart hij het alleen zijn niet als eenzaamheid, daar zijn steeds Maria, Sophie en Jeroen en schrijft hij in zijn dagboek in gedachten aan Sophie: ‘Ik ging met de auto naar het dorp. Jeroen zat naast me. Ik neem hem de laatste tijd wel vaker mee, net als jou en Maria. Maria en jij zitten altijd op de achterbank. Het is of de wereld kleiner en kleiner wordt, alsof jullie de mensen zijn die ik aan het bestaan heb overgehouden. Soms raak ik met iemand anders in gesprek, iemand die niet gestorven is, maar het gestorven of niet gestorven zijn maakt niet veel meer uit. Is het een bijwerking van ouder worden?’
‘Dat de kring van getrouwen een kleine is, dat is begrijpelijk, zo tegen het einde aan. Je houdt over wie blijkbaar belangrijk was. De anderen worden door het geheugen, los van jouw wil, afgedankt. Dat is een symptoom van het ouder worden, niet van een ziekte’. Zijn filosofische beschouwingen zijn nooit ver weg. In zijn dagboek schrijft hij dat rouwen niets anders is dan het wennen aan de dood. ‘Je hebt jezelf zien doodgaan in die ander. Je mist hem of haar. Maar wat belangrijker is: je rouwt alvast om jezelf, die de volgende is’. Kayzer slaagt er heel goed in om het dagelijks leven op de boerderij, waar de ene dag bijna niet verschilt van de andere en waarbij er weinig meer gebeurt dan de wissel van de seizoenen, op papier te vangen. Als lezer word je nieuwsgierig hoe dit moet zijn, als buitenlander afgezonderd te leven in een klein Frans dorp dat tijdens de zomer overspoeld wordt door toeristen en vervolgens maandenlang in een diepe winterslaap gaat waarbij zelfs ook de zwerfkatten op hun schuilplaatsen binnenblijven. Hierover schrijft hij aan Sophie wat hij zag op de marktdag tijdens het toeristenseizoen: ‘De kuddes zijn nog niet weg. Eén peristaltische beweging van lichamen. De lichamen lieten zich door elkaar voortstuwen. Het dorp golfde echt. Ik keek vanaf het kruispunt toe. Twee maanden geleden was er geen levende ziel en zo meteen is het dorp wederom uitgestorven, maar intussen is het vlees geworden en het vlees rolt af en aan. Eén grote vleesgolf in het dorp. Het dorp is door vlees bezet gebied. Misschien komt het doordat ik alleen woon en de mensen die ik ontmoet geklede buren zijn, maar ik keek met verbijstering naar de naaktheid van al die mensen. Leeftijd deed er niet toe: iedereen was schaars gekleed als om zijn naaktheid te beklemtonen. Breughel zou handenwrijvend hebben toegekeken. Rubens zou schetspapier tekort zijn gekomen, de eerste de beste pornokoning had zijn camera slechts op het terras van jouw café hoeven neerzetten om in één morgen zijn jaaromzet te halen. Hadden al die mensen zich half ontkleed vanwege de hitte? Maar het was geen warme dag. Was hun exhibitionisme het bewijs van hun tijdelijke invrijheidstelling? Hele families trokken halfnaakt door de straten, keurige kleinburgers pronkten met hun lijven, ze wiegden met hun kont, ze toonden de meest wanstaltige vleesbulten als proeven van wellust en bevrijding. De vrijheid toonde zich in melkklieren, okselhaar, kruishaar, wratten, puisten, reten, bierbuiken -zegevierend vooruitgestoken- en borsten in alle vormen en maten. De zon speelde eroverheen’. Het vooruitzicht om nog twintig, dertig jaar te genieten van het trage ritme in het rustgevend decor van zijn alleenstaande boerderij, wordt verstoord door een banaal medisch onderzoek waarbij de resultaten op de cognitieve testen toch wel alarmerend zijn. De mijmeringen die hieruit voortvloeiden vond ik bijzonder knap. Als gewezen dokter is hij er zich heel goed van bewust dat dit de eerste tekenen van Alzheimer kunnen zijn. Hij vraagt zich af of hij nu best verdere onderzoeken laat doen, de resultaten tot in detail nakijkt of dit alles aan de voorzienigheid overlaat: wat moet komen, komt toch, sowieso. ‘Ik heb, in het begin van mijn loopbaan, dit soort details soms unverfroren meegedeeld aan patiënten en ze gingen er stuk voor stuk aan kapot omdat de percentages en cijfers als evenzovele wegwijzers naar de ontgoocheling wezen, ze bleven in hun geheugen hangen als een troep wespen die niet ophield te steken. Ja, ze gingen zich naar die percentages en cijfers gedragen waardoor het verval sneller ging dan nodig was. Ze voelen de dood al door hun hersens kruipen’. Bijzonder zijn ook zijn bedenkingen, over wanneer het echt zal toeslaan, en of hij het dan nog zal weten. ‘Ik sta met mijn rug naar de toekomst. Wie nauwelijks meer woorden heeft omdat hun betekenis hem meer en meer begint te ontglippen, die daalt af naar de status van een tweejarig kind dat de woorden wel hoort en ze ook aarzelend uitspreekt, maar zonder hun betekenis nog echt te vatten. Ik ga, nu nog stapvoets, straks in draf, en daarna in galop richting kindsheid. Nog even en ik bevind me tussen mens en patiënt. Nog even en ze zullen me met door deernis getemperde minachting bezien. De woorden zullen me verlaten. Verlaten ze me al? Hun betekenissen zullen door elkaar dwarrelen. Vanaf welk moment behoor je niet meer tot de mensen?’. Wim Kayzer stierf dit jaar op 7 mei. Hij werd 76 jaar.
Een lijvig boek met 652 blz, maar voor wie potloodlezen fijn vindt, is dit er één om duimen en vingers bij af te likken. De grote raadsels van leven en dood, van liefde en kwaad, verlangen en verlatenheid.
'Als we wisten waarover dit leven gaat, zou alles onmiddellijk stilstaan. We zijn noodgedwongen altijd onderweg. Ergens aankomen is het eind van het bewustzijn, en zo is het ook met de liefde. We bestaan niet in de totstandkoming van de dingen, we bestaan alleen in het verlangen ernaar. Wie niets meer te verlangen heeft, is gestorven.'
Zelfdoding, eenzaamheid, kanker, liefde, eenzaamheid, verkrachting, oorlogsmisdaden, Alzheimer, schoonheid, troost, vriendschap, God, de zin van het leven en de dood... 'De waarnemer' pakt je vanaf de eerste zin: 'Je plotselinge spraakzaamheid werd veroorzaakt door kanker'. Het boek houdt je 650 bladzijden lang in zijn greep. Kayzer's taal is meesterlijk, vol 'schoonheid en troost'.
Prachtig boek dat een meesterwerk is qua stijl (prachtige formulering van mensen en natuur), structuur, eenvoud van het plot en vooral door het poëtisch uitdiepen van de grote thema's (liefde, verlies, leven en dood, mentale aftakeling, ...).
Een tip: neem er je tijd voor! Elke minuut zal het waard blijken te zijn.
Wim Kayzer maakte mooie diepgravende TV-programma's, dus toen hij eerder dit jaar overleed en ik nog een boek van hem op mijn 'te lezen' stapel had liggen leek het me een gepast eerbetoon om dit te lezen. Helaas, ik worstelde tot pagina 395 en dit wordt een voor mij zeldzaamheid: een boek dat ik startte maar niet uitlas.
Hoofdpersonage van De waarnemer is een gepensioneerde misantrope, alcoholische arts met angstaanvallen die zich terugtrekt in het zuiden van Frankrijk. Hij kwam de zelfmoord van zijn vriendin nooit te boven. Het boek is opgevat als een lange brief die hij schrijft naar een overleden (ook al misantrope) cafébazin van wie hij zijn huis in het zuiden kocht, en van wie er af en toe ook stukken tekst staan. Opbeurend is het dus niet, maar het zou gerust goed kunnen zijn. Probleem is: honderden pagina's tekst van iemand die doormijmert/zeurt over met wie hij allemaal gedronken heeft, hoeveel onkruid hij heeft verwijderd, en dat hij blij is dat hij de mensen kan mijden is gewoon geen fijne lectuur. De stukken tekst van Sophie (de caféhoudster) lijken qua stijl veel te sterk op zijn eigen aantekeningen om wat afwisseling te bieden. Af en toe staat er een mooie overpeinzing in, maar veel te weinig om dit de moeite waard te maken. De recensies hier zijn lovend, wat me er toe aanzette om er niet na honderd pagina's de brui aan te geven, maar na 400 pagina's is het echt wel veel te repetitief. Toch nog twee sterren omwille van de paar rake observaties en omdat ik niet kan uitsluiten dat het toch nog beter wordt op het eind, maar ik ben nu vooral opgelucht dat ik het achter me kan laten, en dat is een gevoel dat ik niet vaak heb. Een gemiste kans.
De debuutroman van Wim Kayzer doet wel erg denken aan Pascal Merciers Nachttrein naar Lissabon. Ook hier een man van middelbare leeftijd (in dit geval een arts, aan de fles natuurlijk), die om onduidelijke redenen zijn bloeiende praktijk in Nederland achterlaat om een boerderij over te nemen in de Franse Cévennes en daar dan uitgebreid over bericht in brieven en teksten. Het is wellicht een thema van alle tijden: de ontworteling, de verlatenheid, de eenzaamheid. Dat beide boeken voor het eerst verschenen in 2004 is misschien toevallig, maar toch. Wie heeft leentjebuur gespeeld bij wie? Er zijn nog enkele overeenkomsten met de ideeënroman van Mercier. Ook in De waarnemer blijft het hoofdpersonage ondanks alle uitweidingen schimmig en is het onduidelijk waarom hij precies vertrekt. De manier waarop hij in Frankrijk zo goed als meteen wordt ontvangen en aanvaard als local getuigt ronduit van een wel heel oppervlakkige kennis van het Franse chauvinisme. Om nog te zwijgen over de onverbiddelijke taalbarrière die blijkbaar nergens een rol speelt. Kayzer wijdt via nevenpersonages uit over de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog, bij Mercier wordt dat het verzet van dichter en verzetsstrijder Prado (ook een arts!) tegen de dictator Salazar. Bij beide schrijvers blijft deze strijd echter in de marge, als een toevallige nevenintrige waarbij zelfs de ergste martelingen je quasi-onverschillig laten. Blijft overeind: het beurtelings verpletterende dan wel troostende van de trivialiteit van alles (p. 511), maar dat is toch wel mager voor een ideeënroman van meer dan zeshonderd pagina's.
Wim Kayzer de maker van onvergetelijke televisieprogramma’s blijkt ook een buitengewone roman geschreven te hebben. Buitengewoon omdat ik zelden zo meegeleefd heb met de man, die stukgelopen in zijn vak, verlaten door zijn geliefde die zelfmoord heeft gepleegd en flink aan de alcohol een nieuw leven begint in een boerderij in de Cevennes. Het boek is een lange dialoog met Sophie, de vorige eigenaar van de boerderij. Zelden me ook zo geraakt gevoeld door de beschrijving van zijn angsten en verlangens en de manier waarop hij ze probeert te bedwingen. Veel thema’s uit zijn programma’s komen terug. De vraag naar de zin van het leven, de (on)mogelijkheid van communicatie, de constante aanwezigheid van de dood, het zoeken naar verbinding, naar rust. Ik kwam het boek toevallig tegen en begrijp niet waarom ik het nooit tegenkom in lijstjes van de beste boeken ooit.
Deze schitterende roman heb ik heel rustigjes tot mij genomen. Er zijn veel parels in te vinden over leven, de dood, bewustzijn, angst, schaamte, lelijkheid, onvermogen, schoonheid, liefde. In de uitgave die ik las, was een interview met de auteur opgenomen.
Met dankbaarheid en in de wetenschap dat ik hem nog eens zal lezen, sloot ik dit boek. Vijf vette sterren.
De eerste helft interesseerde het boek me niet echt, gaandeweg bleek het de moeite waard. Steeds trager lezen omdat het op raakt, ken je 't? Een beetje te veel grootse woorden die een beetje te vaak herhaald worden maar dat is de enige kritiek die ik kan verzinnen.
Het boek kon me niet bekoren en was moeilijk te lezen. Toch helemaal uitgelezen met de hoop op een sterk einde maar ook dat was voor mij niet het geval. Niet mijn genre.
"Duizend bewijzen heb ik verzameld om het bestaan in diskrediet te brengen, maar ik prees het."
"het beurtelings verpletterende dan wel troostende besef van de trivialiteit van alles"
"Je begreep van die muziek hetzelfde als ik: we zullen nooit worden wie we hadden willen zijn."
"Er is maar één leven. Je dient het dus wel ernstig te nemen, hoezeer het zich ook voordoet als een grandguignol. Waarom je het ernstig moet nemen? Geen idee, maar ik wil de dingen ernstig nemen en ze pas indelen bij het grand guignol als hun plaats daar bewezen is. Voor dat moment neem ik het bestaan onverbiddelijk op. Het is vermoedelijk een afwijking."
"Jouw voortdurende terugkomen op de dood, dat heeft een verklaring. Telkens wanneer je inziet hoe futiel dit bestaan is, hoe kort, en hoe lang de dood gaat duren, namelijk voor altijd, dan is het een aansporing om geen minuut te verliezen en te pakken wat je pakken kan. De dood is jouw methode om het leven aan te sporen. Heb ik het mis?"
"Wat ik niet begrijp is dat niet iedereen voortdurend in paniek verkeert. Dit leven is zo schitterend en tegelijk zo ridicuul. Hoe is het eigenlijk mogelijk dat we het langer dan één minuut als vanzelfsprekend ervaren?"
"Ik las alles kapot, in elk onbetekenende detail kon de oplossing verborgen gaan. Tot ik de onmogelijkheid van de onderneming plotseling inzag."
"Zoveel beter kun je over de filosofie schrijven en waarom we zeker weten dat zij nooit de oplossing zal bieden, omdat de woorden en gedachten werkelijk het meest atypische zijn in heel de melkweg, zoveel beter ook zou je kunnen schrijven over die andere dwaling, de psychologie, die de mensen de illusie geeft dat ze los kunnen breken uit hun gedrag, terwijl elke poging daartoe alleen beklemtoont dat ze deerniswekkende gevangenen van hun genen zijn, ja, neem desnoods de kunst door, Hippocrates, en constateer dat ze weinig anders is dan een poging om aan de werkelijkheid te ontsnappen door haar een tikje anders af te beelden dan ze is,"
"Er is een reële wereld. Laten we daarover niet strijden. Maar ieder mens ziet de wereld anders. Hij fantaseert zijn leven uit de dingen die er zijn. Dat is de kern van onze eenzaamheid."
"De enige nostalgie waarbij ik me iets kan voorstellen is een heel andere. Die naar een tijd die er nooit was."
"Tederheid is niets anders dan de angst dat een ander meer verdriet heeft dan jij kunt verhelpen."
"Troost is er alleen voor de geestrijken die in de onverzadigbare wreedheid van de Heer nog steeds enige schoonheid zien"
'U wilt "volgens de natuur" leven? O nobele stoïcijnen, wat een bedrieglijke woorden zijn dat! Stelt u zich eens een wezen als de natuur voor, mateloos verkwistend, mateloos onverschillig, zonder doel of beweegreden, zonder medelijden en rechtvaardigheid, tegelijkertijd vruchtbaar en troosteloos en onzeker; stelt u zich de onverschilligheid zelf eens voor als een kracht - hoe kunt u leven volgens deze onverschilligheid!"
"Ik zong het toen ik terugliep naar de hoeve, toen ik terugwandelde in de droom. 'De mens is zichzelf een vreemde. Als je dat beseft. Hippocrates, dan kun je twee kanten op. Of je wordt er voorgoed krankzinnig van, of je voelt je bevrijd. Als je dat begrijpt, begrijp je een boel.'"
"Niet over hun steenpuisten, hun te hoge cholesterol of hun kanker, maar over hun dromen en verlangens. Het werd een verslaving. Omdat ik door de nadere consulten snellere en betere diagnoses kon stellen? Omdat ik de levens van de patiënten in mijn hoofd opsloeg zodat ik niet echt meer aan het werkelijke leven hoefde deel te nemen om er toch doorverzadigd te worden?)"
"Ik bood veel patiënten een oplossing voor hun problemen die helemaal geen oplossing was, maar die, omdat ik hem opperde, voor een oplossing doorging. Ze geloofden er met hart en ziel in. Ik genas mensen met onzinnige verwijzingen naar hun verleden, waarvan ik niets wist. Ik liet ze een piepkleine herinnering vertellen en verhief die dan tot het tabernakel van hun genezing. Elke suggestie, zelfs de belachelijkste, werkte als een wondermiddel. Niemand weet iets van zichzelf. Iedereen kan dus genezen worden door een willekeurige herinnering soepeltjes te transformeren tot het verborgen trauma dat moet worden opgeruimd, waarna verlossing volgt. Het is een onwaardige methode. Je weet dat je de mensen belazert, maar omdat de belazerij wordt omarmd als een oplossing en de oplossing hun leven weer wat in het spoor hijst, ga je ermee door. Maar het vreet aan je, dat gefraudeer met de zielen van de patiënten uit naam van hun genezing. Had ik daarom zo'n rothekel aan de psychologen en psychiaters die dezelfde frauduleuze praktijken bezigden, maar volhielden dat het om wetenschap ging?"
'De waarnemer' is niet alleen een goedgeschreven, meeslepend en rijk boek.
Een arts verlaat zijn praktijk in het Noorden. Hij vertrekt naar het Zuiden. Hij verruilt de duizenden stemmen die hem gevormden voor de stilte. Hijanst zich op de eenzaamste plek die zich denken laat: een verlaten tussen vier bergen. Wat zoekt hij in de eenzaamheid? Wat vindt hij er? De waarnemer is een overweldigende roman over verlangen en verlatenheid.
Een pràchtig boek. Een boek om tijd voor te nemen, traag in je te laten sijpelen en te koesteren. Een dikke turf, die misschien met 100 blz minder nog beter zou geweest zijn, dat wel..maar wàt een mooie taal ! Sommige zinnen zijn om van te smullen. En vele overpeinzingen over het leven ook. Ik zat direct mee met het personage in Frankrijk, in die hoeve tussen de 4 bergen, ik hielp mee met zijn werkzaamheden, en ik herkende mezelf in zijn soms broodnodige drang aan (tijdelijke) eenzaamheid, en de man zijn constante bedenkingen. One of a kind.
'De waarnemer' is niet alleen een goedgeschreven, meeslepend en rijk boek.
Een arts verlaat zijn praktijk in het Noorden. Hij vertrekt naar het Zuiden. Hij verruilt de duizenden stemmen die hem jarenlang omringden voor de stilte. Hij verschanst zich op de eenzaamste plek die zich denken laat: een verlaten tussen vier bergen. Wat zoekt hij in de eenzaamheid? Wat vindt hij er? De waarnemer is een overweldigende roman over verlangen en verlatenheid.
Superdik boek maar écht fantastisch. Het leest redelijk vlot, hoewel Kayzer redelijk lange en ingewikkelde zinnen gebruikt. Het is redelijk lang geleden dat ik het gelezen heb dus ik weet er niet zoveel meer van, enkel dat het echt supergoed is, dus zeker een aanrader! (Justine)